
Iets meer dan twee jaar wonen we nu in het hartelijke en gastvrije Antwerpen. En hoewel de Nederlandse grens slechts enkele tientallen kilometers van onze voordeur verwijderd is, begint de mentale afstand enigszins voelbaar te worden.
Dat merk je vooral doordat zaken, waarover je een tijdje geleden in hevige opwinding zou zijn geraakt, nu slechts leiden tot een meewarig grijns of een licht schouderophalen.
Het ‘geval-Wilders’ is misschien een aardig voorbeeld.
Een jaar geleden zou ik nog uitvoerig meegegaan zijn in de heibel waarover de vaderlandse zenders en kranten berichten. Allemaal na die gerechtelijke uitspraak dat het Openbaar Ministerie Wilders moet vervolgen voor z’n uitspraken. Kolommen worden er over gevuld. Wilders partijtje stijgt er zelfs door in de peilingen. Afshin Ellian (de marionettenspeler die eerst Hirsi Ali en daarna Jami aan zijn touwtjes had) gaat uitgebreid tekeer over zoveel onrecht. Mark Rutte wil zelfs de bepalingen over het aanzetten tot haatzaaien en discriminatie uit de wet halen. Ruzie in de zandbak kortom.
Sommigen maken het daarbij heel bont. Ellian bijvoorbeeld laat ons via De Volkskrant weten dat het vervolgen van Wilders betekent dat nu niets ons meer scheidt van de tirannie. Ik verzin die onzin niet, Ellian schreef dat. U kunt het nalezen in de krant van 26 januari 2009 op pagina 7.
Wat is er nu eigenlijk helemaal aan de hand?
Geert Wilders deed tal van omstreden uitspraken, die ik hier niet allemaal ga herhalen. Ze komen neer op kritiek op de koran, kritiek op de islam, kritiek op de profeet Mohammed, kritiek op moslims en kritiek op vreemdelingen in het algemeen.
Sommigen hebben zich door die uitspraken beledigd of gekwetst gevoeld, anderen zagen er het zaaien van haat en aansporingen tot discriminatie in.
Vanuit m’n Belgische afstand lijkt me zo’n rechtszaak prima. De wetjes die haatzaaien enzovoort verbieden bestaan sinds de jaren ’30 van de vorige eeuw en werden voor het laatst herzien in de jaren ’70. Geen enkele parlementariër (ook niet Wilders, Kamerlid sinds 1998 ) heeft ooit geopperd dat stukje wetgeving te verwijderen. Ook heeft de politiek kamerbreed uitvoerig – en terecht – betoogd dat we in Nederland dit type kwesties niet met geweld oplossen. Wie aanstoot neemt dient in geen geval het recht in eigen hand te nemen. In Nederland leggen we deze zaken aan de rechter voor.
De verontwaardiging van Wilders cs. lijkt me dus sterk overdreven.
Natuurlijk betekent dat niet dat die klagers ook hun zin zullen krijgen en dat Wilders op alle punten zijn zaak zal verliezen. Dat lijkt heel onwaarschijnlijk. De klachten over belediging zullen – vermoed ik – uiteindelijk weinig kans maken. De hoogste Europese rechter heeft al meerdere malen laten weten dat belediging bij het uiten van een mening niet strafbaar is.
Waar Wilders wel een aanmerkelijke kans loopt om het schip in te gaan is bij uitspraken van het type:
Vraag: ‘Dus er is een verband tussen de islam en criminaliteit?’ Antwoord: ‘Absoluut. De cijfers tonen dat aan. Een op de vijf Marokkaanse jongeren staat als verdachte bij de politie geregistreerd. Hun gedrag vloeit voort uit hun religie en cultuur. Je kunt dat niet los van elkaar zien. De paus had laatst volkomen gelijk: de islam is een gewelddadige religie.’
‘Ik vind wel dat er minder moslims moeten zijn in Nederland. Ik vind de ideologie van de islam abject, fascistisch en fout.’
‘Niet uit haat, maar uit trots en zelfbehoud van onze Nederlandse identiteit en onze westerse waarden. Verdedig ik een immigratiestop uit islamitische landen.’
‘Waarom durven wij niet te zeggen dat moslims zich aan ons moeten aanpassen, omdat onze normen en waarden nu eenmaal van een hoger, beter, prettiger en humaner beschavingsniveau zijn? Niks integratie, assimilatie! En laat daarna de hoofddoekjes maar wapperen op het Malieveld. Ik lust ze rauw.’
‘Ik zou niet graag willen dat een groeiend aantal mensen, wellicht in de toekomst een meerderheid, van de bevolking of van een kabinet uit moslims bestaat.’
‘Natuurlijk is het niet acceptabel als de grote steden in Nederland in meerderheid niet-blanke steden zijn.’
Met deze en soortgelijke uitspraken wordt geen discussie over de inhoud en waarde van een religie gevoerd, maar hier wordt een groep mensen om hun geloof of nationaliteit apart gezet en wordt een aparte behandeling van die groep bepleit. Daar is een werkwoord voor: discrimineren.
Het lijkt me – ook vanuit België – nogal vergezocht om huilerig te weeklagen dat men monddood zou worden gemaakt door een verbod om mensen om hun geloof of afkomst te discrimineren.