De Volkskrant, De Telegraaf, Elsevier, Nova en wie al niet berichten ons dat er een crisis in de maak zou zijn rond minister Ella Vogelaar. De minister wordt in staat van beschuldiging gesteld vanwege onhandig optreden in ‘de media’, en het feit dat die zogeheten prachtwijken nog steeds niet gerealiseerd zijn.
Nu ben ik nooit zo tegen wat kritiek op de leden van het nikserige kabinetje Balkende IV. Maar deze aanval op minister Vogelaar dunkt me onredelijk, onrechtvaardig en behoorlijk onfatsoenlijk. Het lijkt me goed dat even uit te leggen.
Door allerhande oorzaken, waarmee het complete internet te vullen zou zijn, is er in het goede Nederland een groot aantal buurten en wijken ontstaan waarin het soms slecht toeven is. Door verwaarlozing, bij elkaar vegen van problematische gevallen en onvoldoende zorg, op nagenoeg alle terreinen, is een vaak onhoudbare situatie gecreëerd. De woningcorporaties dragen daar, naast de overheid, in belangrijke mate verantwoordelijkheid voor.
Oorspronkelijk opgericht om de volkshuisvesting speciaal voor de wat minder draagkrachtigen op een zeer fatsoenlijk peil te brengen, hebben veel van deze corporaties zich volkomen losgezongen van hun oorspronkelijke doelen en hun achterban.
Tot de aardige voornemens van het kabinet behoorde het plan daar nu eens iets aan te doen. En op zich lijkt het dan ook een redelijk idee om die corporaties maar eens te manen een behoorlijke portie van het opgepotte kapitaal in te zetten voor de verbetering van die wijken. Ze – die corporaties – hadden daar, gezien hun papieren doelstellingen, zelf ook wel eens op mogen komen.
Dat betekent natuurlijk niet dat je zondermeer mag verwachten dat die woningmagnaten zonder slag of stoot hun penningen zouden inleveren. Lange, moeilijke en moeizame onderhandelingen mochten verwacht worden en die zijn dan ook niet uitgebleven. Maar er kwam een akkoord! Nog vóór Prinsjesdag 2007 kwam Vogelaar met de corporaties overeen dat deze in de komende 10 jaar ieder jaar 250 miljoen gaan bijdragen aan de pot voor die prachtwijken. Dat akkoord werd niet makkelijk bereikt. Wouter Bos zag kans, midden in het onderhandelingsproces, de sfeer in belangrijke mate te vergallen door de corporaties een aanmerkelijke verhoging van hun belasting, bovenop hun bijdrage, op te leggen. Die belastingverhoging gaat overigens niet naar die prachtwijken, maar Bos had dat geld nodig om de rijksbegroting rond te krijgen.
Vanzelfsprekend zijn met dat akkoord de problemen rond die wijkverbetering nog op geen stukken na opgelost. Dat mocht ook niemand verwachten, het zou naïef en zelfs dom zijn te denken dat een proces van meer dan 20 jaar verwaarlozing in iets meer dan 12 maanden omgekeerd kan worden. Dat wordt nog een hardnekkig gevecht. Dat Vogelaar te verwijten is ongeveer even redelijk als de automonteur te zeggen dat deze niet deugt omdat je autootje uit ’75 nu wat versleten is.
Daarbij komt dat deze minister op het terrein van integratie een ware verademing is na haar voorgangster. Het burka-gezeur wordt daar haar op laconieke wijze gerelativeerd. Aan het bij voortduring met de beschuldigende vinger wijzen naar allerhande nieuwe Nederlanders doet ze verfrissend niet mee. En over het geheel treedt ze volmaakt op volgens de logica van het ‘de boel bij elkaar houden’. Ook blijkt ze een zeer open oog te hebben voor de positieve bijdragen vanuit andere culturen. Verder kapittelt ze ferm haar partijleider Wouter Bos wanneer deze z’n zoveelste zwalk maakt en nu weer eens tot polarisatie wil overgaan. Chapeau dus!
Dat alles komt haar op kritiek te staan van de proleten van ‘Geen Stijl’, en van de grote denkers Jort Kelder en Heleen van Royen. Het zij zo. Van de ‘partijleider’ zou je in zo’n geval verwachten dat deze zijn collega onverkort steunt. Zo niet Wouter Bos. ‘Niet bepaald een erg sterk optreden’ zo besprak de vice-premier Vogelaars optreden tegenover het getreiter van ‘Geen Stijl’. Met zo’n politieke vriend heb je inderdaad geen vijanden meer nodig.
We moesten maar eens achter Vogelaar gaan staan!

Over minister Jacqueline Cramer sprak ik u al een tijdje niet meer. Laten we het maar op mededogen houden. Na m’n eerdere commentaren op de gekte van Hare Excellentie besloot ik, uit overwegingen van medemenselijkheid, er even het zwijgen toe te doen. Dit idee werd versterkt door het nieuws dat inmiddels Dig Istha was ingeschakeld om het ministerieel imago op te vijzelen. Wie deze ‘communicatie-deskundige’ in de arm neemt moet er wel heel beroerd aan toe zijn.
Helaas kan ik deze lankmoedigheid niet volhouden. Niets minder dan het belang der natie vergt dat we het nogmaals over het onlogische beleid van Jacqueline hebben. Je mag per saldo verwachten dat zo’n minister en zo’n regering het beleid op redelijkheid bouwen en aan argumenten de voorrang geven boven emoties die toevallig in de smaak vallen.
Zoals u zult weten is Cramer fel gekant tegen kernenergie. Zo fel zelfs dat ze niet eens wenst te discussieren over de mogelijkheid om nieuwe kernenergie-installaties binnen de landsgrenzen te bouwen. Die weigering wordt onderbouwd met verwijzing naar het feit dat de zeer geringe hoeveelheid radioactief afval niet 100% risicovrij kan worden weggewerkt. Natuurlijk is niets vrij van risico en aanvaarden we die iedere dag. Dijken kunnen doorbreken, het verkeer kan voor ongelukken zorgen en ammoniaktreinen kunnen ontsporen. Maar toch, houdt die grote voorzichtigheid van de minister even vast. Als mevrouw Cramer zo op 100% zekerheid is gesteld mag je immers verwachten dat ze die lijn rigoreus doortrekt.
Daarom verbaasde het me een paar weken geleden zo dat Jacqueline met veel enthousiasme – haar handelsmerk – bij een kolencentrale op de Maasvlakte een heuse afvanginstallatie voor voor CO2 (=kooldioxide) opende. Die kooldioxide komt vrij bij het verbranden van steenkool en wordt er door velen van verdacht de voornaamste oorzaak van de opwarming van de aarde te zijn. In de door Cramer geopende installatie wordt dat CO2 zogezegd ‘afgevangen’. Daarna moet het natuurlijk opgeslagen worden, want als je kooldioxide zomaar loslaat is dat levensgevaarlijk en vallen er doden bij bosjes. En er komt nogal wat van die giftige troep uit steenkool. Uit één kilo steenkool komen maar liefst drie kilo’s CO2. Niet bepaald voor de poes dus.
Nu wil het geval dat er voor de opslag van die kooldioxide nog geen oplossing is. Komt dat verhaal u niet bekend voor? We kunnen het dus nog niet eens goed opslaan, op dat terrein zijn we veel minder ver dan bij het veilig stellen van radioactief afval. Een goede oplossing voor die opslag van kooldioxide zal op z’n minst nog enige tientallen jaren op zich laten wachten. De minister meet dus, met haar enthousiasme voor die afvanginstallatie, met twee maten! En vergeet vooral het enorme gevaar van die kooldioxide niet. In 1986 ontsnapte bij het Nyosmeer in Kameroen een bel van dit gas. Helaas – uw weet het nog van de schoolbanken – het spul is zwaarder dan lucht. Het gevolg was er dan ook naar. Een dodelijke deken van kooldioxide rond het meer. Meer dan 1700 doden.
Lijkt me een weinig geruststellende gedachte voor al die Groningers. Want volgens de plannen wil de regering daar dit spul in de grond gaan stoppen. Zouden we nu misschien toch nog eens naar kernenergie kunnen gaan kijken?

Eindelijk dan heel voorzichtig: Terrasjesdag. Gisteren vierden we de eerste gelegenheid dit voorjaar om zonder bezwaar op een terrasje te kunnen plaatsnemen. Alhoewel – zoals op de foto zichtbaar is – het aantal bezette tafeltjes op de Antwerpse Ossenmarkt nog wat te wensen overliet, hebben we ons deze uitstap bepaald niet laten ontgaan. (Meer…)