
Het zal vooral onze oudste zoon uitbundig plezieren dat in de Amerikaanse media een nieuw scenario aangaande de presidentskandidatuur voor de Democratische Partij de ronde doet.
Nu is het ook wel zo’n beetje de tijd voor nieuwe geruchten en nieuwe scenario’s. We staan immers aan de vooravond van de maand april en dat is traditioneel het ‘silly season’ in de jaren van voorverkiezingen. Denk maar even terug: in april 1992 werd Bill Clinton nog voor ‘politiek dood’ verklaard. Zijn achterstand, beweerde men, zou hij nooit meer in kunnen halen! De comeback kid bleek z’n bijnaam echter meer dan waar te maken. En de rest ‘as they say is history’.
Voor wie nog wat verder in de geschiedenis terug wil gaan zijn er meer voorbeelden te vinden. In april 1980 was zo’n beetje heel Amerika er van overtuigd dat Edward Kennedy de Democratische kandidaat worden zou. De geschiedenis wist het beter. Jimmy Carter (de zittende president toen) verwierf met groot gemak de kandidatuur en werd uiteindelijk door Ronald Reagan indrukwekkend verslagen.
Nog een voorbeeld? In april 1964 werd Lyndon Johnson de zekere en onontkoombare kandidaat geacht. Het Vietnamconflict liep nog verder uit de hand. Hubert Horatio Humphrey werd de Democratische kandidaat. Hij deed z’n bijnaam ‘The Happy Warrior’ eer aan en werd nipt door Nixon verslagen.
De einduitslag is dan ook, ondanks alle deskundige voorspellingen in de media, nog verre van zeker. En dat brengt ons bij een mogelijk alternatief scenario voor de verkiezingen van 2008. Zowel Obama als Hillary Clinton lijken af te stevenen op een Democratische conventie waarin geen van beide een verzekerde meerderheid heeft. Slechts de zogenaamde ‘superdelegates’ (=partijbonzen) zouden de doorslag kunnen geven.
Voor de partij zou dit een dramatische ontknoping kunnen betekenen. De uiteindelijke kandidaat, Obama of Clinton, zou in de felle strijd behoorlijk beschadigd geraakt kunnen zijn. Verder is het nog maar zeer de vraag of de aanhangers van de verslagen kandidaat er voor te vinden zouden zijn in november de Democratische overwinnaar te steunen. Een rampje dus in het jaar waarin de kansen om de republikeinen te verslaan zo uitzonderlijk gunstig leken.
En dus komen we bij Al Gore. Kletskoek, zegt u en misschien heeft u nog gelijk ook. Laten we nu eens aannemen dat de leiding van de Democratische partij concludeert dat noch Obama noch Clinton een reële kans maakt in november. Wat als ze nu vervolgens Al Gore eens benaderen en hem vragen de kandidatuur in het belang van de partij en het land te aanvaarden. Barack Obama zou dan kandidaat voor het vice-presidentschap kunnen zijn.
Het aardige is dat, hoe onwaarschijnlijk ook, een Gore-Obama-ticket in opiniepeilingen vrijwel onverslaanbaar lijkt. Tik op Google eens Gore-Obama in, en verbaas u!
Een idioot scenario? Wellicht…maar april is niet alleen het ‘silly season’ het is misschien ook wel een heel ‘silly year’.

















