
Gerrit Zalm ontving vorige week een eredoctoraat van de VU in Amsterdam. Niet vanwege z’n gulle lach, als u dat mocht denken, maar om z’n prestaties voor onze economie als Minister van Financiën.
Op dat laatste valt nogal wat af te dingen. Er zijn nogal wat economen die Zalm ronduit de slechtste Minister van Financiën sinds de Tweede Wereldoorlog vinden. Toen onze economie zo rond 2000 draaide als een tierelier vond de goede Gerrit het nodig om de belastingen nog eens wat omlaag te gooien. De kiezer moet je te vriend houden, niet waar? Die verlaging voegde wel heel weinig aan de welvaart toe en bovendien raakte de economie oververhit: een grotere vraag op de arbeidsmarkt en een kostenniveau dat de export behoorlijk in de weg zat. Een populaire minister dus, die meer kwaad dan goed deed.
Er is vaker geduvel over ’s lands financiën. Ooit had ons aardige landje kort een Minister van Financiën die Frans Andriessen heette. Van economie en overheidsfinanciën wist de man niet bijster veel. Een redelijke jurist scheen hij wel te zijn. Gesteld voor een scherpe economische teruggang wist de kersverse excellentie niet beter te doen dan draconische bezuinigingen te eisen. Door één van zijn medeministers (Arie Pais) erop gewezen dat dit volgens de economische theorie zo ongeveer het stomste was wat je zou kunnen doen, repliceerde Andriessen ‘Met die theorieën van Keynes heb ik niets te maken’. Keynes sprak hij uit als kiennes. De bekwame econoom Pais gaf daarop terug ‘Je spreekt het uit als Keynes, dat rijmt op brains…als je wél weet wat dat is’. Niet lang daarna trad Andriessen gekwetst af en scoorde het kabinet Van Agt I een record tekort op de overheidsbegroting. Dat is het kabinet zwaar verweten. Ten onrechte, we kunnen er nog steeds dankbaar voor zijn, het heeft ons veel scherpe kantjes van de toenmalige recessie bespaard.
Keynes is weer zeer in de mode. Zijn voornaamste les bestaat eruit dat wanneer paniek burgers en bedrijven er toe drijft de hand op de knip te houden, het de taak van de overheid is om door scherp in doelgericht te investeren de economie te stimuleren en aan de gang te houden. Bij voorkeur moet de overheid die investeringen doen in zaken van algemeen nut, zoals infrastructurele werken, onderwijs, gezondheidszorg. Maar ook uitgaven in andere sectoren behoren zeker tot de mogelijkheden. Het gaat er daarbij steeds om besteedbaar inkomen voor de bevolking en het bedrijfsleven te genereren. Simpel gezegd: geen bedrijf kan bestaan zonder afnemers en om afnemer te kunnen zijn is geld noodzakelijk.
Daarnaast behoort het, alweer volgens Keynes, tot de taak van overheid om economische stabiliteit te bevorderen door vaststellen van de rentevoet en het verhogen of verlagen van de belastingen naar gelang van de economische situatie.
Kortom inhouden als de economie op volle toeren draait en gas geven wanneer het minder gaat.
Het lijkt er sterk op dat dit nu precies is wat de Nederlandse regering van plan lijkt. Aandrang van ondermeer de VVD om sterk te gaan bezuinigen heeft men tenminste tot dusverre weerstaan, de rentevoet is wat omlaag, de financiële instellingen worden ondersteund. Het wachten is nog op extra investeringen.
Wat te vroeg nog voor een eredoctoraat dus, maar voorlopig doet Bos het wat beter dan zijn voorganger. Kwaliteit heeft maar heel weinig met lange duur te maken.