Archief voor juli 2007

Even er van tussen…

juli 29, 2007

070729.gif

Dit logje ligt een week of twee/drie stil, dat zit zo:

Filmer Eddy Terstall is ongerust. De PvdA ontbeert (‘zijns bedunkens’ voegde m’n oude leraar Nederlands daar dan aan toe) een standpunt over de islam. Dat lijkt me een mooi moment voor een paar weekjes rust.

Politieke partijen moeten meningen hebben over koopkracht, defensie, strafbaarheid van sommige zaken, verkeersregels, werkgelegenheid en zo nog wat dingen. Wat mensen geloven, mooi of lelijk vinden en van wie en wat we houden gaat onze overheid en dus ook onze politieke partijen geen zier aan. Politieke Partijen behoren juist geen standpunt over de islam, het humanisme, gereformeerdheid, katholicisme of welke smaak dan ook te hebben.

Mocht ik morgen besluiten de aardige mevrouw van de ijssalon verderop de schedel te klieven uit mijn vaste overtuiging dat ijs door mijn profeet vervloekt is, dan dient de wet te worden toegepast. Niet vanwege mijn profeet of dat ijs, maar om dat klieven. Zou Anneke nog uitsluitend van het rode voetgangerslicht gebruik maken, omdat onze profeet rood een mooie kleur achtte, dan dient ze bekeurd te worden. Niet om die profeet, maar vanwege de verkeersregels.

Als de overheid en de politiek een standpunt over religie gaan innemen dan gebeuren er rare dingen. Zo’n standpunt zal botsen met grotere of kleinere groepen die zich in hun overtuiging geraakt zullen voelen. Het verzet daartegen leidt weer tot onderdrukking en uiteindelijk tot geweld met een religieuze inzet. Soms zou je wensen dat mensen hun verstand gebruikten.

Verder lijkt die Terstall me een aardige jongen en die films zijn het bekijken best waard.

Iets anders: De meerderheid van de Tweede Kamer is volgens de kranten voor het strafbaar stellen van mannen die medische behandeling van vrouw/dochter/moeder verbieden vanwege het geslacht van de arts.

Een glasharde leugen.

De Tweede Kamer is op reces. Ze hebben hier niet over beraadslaagd. Het onderwerp stond op geen enkele agenda. De kranten belden een paar backbenchers die hun kans schoon zagen om met deze komkommer in het nieuws te komen. Wie zich wat verder informeert merkt dat het fenomeen van de dwingende vader/broer/zoon inderdaad wel eens is voorgekomen. Zoals ook de op voorrang staande dronkelap wel eens voorkomt. De meeste artsen en ziekenhuizen hadden het nog nooit meegemaakt.

Op grond van dezelfde onderzoeksmethode – tijdens het doen van de boodschappen spreek je nog wel eens iemand – kan ik u als komkommernieuws doen weten dat de meeste Belgen niets tegen Koos Alberts hebben. Opgelucht?

U merkt het al. Ik ben aan wat opinierust toe. Een korte zomerpauze is geboden. Dit logje gaat tot half augustus in het slot. Daarna keren we vrolijk terug. Ik wens u en de uwen dragelijke temperaturen en veel plezier.

40 Jaar aan de Top

juli 28, 2007

Ziedaar een reclamespotje van Frankrijks beroemdste vocalistenensemble!

Jongens waren het, aardige jongens. En op het oog zo maar jongens. Maar wel met heel bijzondere talenten. Muzikaal, maar met een verbluffende charismatische podiumuitstraling. Een groep vocale artiesten zoals je die nu nooit meer tegenkomt, want voorbij zijn de gouden jaren van de music-hall en het varieté.  Maar laat ons hopen niet voorgoed….

‘Les Compagnons de la chanson’ is de naam van een groep Franse vocalisten die ontstond in het begin van de Tweede Wereldoorlog en gedurende meer dan veertig jaar aan de absolute top stond, zowel in Frankrijk als daarbuiten. Aanvankelijk traden de Compagnons slechts op in voorstellingen voor legerveteranen, maar al spoedig belandden zij tengevolge van hun groeiende populariteit op de planken van de grote Parijse theaters. De internationale roem begon in 1946, toen zij met Edith Piaf het fameuze en onvergetelijke ‘Les Trois Cloches’ opnamen. Met de steun van Piaf ontwikkelden de Compagnons een zeer uitgebreid repertoire waarmee heel Europa en de Verenigde Staten veroverd werden.

Die zegetocht zette zich met een steeds uitbreidend en buitengewoon muzikaal repertoire onverminderd voort gedurende de jaren ’50, ’60 en ’70. Van Parijs tot New York, van Zuid-Amerika tot Rusland, overal traden de Compagnons met indrukwekkend succes op. In Frankrijk was hun geliefdheid ongekend, zeker nadat zij in 1959 de gehele Tour de France begeleidden en in iedere etappeplaats een concert voor het steeds enthousiaster publiek gaven.

Eerst in 1980 (40 jaar na het ontstaan) besloot de groep tot een indrukwekkende jaren durende slottournee. Ondermeer traden zij met een serie concerten op in het Parijse l’Olympia, de roemruchte broedplaats van talent Bobino  om tenslotte een laatste concert te geven op 14 februari 1985 in Nogent sur Marne.

De zeldzame homogeniteit van de Compagnons beneemt soms het zicht op de uitzonderlijke kwaliteiten van individuele leden. Speciaal de prachtige stem van solist Fred Mella verdient het om gememoreerd te worden. Terwijl het formidabele groepslid  Marc Herrand (auteur van ondermeer ‘Les Trois Cloches’ en  ‘Mes jeunes années’) bepaald niet ongenoemd mag blijven.

Hun grootse succesnummers : La Marie, Le prisonnier de la tour, Les cavaliers du ciel, Le galérien, Alors raconte, Si tous les gars du monde, Tom Dooley, Si tu vas à Rio, Allez savoir pourquoi, Le marchand de bonheur, Verte Campagne, Le bleu de l’été, Roméo, Le Mexicain, Kalinka, Cheveux fous et lèvres roses, La longue marche, Les aventuriers, La mamma, Les comédiens, Le chant de Mallory, Mon espagnole, La Costa Brava, La chanson de Lara, Le sous-marin vert, Le temps des étudiants, Ce bonheur-là, Comment va la vie, La licorne, Je reviens chez nous, La petite Julie, Tzeinerlin, Le coeur en fête, Au temps de Pierrot, Parle plus bas, Les couleurs du temps, la chorale, La grande dame, Doux c’est doux, La mouche, La gymnastique, Ce n’est pas un adieu.

Les Ecossais

Les Jumelles de Marine

Komkommertijd

juli 27, 2007

070727a.gif

Out of the past

juli 27, 2007

070727.jpg

De Disneystudios hebben bekend gemaakt dat ze er voor zullen zorgdragen dat in nieuw te produceren films niet meer gerookt wordt. Een kleine ontsnappingsclausule bevatte het persbericht nog wel: in bepaalde omstandigheden kan een roker in beeld gebracht worden.

U en ik weten wel wat die omstandigheden zullen zijn: ongetwijfeld zullen slechts grote schurken en lijders aan mentale zwakheden nog rokend op het Disneyscherm verschijnen.

Begrijp me wel: roken is zeer ongezond, daarover geen twijfel. Op eigen risico jaag ik van tijd tot tijd het vuur in mijn pijp. Maar toch, de dag lijkt niet ver meer of gesteund door de moderne digitale technieken zullen ook uit de gouden oude films de sigaretten, pijpen en sigaren worden verwijderd. Mark my words!

En soms heb ik dus – in al m’n dommigheid – wat nostalgisch verlangen naar die oude commercials waarin het roken als een positieve bezigheid werd geportretteerd.

U kunt er vol afschuw of met enig heimwee naar kijken. Zo u wilt tenminste….

Sint Anneke

juli 26, 2007

070726.gif

(Op de achtergrond de stad Antwerpen, op de voorgrond het hoofd onzer clan. Foto genomen vanaf Sint Anneke)

Op moderne kaarten heet het ‘de linkeroever’ en ook de gemeente hier refereert steevast aan de andere zijde van de Schelde onder die naam. De Antwerpenaar spreekt over Sint Anneke. En dat is een naam die teruggrijpt op het verleden en voor de nieuweling wat uitleg behoeft.

Waar vandaag eindeloze rijen flatgebouwen en aardige eengezinswoningen staan, bevond zich voor de Tweede Wereldoorlog een schilderachtig dorp met mosselhuizen, een heuse Kursaal, cafés, restaurants en een strandje aan de Schelde de ‘plage’. Voor de Vlaming is het Frans nooit heel ver weg.

De prachtige Kursaal, het Belvédère, de mosselhuizen en veel van de cafés en restaurants bestaan niet meer. Een paar uitspanningen getuigen nog van een mooi verleden.

Sint Anneke was lang een gebied dat er ‘wat bij hing.’ Formeel maakte het dorpje tot 1923 deel uit van Oost-Vlaanderen. Maar sentimenteel heeft Sint Anneke altijd bij Antwerpen gehoord. Toch is de inlijving bij Antwerpen destijds, in 1923, niet eenvoudig verlopen. De Oost-Vlaamse provincie was fel tegen de overgang gekant, ook al omdat tegelijkertijd de gebieden Burcht en Zwijndrecht bij Antwerpen werden gevoegd. Een hevige politieke strijd was het gevolg. Uiteindelijk trok Antwerpen aan het langste eind.

Dat bracht Sint Anneke definitief bij het Antwerpen waarop het dorp zich altijd al gericht had. In de 19e eeuw was de overkant van de Schelde al ‘het’ geliefde zomerse uitgaansgebied van de stedeling. Met de pont voer met naar het ‘Vlaamsch Hoofd’ dat zich bevond op de plaats waar nu die voetgangerstunnel weer uit het water opduikt. Ten tijde van de roemruchte Wereldtentoonstelling van 1885 maakten tienduizenden Antwerpenaren en buitenlanders deze maritieme oversteek.

In al die uitspanningen met hun prachtige interieurs deed de gegoede burger zich tegoed aan spijzen en drank. Helaas overleefde het merendeel van deze bezienswaardige etablissementen de bombardementen van de Eerste Wereldoorlog niet. Van wederopbouw is het nooit gekomen, ook al doordat de welgestelde burgers inmiddels door de automobiel over een grotere actieradius beschikten en hun ontspanning verder weg zochten.

Voor de gewone Antwerpenaar veranderde er aanvankelijk weinig. Die bleef de Schelde oversteken voor zijn portie mosselen en zijn bezoekjes aan de ‘plage’. Maar toch, geleidelijk begon Sint Anneke aan glorie in te boeten. In 1930 werden grote delen onteigend. Maar ook daarvoor waren al veel dorpsbewoners verdwenen. Het gebied werd opgespoten en waar vroeger huizen stonden kwam gras. Toen de voetgangers- en de Waaslandtunnel klaar waren, was een groot deel het oude dorp geschiedenis. De ontwikkelingsmaatschappij voor de Linkerscheldeoever besloot om grote brede lanen aan te leggen, waarvoor veel oude woningen moesten wijken. In 1955 werden de laatste resten van het dorp gesloopt. Het enige wat nog rest is een wandeldijk, een aantal eenvoudige restaurantjes, wat speelweiden, botenloodsen van de zeeverkenners en de ‘plage.’


Aanvankelijk nog had de fameuze architect Le Corbusier vergaande plannen om op de Linkeroever een opzienbarende futuristische wijk met hoogstaande architectuur te maken. Uiteindelijk kwamen er vooral eengezinswoningen en flatgebouwen.

Fardy

juli 25, 2007

070725.gif(Klik op de foto voor vergroting)

Op deze fraaie foto ziet u de selectie voor het eerste team van Ajax in de volgende competitie. Herkent u de jeugdige speler op de middelste rij, 2e van links?

Nee?

Wees gerust….het ligt niet aan u. Op de officiële foto die binnenkort verspreid zal gaan worden zult u hem niet aantreffen, of toch wel? Zijn lichaam zult u zeker zien. Op dat lichaam zal het hoofd van Edgar Davids tegen die tijd geplaatst zijn. Onze Edgar kampt met een gebroken been, vandaar.

Mocht Fardy Bachdim (want zo heet de man die binnenkort wonderbaarlijk zal verdwijnen) ooit doorbreken als topspeler dan kunt u deze foto tevoorschijn halen en een profetisch inzicht claimen.

Thuiszorg

juli 24, 2007

0707241.gif

TV en krant brengen verontrustende berichten omtrent de Thuiszorg. Kort gezegd (daar houden onze kinderen van) komt het er op neer dat, door het inschakelen van andere organisaties, in nogal wat gevallen mensen een ander dan de vertrouwde hulp over de vloer gaan krijgen.

In januari 1988 kreeg echtgenote Anneke een zware hersenbloeding. Een week of vier/vijf zweefde ze tussen leven en dood. De gedeeltelijke revalidatie daarna nam maanden.

Op het moment van deze ramp waren onze kinderen 13, 11, 9 en 9 jaar. M’n behoorlijk veeleisende baan (handig vanwege eten, drinken en hypotheek) maakte het nodig dagelijks ons provinciale dorp langdurig te verlaten, bestemming Amsterdam.

Hulp was dringend geboden en met bemiddeling van de huisarts werd de Thuiszorg ingeschakeld. Dat hebben we geweten.

Het begon er mee dat op een vroege ochtend een tweetal dragonders in sociale academie-uniform zich bij ons ontbijt vervoegden. De één begon aan een inspectietocht door het huis, de ander hield me aan de ontbijttafel aan de praat. Ongeveer de tactiek van Inspector Frost bij een onverwachts huisbezoek. Er diende een groot aantal vragen beantwoord te worden. Op zich is dat niet verkeerd. De vraag of ik er naast mijn vrouw ook een vriendin op na hield vond ik bij zo’n eerste kennismaking toch wat opmerkelijk. ‘Solliciteert u?’ heb ik maar zoveel mogelijk terloops terug gevraagd.

Kennelijk waren de formulieren toch tot tevredenheid ingevuld, want een week later zou de thuishulp zich melden. En verdraaid, dat gebeurde ook. Een alleraardigste dame met veel liefde en aandacht voor kinderen. Ze bracht zowaar in hun door elkaar geschudde leventjes weer enige gezelligheid terug.

Helaas bleek dit feest maar twee weken te mogen duren. De aardige dame werd overgeplaatst en vervangen door een slons. Die gunde me de derde dag van haar werkzaamheden vooroverbuigend een ruime blik in haar decolleté, en  vroeg suggestief of ze verder nog iets voor me zou kunnen doen? Je probeert dan over zo’n voorval luchtig heen te babbelen. Per saldo is de opvang van je grommetjes het belangrijkst. Twee dagen later verdween deze mejuffrouw om in een belendende plaats de supermarktkassa te gaan bedienen.

In de vier daarop volgende weken hebben we van de ‘hulpverlening’ van maar liefst vijf thuiszorgsters mogen ‘genieten.’ De een nog gemakzuchtiger dan de ander. De imaginaire deur werd uiteindelijk dichtgedaan door de mevrouw die bij een hevige maartse regenbui m’n kroost de straat op bonjourde. Ze had hinder van het kinderlawaai.

De overige maanden heb ik – met steun van de beide oudste jongens – de huishouding op me genomen. Naast m’n werk en de dagelijkse bezoeken aan de revalidatie-inrichting bleek dat een meer dan behoorlijke taak. De nachtrust is er zo nu en dan wel eens niet van gekomen. De beloning echter bleek het meer dan waard. Voor het eerst sinds weken kwam er iets van orde en regelmaat terug, werd er behoorlijk gegeten en zag ik onze troonopvolgers enigermate tot rust komen. Bij haar nog zwakke terugkeer (na zo’n zeven maanden) in de huiselijke kring bemerkte Anneke van de tijdelijke opschudding zo goed als niets.

De vergaande solidariteit van onze kinderen bij al deze spannende en emotionele gebeurtenissen kan ik nooit goed genoeg beschrijven. Dat was pure winst en is het zelfs nu nog.

Maar de larmoyante verhalen over de goede hulpverlening, die niet anders georganiseerd zou mogen worden, zijn aan mij niet zo besteed. En voor ik het vergeet: de ‘geringe’ eigen bijdrage voor al die weken van onversneden ellende was meer dan tweeduizend gulden.

Christopher XV

juli 23, 2007

070723.gif

Als u ooit een weblogje zou beginnen met de bedoeling om zoveel mogelijk lezers/kijkers te trekken (waarom zou u, u heet toch niet toevallig Talpa van de achternaam?) dan is er een uiterst simpele succesformule. U moet dan wel eerst grootouder zien te worden. Daarna is het belangrijk foto’s en filmpjes van uw kleinkind(eren) te verwerven. Die plaatst ge op uw weblogje. Succes onmiddellijk gegarandeerd!

In wijze lessen of mooie beschouwingen mag ik me uitputten, verhalen over Franse chansonniers en al heel lang dode filmsterren mag ik met zweet en tranen in elkaar schroeven: het haalt allemaal geen sier uit. Slechts een zeer bescheiden genoegdoening is van tijd tot tijd m’n deel. Een foto of videootje van het kleinkind echter veroorzaakt onmiddellijk een grote toeloop die dagen aanhoudt.

Ik hoop dat u deze ervaring in vertrouwen bewaart en niet doorvertelt. Mocht een slimme reclameman op de hoogte raken dan zou het gevolg zijn dat we bij volgende garagebezoeken geen inspirerende pin-upkalenders aantreffen maar sterk uitvergrote babyfoto’s.

Als beloning voor uw discretie hier een filmpje van Chris (links) met zijn vriendje Safano en hier een filmpje van Chris en Elias. Beide filmpjes natuurlijk met oneindige dank aan de goede Elias!

Doping

juli 22, 2007

doping.gif

De lieden op m’n tv (Mart Smeets beeldvullend voorop) zwijgen er geen moment over: de jacht op ‘doping’ is in volle gang. En dat is, zo moet ik begrijpen, een goede zaak. Helaas overtuigen de zeldzame argumenten die daarbij gegeven worden niet of nauwelijks. De twee voornaamste argumenten die genoemd worden zijn

- doping zou onsportief zijn, want concurrentievervalsend

- doping zou schadelijk voor de gezondheid zijn

Met het eerste argument kan ik weinig of niets behalve constateren dat de natuur concurrentievervalsend werkt. Zelf ben ik 1.65 m. Dat heeft  naast mijn oogafwijking m’n kansen om ooit een succesvol basketballer te worden tot nihil gereduceerd. Ik acht dat in hoge mate onsportief, en betreur het dat al die lange slome types hun op geen enkele wijze verdiende lichaamslengte zo uitbuiten. Het wordt nog onsportiever wanneer je bedenkt dat onderzoek uitwijst dat die lange slungels ook gemiddeld op de relatiemarkt beter schijnen te scoren. Een schande! Daarbij komt dan nog dat het me bij schaarse sportieve bevliegingen steeds opviel dat m’n concurrenten veel langer en beter getraind hadden. Ja, zo kan m’n Tante Mietje het ook. Ze verschaften zich met vaak uitgekiende trainingsmethoden, die mij vanwege m’n gemakzucht onbekend waren, een concurrentievervalsende voorsprong. Wanneer ik langs de kant zat te krimpen van de spierpijn gingen zij onverdroten door met hun onsportief gedrag. Ik bedoel maar concurrentievervalsing is het hart van de prestatiesport.

Een voorbeeld? Met tegenzin, maar vooruit dan maar.

Wijlen Gerrit Schulte, een wielrenner met een indrukwekkende erelijst, heeft ooit een etappe in de Tour de France gewonnen. Ik meen dat de rit naar Bordeaux ging, maar hang me daar niet aan op.

Zo halverwege de koers zwoegde Gerrit op een behoorlijke achterstand achter de kopgroep aan. Aan zijn conditie mankeerde niets, maar de moraal was er die dag niet. Spoedig kwam het automobiel van ploegleider Kees Pellenaars langszij. ‘Gaat het Gerrit?’ vroeg den Pel in volmaakt onverstaanbaar Brabants. ‘Een kippetje met appelmoes’ hijgde Gerrit. ‘Ik mot een kippetje met appelmoes.’ Den Pel was natuurlijk niet voor één gat te vangen en bij de volgende ravitaillering ontving Schulte in z’n etenszakje een half gebraden kippetje met wat appelmoes.

The rest, as they say, is history.

Gerrit leek vleugels gekregen te hebben, verhoogde zijn tempo tot het niveau moordend, nam een aanzienlijke voorsprong en won de etappe (naar Bordeaux?) met overmacht.

Uiteraard bleken na de finish kippetje en appelmoes nog volstrekt onaangeroerd en gereed voor de afvalton in het linnen zakje te zitten. Alles wat Gerrit nodig had gehad was extra aandacht! Aandacht die aan de anderen niet gegeven werd. Een psychologische opsteker! Concurrentievervalsing en dus niets minder dan doping.

Het lijkt me dat het argument concurrentievervalsing hiermee wel afdoende als onzinnig is weggezet.

Het tweede puntje was de schadelijkheid van doping voor de gezondheid.

Wie wel eens de moeite heeft genomen op een willekeurige zondagmiddag in het voetbalseizoen de eerste hulp van een middelgroot ziekenhuis te bezoeken, weet dat sport ongezond en soms zelfs levensgevaarlijk is. De een na de ander wordt kermend of bewusteloos binnen gebracht. Lijdend onder de kwetsuren die hem zojuist bij die ‘gezonde’ sportbeoefening zijn toegebracht. Sport, en zeker wedstrijdsport, blijkt ongemeen slecht voor de gezondheid. Sportbeoefening brengt onze economie jaarlijkse voor tientallen miljoenen aan schade toe, alleen al door het veroorzaakt arbeidsverzuim.

Iedereen kent de tragedies van de sportlui die tengevolge van hun leuke tijdsbesteding met een levenslange kwetsuur verder moeten en hun gedeeltelijke invaliditeit aan de zo gezonde hobby te danken hebben.

En dan maken we ons druk om het gebruik van zogenaamde ‘verboden middelen’ die voor wat betreft de werking (als die er al is) volmaakt onbetekenend zijn vergeleken met de vrolijke cocaïnesnuif van de gevorderde reclamecreatief, of de alcoholafhankelijkheid van de snelle beursman.

Daarnaast: een beetje nuchter economische nadenken leert dat doping niet kan worden uitgebannen en dus maar beter kan worden vrijgegeven. Een verbod zou zuiverend moeten werken en juist niet tot groter gebruik moeten leiden.

Denk even aan de wetjes van vraag en aanbod.

Er is een levendige markt voor doping. Sporters, sponsors, managers, masseurs en artsen blijken steeds weer bereid er flink voor te betalen. De commerciële belangen zijn groot. Het spul wordt gebruikt in het heilige geloof, dat de prestaties erdoor verbeteren en dat de overwinning in de zak is, zeker als je als eerste het (nieuwe) middel gebruikt. Je koopt er dus een concurrentievoorsprong mee.

De vraag naar doping is prijsinelastisch. Succes werkt verslavend en zelfs drastische prijsverhogingen leiden niet tot minder gebruik. Het aanbod reageert op deze koopkrachtige vraag volgens de boekjes. Men levert wat gevraagd wordt, zolang er maar betaald wordt. Het nieuwste van het nieuwste, soms nog in het experimentele stadium en voor andere toepassingen bedoeld, komt langs allerlei kanalen op de dopingmarkt. Ook als die markt illegaal is. Die illegaliteit leidt alleen maar tot meer schaarste, hogere prijzen en vaak slechte kwaliteit.

Omdat de vraag prijsinelastisch is en het aanbod daarop reageert, heeft een radicaal verbod met nog strengere controles en hogere straffen geen enkel effect. Er blijft gebruikt worden, maar onder beroerde omstandigheden: slechte medische begeleiding en weinig of verkeerde informatie, slechte producten die niet of averechts werken met vaak levensbedreigende bijwerkingen, mensonterende toestanden bij dopingcontroles en politie-invallen.

De uitwassen zijn groot en het helpt allemaal geen fluit. Omdat de dopingmarkt niet kan worden uitgeschakeld is het beter om hem helemaal vrij te geven. Dat heeft verschillende voordelen. Om te beginnen wordt het aanbod vergroot omdat de kosten van illegaliteit verdwijnen. Daardoor kan op termijn de prijs dalen. De uitgespaarde kosten kunnen worden gebruikt voor de broodnodige verbetering van de medische begeleiding. Bovendien wordt de markt transparant, waardoor veel meer en betere informatie bij de gebruikers terecht komt. Middelen die niet of averechts werken of met levensgevaarlijke bijwerkingen vallen door de mand. Dopinggebruik zal daardoor van zijn mythe worden ontdaan en er zal een ‘shake out’ van de markt komen. Uiteindelijk zal het gebruik van doping minder maar wel beter worden: meer kwaliteit, meer en betere begeleiding. Door de dopingmarkt niet te verbieden maar juist zichtbaar te maken, kan die markt zijn heilzame werking doen. Ook komt aan de hypocrisie rond dopinggebruik een einde. Sporters weten het van zichzelf en van elkaar, sportofficials en –begeleiders hoeven hun ogen niet meer te sluiten en sportliefhebbers hoeven niet meer in het sprookje te geloven, dat in hun tak van sport niet wordt gebruikt.

Blind Willie Johnson & The West Wing

juli 21, 2007

Blind Willie Johnson, zoon Gijs had het er op 8 maart 2006 al over. Hij vond een stukje dialoog uit de door ons beide zeer bewonderde tv-serie ‘The West Wing.’ Hier klikken en bepaald niet overslaan!

‘The West Wing’ was als serie overigens zo goed dat je hem zonder enig bezwaar meerdere malen kunt zien. Ja misschien zelfs wel moet zien, want bij het opnieuw bekijken valt de gedetailleerde kwaliteit meer en meer op.

Ter illustratie van en aanvulling op Gijs’ website hieronder één van de zeer weinige bewegende beelden van Blind Willie Johnson ‘Trouble Soon Be Over.’

Om het geheel te vervolmaken nog twee scènes uit ‘The West Wing’, hier past de tekst van Frank Sinatra: ‘You can wait along and hope but You’ll never see the likes of them again.’