
Mooie dagen gevuld met aangenaam weer, een fraaie gelegenheid voor kleinzoon Christopher om de natuur eens op z’n gemak te verkennen. Genieten, zo te zien … ook voor de trotse grootouders. Het wordt meer en meer een dapper wandelend kereltje.





Mooie dagen gevuld met aangenaam weer, een fraaie gelegenheid voor kleinzoon Christopher om de natuur eens op z’n gemak te verkennen. Genieten, zo te zien … ook voor de trotse grootouders. Het wordt meer en meer een dapper wandelend kereltje.





Een oud Chinees spreekwoord schijnt te beweren dat je voorzichtig moet zijn met wat je wenst. Nu denk ik niet heel vaak aan oude Chinese spreekwoorden, meestal zijn ze verzonnen door een hedendaagse schrijver die op puntige wijze schijnbare diepte aan zijn verhaal wil geven.
Toch schoot die oude Chinese wijsheid me te binnen toen ik vernam van het voorstel van Mark Rutte en Atzo Nicolaï om de vrijheid van meningsuiting voorrang te geven boven het verbod tot belediging, discriminatie en haatzaaien.
El-Moumni en Van Dijke dacht ik. De imam en het kamerlid die als mening gaven tot homoseksuelen respectievelijk gelijk aan honden en criminelen zouden zijn. Wie riepen er in de Tweede Kamer ook alweer op deze beide heren voor de rechter te brengen? U raadt het: de fractie van de VVD.
Wie betoogden er nog zeer onlangs dat Eddaoudi geen geestelijk verzorger in de krijgsmacht zou mogen worden, vanwege opmerkingen strijdig met hun waarden en normen? Juist, alweer de fractie van de VVD.
Op 10 mei 2005 stemde de VVD-fractie (en trouwens ook Geert Wilders) in de Tweede Kamer vóór een motie die de regering vroeg haatzaaien, racisme en discriminatie strenger en actiever te vervolgen.
Het wekt op z’n minst de schijn dat de VVD die absolute vrijheid om te beledigen en kwetsen pas van belang vindt wanneer de soms groffe aanvallen op aanhangers van de Islam aangepakt dreigen te gaan worden.
Zelf keer op keer zulke lange tenen tonen … ‘Als de vos de passie preekt, boer pas op je kippen’, da’s dan een Oudhollands spreekwoord.

Binnenkort (nog zo’n anderhalve week) mogen u en wij weer onze stem uitbrengen voor het Europese Parlement. De partijen verzekeren ons enthousiast dat speciaal nú hun aanwezigheid in dat parlement van het grootste belang is. Er staan belangrijke zaken te gebeuren, denk eens aan de economische crisis, de internationale bestrijding van de criminaliteit en het bestrijden van terrorisme.
Na al dat fraais gehoord en gelezen te hebben is het bijna onvermijdelijk dat je door wat twijfeltjes beslopen wordt. Immers nu juist wat die economische crisis betreft kunnen verschillende landen geen overeenstemming over welke aanpak dan ook bereiken. Dat zelfde geldt ook voor dat zogeheten terrorisme: veel ronkende taal, maar weinig of niets concreets. En wat betreft die criminaliteit feitelijk van hetzelfde laken een pak(je).
Ook vraag je je steeds weer af waarom al die partijen naar dat Europese Parlement standvastig figuren van het 3e en 4e garnituur afvaardigen. Als al die daar spelende kwesties van zo’n groot belang zijn, dan is dat toch wat eigenaardig.
Overigens, begrijp me goed, ik ben een redelijke voorstander van verdere Europese integratie. Van nationale sentimenten zag ik nog nooit veel behoorlijks tot stand komen, nationale identiteit is tegenwoordig meestal een alibi om anderen te mogen discrimineren en het vrije verkeer van personen & goederen levert ons allemaal, door de bank genomen, veel plezier op. Ook mogen we – denk ik – niet uit het oog verliezen dat het Europese recht in veel gevallen een zegening is voor diegenen die niet aan de toppen van de macht staan.
Eigenlijk echt geschokt ben ik in deze campagne maar van één ding, en dat is D66. Die club voert van alle partijen de meest pro-Europese campagne. Dat is zondermeer hun goed recht, maar toch verbaast het van de partij die zich als geen ander profileert als de Nederlandse referendumpartij. Je zou toch van zo’n club mogen verwachten dat ze waarde toekennen aan de uitspraak van 61% van de Nederlandse kiezers die tegen de Europese grondwet waren.
Geen woord over dat alles van D66, geen enkele uitleg waarom ze die overweldigende meerderheid van de kiezers aan hun laars lappen. Natuurlijk ze mogen in de club van Pechtold daar een andere mening over hebben, maar het minste wat je van de pleitbezorgers van het referendum mag verwachten is dan toch wel dat ze behoorlijk uitleggen.
Met roepen ‘Wij zijn de enige partij voor Europa’ kun je niet verhullen dat je lak hebt aan de kiezer wanneer je dat even wat beter uitkomt.
Beschamend!

Gerrit Zalm is een geslepen onderhandelaar en een slim strateeg. Hij kent als weinigen de weg in de toppen van de financiële wereld. Als Minister van Financiën gaf hij er al veelvuldig blijk van de kunst van het schijnbaar moeiteloos resultaten scoren wel zeer behoorlijk te beheersen. Eigenlijk vallen er in zijn hele politieke loopbaan maar twee duidelijke minpunten aan te wijzen. Als kortstondig fractievoorzitter bleek hij geen succes en oratorisch kanon. En zijn lastenverlaging op het hoogtepunt van de economische boom was een misrekening. Voor het overige voegde Zalm succes aan triomf toe. Hij wist bovendien de ambtelijk staf van het departement tot een loyale en geoliede machine te kneden. Geen geringe prestatie na zijn voorganger, de chagrijnige, norse en eenzelvige Kok, die met zijn habituele zure gesnauw maar op weinig interne waardering kon rekenen.
Als nieuwe topman van ABN-AMRO staat Zalm voor een helse taak. Na de deconfiture van de verkoop aan het Belgische Fortis en het autoritaire bewind van de hautaine Rijkman Groenink zijn de problemen uiterst gecompliceerd.
Zalm moet van het nieuwe ABN-AMRO een conservatieve bank maken, zonder investmentbank, verzekeringstak en buitenlandse afdelingen en zonder de mogelijkheid tot overnames. Daarnaast moet de organisatie van Fortis-Nederland in ABN-AMRO geïntegreerd worden. Er moet met de Royal Bank of Scotland een deal gesloten worden over de verdeling van de zakelijke cliëntèle. En op last van de Europese Commissie moet ongeveer 10% van de ABN-AMRO organisatie aan anderen te worden overgedaan. Dit laatste om de concurrentieverhoudingen hanteerbaar te houden.
Daarbij komt dan nog dat Zalm zijn taak begint met twee grote handicaps, alsof de problemen zo al niet groot genoeg zijn. In de eerste plaats wordt hij door het huidige management ervaren als door de overheid geparachuteerd. En ook zijn vorige werkkring bij DSB wordt binnen de bankenwereld nogal laten we zeggen ‘afstandelijk’ bekeken.
Wie ooit de integratie van twee niet eens zo grote organisaties heeft mogen/moeten gadeslaan, beseft dat ragfijn spel benodigd zal zijn. En een integratie van twee reuzen én een ontvlechting én een gedeeltelijke herverdeling van de markt gaat nagenoeg ieders krachten te boven. Zonder de loyale steun van het huidige management van de bank zal die formidabele taak tot mislukken gedoemd zijn.
De slimme Zalm heeft aan die interne twijfels – ben je er nu één van ons of ben je van de staat? – gisteren met een ogenschijnlijke fout vrijwel definitief een eind gemaakt. Die fout bestond uit ogenschijnlijk per ongeluk voor zijn beurt spreken.
Zalm verlangde van minister Bos verdergaande financiële ondersteuning van ABN-AMRO in deze lastige tijden. Bos boos … ‘daar gaat Zalm niet over, dat is een zaak van minister en kamer.’
Dat Zalm dit als langstzittende Minister van Financiën niet zou weten gelooft niemand. Het foutje is dan ook van deze gewiekste strateeg en onderhandelaar beslist onvoorstelbaar. Maar het gevolg is wel dat ook intern iedereen nu zal beseffen: hij is van ABN-AMRO en dáár ligt zijn loyaliteit.
Op het juist moment met een foutje (oeps!) hard zijn, Il Duro noemden ze hem in Italië niet voor niets.
Het zal de oude dag wel zijn, de tekenen van weekhartigheid nemen toe. Zo volg ik de berichten omtrent het in de Antwerpse Zoo geboren olifantje. Een belangstelling die in de nauwe kring van verwanten wellicht enige verwondering teweeg zal brengen.
Kai-Mook is de naam die het prille beestje ontving. Vergis u niet in de mate van beschaafde opwinding die alhier heerst! Ter verhoging van de feestvreugde werd Kai-Mook gisteren officieel opgenomen in de registers van de burgerlijke stand, een kleine ceremonie die werd opgeluisterd door de officiële aanwezigheid van de Antwerpse burgemeester en de Vlaamse minister-president.
