
Veranderen gaat soms heel snel. Nog maar heel kort geleden stond het land bol van hevige discussies over integratie, islam, asielzoekers, vreemdelingen, buitenlanders en ga zo nog maar even door. Helemaal zijn die onderwerpen niet van het toneel verdwenen, maar ze beheersen de media bepaald niet volledig meer. We hebben met z’n allen (het hemd is zogezegd nog steeds nader dan de rok) een nieuw onderwerp gevonden. WAT DOEN WE AAN DE FINANCIELE CRISIS?
Teneinde met zo weinig mogelijk schade door deze lastige periode te komen, worden in de vaderlandse politiek twee verschiilende ‘soorten’ van aanpak bepleit. De ene (in mijn ogen verstandige) richting beweert dat dit het moment is om grootscheeps te investeren in wegen, woningen, publieke werken, cultuur, onderwijs en gezondheidszorg. Dat levert werkgelegenheid op en we worden er allemaal beter van. Bovendien is een aantal van die zaken toch al zeer dringend aan een grote verbeter- en opknapbeurt toe.
De andere richting is niet tegen investeren, maar vindt toch vooral dat de staatsschuld niet mag toenemen. We mogen niet ‘potverteren’, ‘het huishoudboekje moet sluiten’, we moeten ‘de tering naar de nering zetten’, en vooral we ‘mogen de komende generaties niet opzadelen met onze schuld’.
CDA en VVD (de laatste het hevigst) hebben dit ‘broekriem-aanhalen-dogma’ zo’n beetje tot strijdleuze verheven. En tot m’n verbazing sloot van de week Alexander Pechtold (anders vaak redelijk verstandig) zich bij deze onzin aan.
Electoraal hebben dergelijke kreten natuurlijk voordelen. Het klinkt nobel om onze kinderen vooral alleen maar leuke dingen na te laten. Bovendien begrijpt zelfs de meest onbenullige oen de logica van het huishoudbudget nog wel. Je zou alleen van politici, die wat langer hebben nagedacht, mogen vragen dat ze de bevolking correct voorlichten. Op deze manier gaat het debat over de crisisaanpak volmaakt de mist in.
Daarnaast: de bezuinigingsaanpak is als remedie zowel in de jaren ’30 als in de jaren ’80 al uitgeprobeerd. In beide gevallen staat vast dat de crisis er uitsluitend mee verdiept en verlengd werd!
Wat vooral de discussie vertroebelt is het op één lijn stellen van privé-schulden met overheidsschulden. Die vergelijking doet het uitstekend op tv en in de krant, maar het verduistert de werkelijkheid.
De voorstanders van de bezuinigingskoorts (Donner, Rutte, Balkenende en nu ook Pechtold) verliezen (behalve de ervaringen uit de jaren ’30 en ’80) nogal wat uit het oog. De fatale fout in de redenering bestaat er uit dat een schuld van de staat op dezelfde wijze bekeken wordt als de schuld van een individu. Een mens moet nu eenmaal door het leven met de zekerheid dat hij/zij maximaal na zo’n jaar of 70/80 het tijdelijke met het eeuwige verwisselt. De staat heeft in beginsel het eeuwige leven. Bij alle afspraken over privé-schulden wordt met de korte duur van ons bestaan rekening gehouden. Bijvoorbeeld uw hypotheek dient u in zo’n jaar of 30 af te lossen en de hypotheekgever zal u ook verplichten een levensverzekering als zekerheid af te sluiten, als u tenminste geen zeer waardevol onderpand hebt. Hetzelfde geldt wanneer u op een andere manier geld lenen wilt. Steeds zal er in betrekkelijk korte tijd afgelost dienen te worden, terwijl er ook altijd voorzieningen moeten zijn voor het geval u dood gaat of arbeidsongeschikt raakt.
Bij de staat ligt dat anders: zolang schuld kan worden geplaatst bij de private sector kunnen de lasten tot in het oneindige worden doorgeschoven. De overheid gaat niet dood en kan telkens aflossen en onmiddellijk weer lenen. Die overheid betaalt weliswaar een rente, maar hoeft zich niet te bekommeren om de eindigheid van het bestaan.
Het argument van de demagogische politici, dat het van slecht rentmeesterschap getuigt om de toekomstige generatie op te zadelen met schulden, is dan ook voos. Herinnert u zich maar even de eenvoudige lesjes boekhouden uit uw jonge jaartjes. Voor de totale economie zijn de schulden van de staat namelijk NUL. Tegenover de schulden staat namelijk een precies even grote vordering. En tegenover die zogeheten schuld van elke pasgeboren baby (het voorbeeld van Rutte, Pechtold en Van Geel) staan dan ook de steeds de vorderingen van diezelfde baby op al die prachtige voorzieningen en diensten waarin zo mooi geinvesteerd is.
Wat onze wat zogeheten leiders dus ‘per ongeluk’ niet vertellen is dat onze erfgenamen logisch geredeneerd ook verplichtingen/schulden aan de huidige generatie hebben. Gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur, groenere energievoorziening het zijn allemaal zaken waarin deze generatie investeert. Van veel van die inspanningen zullen wij (de investeerders!) zelf het minste profijt trekken. Het is dan ook niet meer dan redelijk van onze kinderen en hun kinderen (enzovoort) te vragen hieraan te zijner tijd een financiële bijdrage te leveren. Per saldo (!) is het bepaald logisch om van degenen die van al die voorzieningen en zegeningen verreweg het meest zullen profiteren enige inspanning voor al die weelde te vragen. Natuurlijk allemaal in het redelijke en ook dan rekening houdend met het te genieten voordeel en de financiële draagkracht.










