
De Tour van dit jaar kan me vooralsnog gestolen worden. Door de dwaze dopingjacht ontbreken grote favorieten en de strijd speelt zich af tussen middelmatige coureurs, die elkander in kracht weinig schijnen te ontlopen. Weliswaar pogen de reporters ons diets te maken dat het spannend en enerverend is, maar een voetbalmatch tussen 11-jarige welpjes doet een groter aanslag op m’n zenuwgestel.
De voorzienigheid beware overigens al die dopingjagers voor het moment dat zal uitlekken dat ook in het huidige peloton stimulantia worden gebruikt. Van tweeën één of dit bericht bereikt ons binnenkort óf er rijdt in de tourkaravaan een gigantische doofpot mee.
Drama, dat is wat we van een beetje Tour de France verwachten. Titanenstrijd tussen mastodonten! Waar bleven ze? Gimondi, Gino Bartali, Fausto Coppi, Charlie Gaul (de engel der bergen), Federico Bahamontes (de adelaar van Toledo), Louison Bobet, Jean Robic (de lelijkste coureur ooit). En dan de grote Nederlanders zoals Wout Wagtmans, Gerrit Schulte en vooral Wim van Est (…hij viel in het ravijn, zijn hart stond stil, maar zijn Pontiac liep nog, Pontiac tiktak).
Voor wat betreft die doping trouwens…de mening van artsen en deskundigen wil nog al eens verschuiven. Op de foto hierboven ziet u een opname uit de Tour van 1920. De renners staan op het punt de beklimming van een forse col te beginnen. Op advies van hun verzorgers in artsen preparen ze de longen voor het zware karwei. Hoe? Kijk goed! De ridders van de weg steken een ‘cigarette’ op, nu iets bijzonders…toen de gewoonste zaak van de wereld.
Voor een verstandig woord over doping: hier!.