Bericht uit Antwerpen

By Bart van der Valk

061230.gif

Wat iedere keer weer blijft verbazen is het enorme aantal horecagelegenheden dat zich in een stad als Antwerpen – met iets meer dan de helft aan inwoners dan Amsterdam – verdringt. Vanzelfsprekend gaat dat van rijp tot groen, van touristtrap tot buitenkansje.

In de zijstraten rechts van de Keyserlei is de nering overduidelijk gericht op de wat groffere consument. Vage Grieken, kwalijk riekende Kebabpaleizen en Pizzatenten met ongure bemanningen worden verdrongen door cafés van waaruit André Hazes luid naar buiten klinkt. Alsof we destijds voor niets in de Arena bijeenkwamen en Fritsje Barend zich tevergeefs bespottelijk maakte.

Opvallend is het grote aantal zaakjes waar men met liefde voor het vak er een eer in stelt tegen aanvaardbare prijzen de vermoeide wandelaar genoeg energie en levenslust te hergeven om de tocht langs straten en pleinen verkwikt voort te kunnen zetten. Het is eerder – door mij – gezegd: Napoleon had de Slag bij Waterloo niet moeten verliezen. Ook Holland zou nog een fatsoenlijke keuken gekend hebben…. Bij alle restaurantavonturen in en om het Amsterdamse is het me nog nooit overkomen op betaalbare import van kostelijke spijzen uit La France te mogen stuitten. Wat bijvoorbeeld te denken van een doodeenvoudige hapjeszaak waar men de moeite neemt om zonder enige opklop het kostelijke Pain Polaîne dagelijks vers vanuit Parijs in te doen voeren. Een ware Lucullusgenieting!

‘Stadslucht maakt vrij’. Een van mijn lievelingsuitspraken, waarmee ik de voorkeur die misleide romantici voor de provincie zeggen te hebben ontmasker. Immers, als het platteland zo fantastisch zijn zou waarom zou er dan over de gehele wereld sprake zijn van een onstuitbare trek naar de steden? Waarom plegen plattelandsjongelui met enige pit, zodra zij zelfstandig de veters kunnen strikken, af te reizen naar de lokkende stad. De stad is ook de bron van de onopzettelijke terloopse humor. Wel eens van een boerenmop gehoord?

Ooit bezat ik het ‘Het Verdriet van België’ van Hugo Claus. Het bleek uit mijn boekenkast verdwenen. En het moment was gekomen om naar een kleine maar degelijke boekhandel te stappen om het werk nu maar eens opnieuw aan te schaffen. Een mens moet met het leeswerk in de sfeer blijven nietwaar? Uitverkocht en niet meer leverbaar luidde het antwoord. Jammer dacht ik, weer zo’n driehonderd pagina’s gemist. Mijn teleurgesteld gezicht ziende voegde de boekverkoper er met valse grijns aan toe: ‘Als ge van de week tegen sluitingstijd langs komt zal ik u het verhaal vertellen.’

Onze dochter Laura (we hebben er maar een) en haar goede vrind Elias verwachten, zoals sommigen bekend, in februari een troonopvolger. Een manneke. Wat te doen als aanstaande grootouders? Immers een nieuwe status en een grote maar weinig tijd eisende verantwoordelijkheid. Een kinderwagen dus. Volgens de familietraditie. Mijn kinderwagen kwam van mijn grootvader. En ook Adri’s kinderwagen werd vanuit Deventer, waar opa toen woonde, bekostigd. Ik betwijfel trouwens of hij op de hoogte is van dit levensfeit.

Nu blijkt er in de kinderwagenbranche sinds Anneke’s laatste zwangerschap (1978) hier en daar iets veranderd. De degelijke koets met matrasje en hoge wielen is stiekem vanuit het straatbeeld en de handel verdwenen. Queenie’s (ik dacht dat dit damesschoenen waren) en allerhande snel vormgegeven spul met in- en uitneembare raadselachtige bakkies zijn er voor in de plaats gekomen.

Zowel te Amsterdam als hier in Antwerpen hebben Anneke en ik orientatietochten ondernomen in deze nieuwe wereld. Een mens leert nog eens wat! Nu zijn we eindelijk geslaagd! Geen Queenie of iets anders met een engelse naam. Neen: een echter Pierre Cardin. Komisch genoeg hetzelfde label dat de trouwoutfit van Anneke verzorgde. En wees eerlijk: ze is geen spat veranderd. Zoiets moet ook de komende nieuwe Hagenaar wel geluk brengen….