Archief voor februari 2007

Leg eens uit Oom Jan…

februari 28, 2007

sp_logo.jpg

Morgen zullen we – indien belangstellend – de regeringsverklaring van het kabinet-Balkenende-Bos-Rouvoet kunnen meemaken. Dat zal weinig spanning opleveren. Rutte zal proberen met een paar moties de PvdA op het stuk van de medisch-ethische kwesties in het nauw te drijven. Maar die moties zullen het niet halen evenmin als de motie van wantrouwen die Wilders van plan is in te dienen tegen Aboutaleb en Albayrak.

Het aardigste zal wellicht nog zijn het spiegelgevecht tussen PvdA enerzijds en SP en GroenLinks aan de andere kant. Daar vallen over en weer nog wel wat stemmen te winnen en 7 maart is niet ver weg meer.

Vooral Marijnissen heeft op dat punt nog wel wat uit te leggen. Zonder twijfel beseft hij dat zelf ook want hij timmert nogal wild en boos om zich heen.

Even in chronologische volgorde:

In het weekend van 9-10 december 2006 publiceren de kranten het bericht dat Marijnissen geweigerd heeft telefoontjes van Bos aan te nemen. Desgevraagd verklaart Marijnissen dat hij het niet correct vindt met Bos te spreken buiten de informateur om.

In de volgende week publiceert die informateur zijn eindrapport:

“…De PvdA gaf aan een coalitie tussen CDA, PvdA en SP als meest voor de hand liggend te zien en geen behoefte te hebben andere coalities te verkennen. De inhoudelijke verschillen van mening – over onderwerpen waarover tevoren duidelijkheid zou moeten bestaan bleken talrijk, zwaar, op onderdelen fundamenteel van aard, en gaven onvoldoende reden voor dat perspectief en vertrouwen. Dat gold volgens de fractievoorzitters van CDA en SP in het bijzonder voor de verschillen tussen CDA en SP. Een onderhandelingsfase van CDA en SP en PvdA zou naar het oordeel van CDA en SP daarin – met het oog op een totstandkoming van een kabinet op korte termijn – geen verandering brengen. Naar het oordeel van de PvdA was een dergelijke onderhandelingsfase wel denkbaar…

Op 17 februari zegt Marijnissen:

“Met Wouter kun je blijkbaar alle kanten uit. Het is jammer dat daarom de linkse, progressieve samenwerking (nog) niet tot stand is gekomen. Door de permanent twijfelende PvdA heeft het CDA kans gezien PvdA en SP uit elkaar te spelen.”

En

“Wouter Bos zei gisteravond in Pauw en Witteman dat de SP niet wilde onderhandelen met het CDA en de PvdA. Een leugen.”

Op 24 februari verklaart Marijnissen:

“Laat de gang van zaken bij de formatie een harde les zijn voor ons allemaal. Want, BB, Bos en Balkenende, hebben ons willen inpeperen: ‘Jullie hebben weliswaar fors gewonnen, maar zijn nog steeds slechts de derde partij van het land…..Daarmee was de keuze voor ons bepaald: òf aanschuiven en al het oude Balkenende/VVD-beleid overnemen, òf dat níet doen, maar dan was er geen plaats voor ons in het kabinet.”

Dus: Bos probeert Marijnissen te bellen, Marijnissen verdomt dat. Vervolgens willen SP en CDA niet met elkaar. Bos wil dat nadrukkelijk wel. En nu is dat de schuld en fout van Bos.

Ik begrijp dat de SP – die behalve z’n standpunt over het Midden-Oosten vaak prima ideeën heeft – vermoedt dat er bij de PvdA nogal wat stemmen weg te halen zijn. Verder begrijp ik ook dat het voeren van oppositie electoraal aantrekkelijker is dan regeren. Maar het verhaal van Marijnissen is deze keer wel erg dun.

Voor de goede orde en vanwege het open vizier: mijn stem ging deze keer naar Albayrak.

Christopher III

februari 27, 2007

De meesterfotograaf publiceert, You know the drill: hier klikken en bewonderen!

Christopher II

februari 26, 2007

9.JPG

De eerste foto’s zijn gearriveerd! Klik hier en geniet met de grootouders!

Christopher

februari 25, 2007

070224chris.jpg

Hoera! Dochter Laura en Schoonzoon Elias hebben een Zoon!

6,5 pond, op 25 februari om even over vijf in de middag geboren!

Moeder, Vader en Kind maken het uitstekend!

De grootouders zullen er voor zorgen dat het nog lang onrustig blijft in de stad! 

Van Harte Gefeliciteerd Chris, ’t is hier best gezellig! 

Vanwege de festiviteiten gaat deze site 2 dagen in het slot.

Een Vreemde Periode

februari 25, 2007

bart-jeugd0421.jpg

Van juni 1962 tot en met maart 1964 genoot ik het voorrecht in dienst van de overheid te mogen verkeren. Niet tengevolge van een sollicitatie of enige ambitie in die richting.

In die jaren was de zogenaamde dienstplicht nog in volle glorie werkzaam. Waarom die 22 maanden duurde? Vanwege van wat ons gouvernement noemde de ‘internationale situatie.’ Daarmee bedoelden ze ten eerste de manier waarop ze het meningsverschil met Indonesië over Nieuw-Guinea volledig uit de fikken hadden laten lopen.

Onze steeds oplettende en competente regeerders waren namelijk de opinie toegedaan dat Nieuw-Guinea nou typisch bij Nederland hoorde. In Indonesië, waar ze kennelijk de Bosatlas wat beter bekeken hadden, was men het daarmee niet zo eens. Zoals te doen gebruikelijk wist de Nederlandse regering dit verschil van mening snel naar het niveau van de principes te tillen. Daarmee een verstandig compromis of iets dergelijks zo goed als onmogelijk makend.

Gode Zij Dank was de Amerikaanse regering wat verstandiger. Attorney-General (Minister van Justitie) Robert Kennedy reisde zowel naar Jakarta als Den Haag. En dat in die volgorde. Eenmaal in Den Haag gearriveerd maakte hij, naar goed Amerikaans gebruik, van zijn hart geen moordkuil. Of het gelazer ook afgelopen kon wezen wilde hij weten. De Nederlandse regering stribbelde nog wat tegen maar moest uiteindelijk met de snelheid van een goedwerkende stoelgang inbinden. Nog jaren later kon onze toenmalige minister van buitenlandse zaken Joseph Luns graag en langdurig uitleggen waarom wij toch eigenlijk gelijk gehad zouden hebben.

Dat probleem opgelost zijnde vermoedden wij, dienstplichtige militairtjes, dat onze diensttijd wel ingekort zou worden. Helaas gooide Nikita Chroestjov roet in mijn vakantieplannen door de Berlijnse Muur te doen oprichten. Waarop prompt – om te laten zien dat wij pal en paraat stonden – de diensttijd weer verlengd werd.

Wat merkte deze dienstplichtig militair van dat alles? Weinig in mijn geval, buiten de radionieuwsberichten om dan. Mijn favoriete krant Het Vrije Volk en mijn favoriete weekblad Vrij Nederland – beide van socialistische signatuur – waren vanwege hun afwijkende houding op kazernes en legerplaatsen verboden. Kortom krant en weekblad werden wel opgezonden maar bereikten me nimmer.

Overigens – het komt wellicht als een schok voor m’n nakroost dat graag naar het A-Team mocht kijken – ik was niet zo’n geslaagde militair. Wandelen vind ik leuk, maar niet in groepen en al zeker niet buiten de bebouwde kom. Daarnaast mocht en mag ik het flaneren gaarne enige tijd met terrasbezoek onderbreken. Geforceerde dagmarsen! Ik viel onophoudelijk met stramme spieren en ander ongemak uit. Het slapen op zalen met andere gedeeltelijk ontklede kerels wond me ook niet echt op, nog afgezien van de penetrante lijfgeur – denk aan het kleine roofdierenhuis in Artis – die op dergelijke zalen rond pleegt te zweven.

Feitelijk was ik zo’n mislukking dat men mij al had opgeroepen voor een herkeuring. Deze procedure was bestemd voor de hopeloze gevallen. Er werd dan ernstig met je gesproken en vervolgens besloten dat je mentaal instabiel was. Het vonnis luidde dan dat je naar huis moest!

Vlug van begrip zijnde lezertjes zullen vermoeden dat ik me op deze gang van zaken zeer verheugde.

Tot….

Tot m’n vriend Jan Jonker met een simpel grapje het wenkend perspectief van mijn smadelijke aftocht omver donderde. Hoe? Met een eenvoudig briefje. Of beter gezegd met de envelop om een eenvoudig briefje heen.

Hij adresseerde zijn grap aan Mr. Dr. B. van der Valk. Vanzelfsprekend kwam deze titulatuur ter ore van de compagniescommandant, een eenvoudige boerenhufter van een van de achterlijkste hoeves op Brabants zandgrond. Deze buitengewoon fraai marcherende en saluerende officier bedacht de oorzaak van mijn falen te doorgronden. Ik was te intelligent en moest derhalve niet naar huis, maar naar een kaderopleiding waar intellectuelen thuishoorden: De Militaire Administratie. Dit dienstvak had op hem een diepe indruk gemaakt. Het feit dat al het personeel er redelijk foutloos kon lezen én schrijven moest wel duiden op buitengewone gaven.

Protesten baatten niet meer. Zelfs het tonen van het simpele middelbare schooldiploma vermocht niet hem te vermurwen. Slim tikte de kapitein tegen de voorzijde van zijn bruinverbrande schedel en verklaarde dat ik ‘koppie koppie’ had. Kortom hij geloofde van al m’n verhalen niets, in zijn brein had die envelop me verraden. De herkeuring waar ik zozeer naar had uitgezien werd definitief afgelast en ik opgezonden naar Middelburg. Daar wachtte het leven van een burger in een weliswaar groen kostuum en kon ik ervaring opdoen in het eten van oesters en andere zeevruchten, iets dat tot op heden nog steeds veel voldoening verschaft..

Jacques

februari 24, 2007

Zo te zien mankeerde hem alles om een succesvol artiest, laat staan de meest intense chansonnier van de vorige eeuw, te worden.

Geen zoetgevooisde stem, geen fraai uiterlijk, een onregelmatig gebit, immer transpirerend, een slungelige verschijning. Toch is dit de man wiens chansons door ontelbare anderen werden en worden uitgevoerd.

Liesbeth List, Herman van Veen, Rod McKuen, Scott Walker, Dusty Springfield en zelfs Frank Sinatra, ze zijn allen schatplichtig aan Jacques Brel.

Hoewel de vertolking van de chansons wordt door geen van hen geëvenaard.

Hij werd maar 49 jaar (overleed in 1978) en is nog steeds springlevend.

Kijk naar deze opname en probeer niet ontroerd te raken:

Racisme: smerig gif – II

februari 23, 2007

070420a.gif

Zoals wel vaker: ietwat rumoer lijkt te kunnen helpen: 

De hoofdofficier van justitie in Amsterdam schrijft me vandaag dat hij de politie opdracht gaf een onderzoek te starten naar de antisemitische uitlatingen waarover ik op 21 februari op dit log schreef.

Vandaag stoppen we het drinken vroeg

februari 23, 2007

In het hoofd wordt men niet ouder….maar

soms merk je tot je stomme verbazing aan je gewijzigde gewoonten dat je niet meer die jongen met die warrige haardos van vroeger bent.

Wat zwaarmoedig misschien, maar zo is het zeker niet bedoeld. Vanmiddag zaten we na te genieten van de film ‘Notes on a Scandal’ (na ‘Das Leben der Anderen’ de tweede voltreffer in één week) toen ik het vuur in mijn  pijp wilde jagen. Anneke wees me er op dat dit in de Belgische horeca sinds 1 januari niet meer toegestaan is. En verdomd ik had dat nog niet eerder gemerkt en ook niet gemist.

Gezien m’n wat drammerige aanleg had ik over dit verbod in feite sinds nieuwjaarsdag behoren te mekkeren. Niet gebeurd. Gewoon niet opgemerkt en geen last van gehad. Je verandert dus kennelijk terwijl je zelf in de overtuiging leeft dat je standvastig dezelfde blijft. Hm.

Op het gebied van het gebruik van genotsartikelen is er toch in de achterliggende decennia het één en ander sluipenderwijze gewijzigd.

We schrijven 1975: het eerste en enige kabinet Den Uyl is aan de macht. Minister van Verkeer is Tjerk Westerterp. Gedreven door de persoonlijke ervaring met het leed van de dood in het verkeer is hij de minister die een kruistocht tegen de combinatie alcohol en verkeer begint.

Dat was even wennen. Speciaal in de uitgeverijbranche. Er werd in ons bedrijf nogal stevig ingenomen. De om 12.00 uur beginnende sateh-lunch op het Singel waarbij ter doorspoeling uitsluitend whisky werd gebruikt was niet zeer apart. Het aanbod van een goed glas instede van de ochtendkoffie was geen zeldzaamheid. De directiesecretaresse had de geopende fles sherry (wanneer zie je die troep nog?) onveranderlijk op haar bureau staan.

Natuurlijk viel er wel eens een slachtoffer. Moeiteloos kan ik zo vier á vijf bedrijfsgenoten noemen die we vanwege een niet langer werkende lever naar Westgaarde mochten begeleiden. Gek genoeg zag niemand dat als een probleem, we ondervonden het als een soort ‘occupational hazard.’

Tot die verdraaide Westerterp de politie instrueerde alcoholcontroles op te zetten. Nadat er op één dinsdagavond bij de thuisreis maar liefst vier collega’s waren aangehouden en geverbaliseerd besloot onze op alles berekende Leiding dat het tijd werd voor maatregelen.

Tegen het einde van de woensdagochtend werd de volgende tekst op ons werkplekken rondgedeeld.

‘De directie heeft besloten dat met ingang van heden na 15.00 uur geen alcoholhoudende dranken meer mogen worden gebruikt. Wij vertrouwen dat u, tegen de achtergrond van de toenemende controle op alcohol in het verkeer, deze maatregel zult kunnen billijken.’

List

februari 23, 2007

list.jpg

Soms hoor je een naam twee keer kort opeenvolgend en wordt je aan het lezen en herinneren gezet.

Vorige week las ik een opmerking van Frits Bolkestein waarin hij verklaarde niet zo’n hoge pet op te hebben van het journaille, één uitzondering wilde hij wel maken: Elsevier-journalist Gerry van der List, die wist waarover hij schreef….

Nu is dit minder opmerkelijk dan het lijkt. Wie het cv van Van der List bekijkt ziet dat deze een goed stuk van zijn vorming heeft opgedaan tijdens het werken bij de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD. Bolkestein doet dus eigenlijk niet veel anders dan een loot van de eigen stam aanprijzen. Tja, zo lusten we er nog wel een.

Koud een paar dagen later vond ik bij het door mij gefrequenteerde modern antiquariaat een boekwerkje ‘Meer dan een Weekblad’ waarin deze Van der List de geschiedenis van het weekblad Elsevier uit de doeken poogt te doen. Dat viel niet mee…

Op zich moeten we tevreden zijn dat dit werkje thans z’n plaats bij de uitdragerij gevonden heeft. De volle nieuwprijs is bepaald overbetaald voor dit klusje. Daar kan ik in dit geval redelijk over oordelen: vanaf 1984 tot 1992 was ik als marketeer en uitgever aan dit weekblad verbonden.

De kernfout zie je bij een bepaald type journalisten wel vaker: wat er goed gaat met een krant of blad is steeds aan de altijd zeer bekwame redactie te danken, de ellende valt immer toe te wijzen aan het onvolwassen publiek of – nog erger – aan de schier grenzeloze onbekwaamheid van de andere beroepsmatig bij de uitgave betrokkenen. De journalist als alleskunner kortom.

In dat verband is het aardig te lezen hoe Van der List de periode-Spoor bij Elsevier beschrijft. Deze drs. André Spoor was na het hoofdredacteurschap van NRC bij Elsevier gedropt teneinde het blad een nieuwe welvarende toekomst te verschaffen. Helaas liep dat  op een jammerlijke deconfiture uit. Als je Van der List leest werd Spoor door tegenwerking en onkunde omringd. Zoals zo vaak: de harde werkelijkheid lag wat anders.

Niet alleen hielp het niet dat Spoor de trouwe lezers van een groot aantal vertrouwde en geliefde scribenten beroofde, maar het feit dat hij zijn sidekick en adjunct Sytze van der Zee zich in interviews denigrerend liet uitlaten over de jarenlange trouwe lezers had nu niet direct een positieve werking, om het maar eens aardig te zeggen.

Verder had Spoor niet zo’n duidelijke greep op het dagelijks functioneren van de redactie en sloot hij zich nogal af voor knowhow. Afspraken kwam hij nogal eens niet na, en ook verder bestond de indruk dat de ‘Stichting Spoor Vooruit’ wat belangrijker was dan het weerbarstige handwerk. De regelmatige verversing van het immer fraaie boeket op de burelen der hoofdredacteur leek soms van groter belang dan het schrikbarend teruglopen van het aantal lezers.

Wie nu Van der List leest krijgt de impressie dat deze zich nogal heeft laten leiden door de wat eenzijdige herinneringen van Spoor en diens clan, een echte geschiedenis wordt node gemist. Da’s jammer, want daarvan zou voor aanstormend talent nog wel iets te leren zijn.

Uiteindelijk is het na Spoors vroegtijdig verdwijnen zeer redelijk goed gekomen. Onder de opeenvolgende hoofdredacteuren Johan van den Bossche en Hendrik Jan Schoo werd het ambacht weer beoefend zoals dat behoort en verwierf het blad zich weer een zeer prominente plaats.

Een Nieuwe Lente, een Oud Geluid?

februari 22, 2007

a12.gif

a111.gif

Vandaag treedt een nieuw kabinet aan. De foto op het bordes (of bij een trap ergens binnen als het regent) zal in alle kranten staan. We zullen die foto de komende jaren nog veel zien. Sommigen zullen er venijnige commentaren aan ophangen, anderen zullen hoog opgeven omtrent de zegeningen van het nieuwe beleid.

Het is allemaal belangrijk, maar niet zo heel erg. ‘Lekker belangrijk’ luidt de uitdrukking vandaag. Of om Humphrey Bogart maar eens aan te halen: Our troubles do not amount to a hill of beans in this crazy world…

Over één aspect maak ik me wat zorgjes. Bij de overtijdbehandeling wordt – zo kondigde men aan – conform de abortuswetgeving een ‘bedenkperiode’ verplicht.

Hierboven fotootjes uit najaar 1971. Het NVSH-bestuur, waar ik toen deel van uitmaakte, komt op een zondag naar buiten bij de Utrechtse rechtbank. Zojuist hadden we een kort geding gewonnen aangespannen door een aantal nogal behoudende christelijke groeperingen. Deze wilden verbieden dat we die zondagavond (ja, de NVSH had toen nog zendtijd) een abortus op de vaderlandse tv zouden vertonen. Kennelijk vond men dat de bevolking beter niet kon weten hoe weinig medisch ingrijpend deze behandeling kan zijn.

Terecht vond de rechter ingrijpen vooraf in een uitzending censuur en dus iets dat niet past in Nederland. Vandaar het voor ons en veel vrouwen gunstige vonnis.

Het rumoer was overigens ondermeer de aanleiding tot geldinzamelingen waardoor de oprichting van een aantal abortusklinieken in Nederland mogelijk werd. Een effect dat de voorstanders van verbieden zeker niet gewenst hadden.

En verder: betekent het wettelijk verplicht stellen van een bedenkperiode niet eigenlijk dat je er van uitgaat dat vrouwen wel niet goed nagedacht zullen hebben?