
Wij kunnen – als lezertjes van de Gazet van Antwerpen – aan dit artikeltje niets ontlenen aangaande de vraag of het hier een – in Nederland zozeer geliefde – Belgenmop betreft.

Wij kunnen – als lezertjes van de Gazet van Antwerpen – aan dit artikeltje niets ontlenen aangaande de vraag of het hier een – in Nederland zozeer geliefde – Belgenmop betreft.

Gelukkig kan ‘Une Journée Bien Remplie’ u nog voor het definitieve afscheid van 2008 prachtige foto’s van kleindochter Tara presenteren. Gisteren was de kleine meid exact 9 maanden en één week jong.
Nu is het ons bekend dat grootouders – soms nog meer dan ouders – de faam hebben hun kleinkinderen als absoluut uniek en onovertroffen te zien. We kunnen u meedelen dat ook deze Antwerpse grootouders die mening zijn toegedaan. De feiten spreken wat dat betreft nadrukkelijk in ons voordeel. En in het voordeel van de kleinkinderen natuurlijk.
Zeg nu zelf: 9 maanden en één week! Kijk eens naar die uitdrukking op dat gezichtje en laat je imponeren door die wel zeer sprekende ogen. Het lijkt er toch wel heel sterk op dat we hier te doen hebben met een zeer blije wereldburger en een heel eigen mening in aanbouw.
Moeder Elles en vader Rob ziet u op de plaatjes ook nog even langskomen, beide hebben een niet te missen persoonlijkheid … maar zie eens met welk gemak onze kleindochter de show steelt.





Het zijn donkere tijden vrienden. Onheilspellende berichten aangaande de toestand der financiën razen onophoudelijk door de rijkelijk verspreide media. Het land poogt zich – bij het ontbreken van een regering – manmoedig overeind te houden. De kwaliteit van het voetbal alhier laat veel te wensen over en buiten is het onbehaaglijk koud.
Wat moet dat wel worden in het ras naderende nieuwe jaar?
Eén caféhouder te Zwijndrecht (iets westelijk van het goede Antwerpen) ziet de toekomst vrolijk tegemoet. Kennelijk vermoedt de man dat Obama het medicijn tegen alle kwalen zal blijken te zijn. Enfin, mocht u iets voor een feestje voelen op 1-1-2009, dan weet u nu waar u terecht kunt.
Opvallend is overigens het beeldrijm met wat een tekenaar van het regeringsbeleid dacht.


Je ziet het vaker. Mensen hebben een verantwoordelijke baan gehad, moesten zware en moeilijke besluiten nemen. Dan, op een toch nog onverwacht moment, komt het moment dat de derde levensfase aanbreekt. Een nieuwe start … eindelijk kan opa/oma tot rust komen en de zaken uit een veelbewogen leven op een rijtje zetten.
Helaas, maar al te vaak moeten we er getuige van zijn dat de plotselinge ontspanning een merkwaardige invloed heeft op de denkkwaliteit van de zojuist tot rust gekomen pensionado. Diens hersens lijken in hoog tempo tot yoghurt over te gaan.
Een recent voorbeeld van trieste aftakeling is Herman Wijffels.
In de laatste weken rees er al wat twijfel (zullen we dat voortaan wijffelsen noemen, is weer wat anders dan swaffelen?) toen Herman meedeelde dat het kapitalisme aan z’n eind gekomen was. En dat was maar goed ook! Opmerkelijk voor iemand die achtereenvolgens topman van de Rabobank, voorzitter van de SER en bewindvoerder van de Wereldbank was. Je zou hopen dat zo iemand die mooie mening hardop uitgesproken had toen hij nog verantwoordelijkheid bij die instellingen droeg.
Nog doller maakt Wijffels het als oud-informateur van het huidige kabinet.
In de laatste anderhalf jaar liet Wijffels ons aangaande die kabinetsinformatie achtereenvolgens weten:
1. Over een onderzoek naar het politiek steunen, door het vorige kabinet Balkenende, van het Amerikaanse Irak-avontuur is in de informatie NIET gesproken.
2. Over een onderzoek naar het politiek steunen, door het vorige kabinet Balkenende, van het Amerikaanse Irak-avontuur is in de informatie WEL gesproken. Besloten werd de afspraak dat er geen onderzoek komen zou NIET in het akkoord te vermelden.
3. Over een onderzoek naar het politiek steunen, door het vorige kabinet Balkenende, van het Amerikaanse Irak-avontuur is in de informatie INTENSIEF gesproken. Besloten werd de afspraak dat er geen onderzoek komen zou NIET in het akkoord te vermelden. Jan Pronk zou geen PvdA-voorzitter moeten worden, want dan zou zo’n onderzoek tóch geëist worden en kwam het kabinet in gevaar.
4. Op 27-12-2008 meldt het ANP: “Oud-informateur Herman Wijffels vindt dat er alsnog een onderzoek moet komen naar de Nederlandse steun voor de oorlog in Irak.”
Als goed CDA-lid zal Wijffels ongetwijfeld bekend zijn met de verzuchting ‘Heer, plaats een wachter voor mijn mond…’.
Dat onderzoek had er al lang behoren te zijn, maar je zou bijna medelijden met Balkenende krijgen.


Kunnen we het er over eens zijn dat dit een gruwelijke foto is? De gelegenheid herinner ik me al te goed: Het traditionele kerstdiner van de uitgeverij waar ik – toen m’n haar nog stukken donkerder was – de hypotheek bijeenscharrelde.
Eén van de slechte gewoonten binnen dat bedrijf bestond er uit om iedereen die iets met de leiding uitstaande had eens per jaar in ‘black-tie’ te laten uitrukken. De avond werd dan vermoord door speeches van nagenoeg alle aanwezigen. Doel van zo’n toespraakje was om – onder verwijzing naar de kerstgedachte – de eigen voortreffelijkheid breed uit te meten. De meneer die u links naast me op de foto ontwaart was daar een ongeëvenaarde meester in. De kwaliteit van het voedsel had onder al die redenaarskunst nogal te lijden. Ik herinner me zeer wel dat we na zo’n galabijeenkomst ter bijvoeding de FEBO bezochten om aldaar een aantal eveneens uitgehongerde lotgenoten te ontmoeten.
Mijn verwrongen gelaat op het fotootje drukt geen vreugde of amusement uit. Gepoogd werd slechts met de moed der wanhoop een opkomende schele hoofdpijn voor te blijven.
Er heeft nog een tijdje een versie van dit plaatje gecirculeerd waarop het matje onder mijn voetjes was weggeretoucheerd. Het effect van die kwalijke ingreep was dat uw dienaar als een ogenschijnlijke buikspreekpop tussen de beide andere types kwam in te hangen. Het is de vraag of zoiets bevorderlijk is voor carrière en/of reputatie.
Nog een drietal plaatsjes van kerstdiners (wees steeds blij dat u er niet bij moest zijn!) volgen hieronder. Twee zaken vallen op. In de eerste plaats trekt het uiterlijk met het verstrijken der jaren wel ietsjes bij. Daarnaast valt de afwezigheid in mijn blik op. Kennelijk overheerst steeds de wens elders te zijn.



Het is onaannemelijk dat ik alleen zijn zou in door de jaren gekweekte afschuw van de decemberse feestdagen. Feitelijk blijft het een raadsel waarom op 2 januari de couranten niet volledig gevuld worden met berichten omtrent moord en doodslag, uitsluitend gepleegd om aan de benauwende ‘feestdagen’ een eind te maken.
Mocht u in de komende dagen de gelukzalige familieband willen ontvluchten (mijn zegen heeft u!) weet dan dat te Wenduine (nabij De Haan, de prins der badsteden) op 26 december vanaf 15.00 uur de Tarpoenvissers hun aloude sprotjesfeest houden. Levende sprotjes worden aldaar feestelijk tot lekkernij gegrild, waarna u deze gratis en voor niets (met Hollanders is rekening gehouden) kunt degusteren.

Stel u voor een regenachtige novemberavond. Een drietal duidelijke Aziatische zeelui doet een beroep op u om hen de weg te wijzen naar de woning van een aantrekkelijke dame die hen uitgenodigd zou hebben. Alles waarover ze bezitten om in de vreemde stad niet verdwaald te raken is een stukje karton waarop de vrouw haar adres geschreven heeft: Kloosterstraat 15.
Een onderwereldtype dringt zich het gesprek binnen en maakt aanstalten de zeelui mee te tronen naar een wel zeer dubieus etablissement. Eén ding is u zeer duidelijk. De beloofde dame zullen ze daar niet treffen, maar van hun schamele geld zullen ze – desnoods met wat gedreig – afgeholpen worden.
Wat te doen? Een confrontatie met het rapaille is onverstandig. U zou zeker het onderspit delven. Dan het maar voorzichtig geprobeerd: ‘U schijnt de stad niet goed te kennen’. Die Kloosterstraat ligt immers duidelijk de andere kant op.
Het is het begin van misschien wel Elsschots populairste werk. De zwerftocht door het nachtelijke Antwerpen die volgt is in 1946 onder de titel ‘Het Dwaallicht’ vereeuwigd.
Het boek verheugt zich al sinds het verschijnen in een niet aflatende en toenemende belangstelling. Er wordt nog steeds veelvuldig over geschreven en de Dwaallichtwandeling in Antwerpen is ongekend populair. Het verhaal van de zoektocht van Laarmans en zijn ‘drie zwartjes’, naar de mysterieuze Maria van Dam, is dan ook van een ontroerende schoonheid.
De tocht van de vier mannen is meermaals gereconstrueerd, met min of meer dezelfde uitkomst: veel is er terug te vinden, enkele twijfels blijven.
Dick Matena legt niet alleen het literaire verhaal maar ook de wandeling nu voor het eerst in beeld vast: op schitterende wijze brengt hij het Antwerpen van vlak voor de oorlog tot leven. Want de Stad is zonder twijfel een van de hoofdpersonen. Net als bij Kaas bevat deze beeldroman de volledige tekst van het origineel.