
Café Hof ter Beke in de Antwerpse Markgravelei is een café zoals een café hoort te wezen. Geen overdadige opsmuk, geen verantwoord interieur, op de kleine kaart geen modieuze verzinsels. Gewoon een aardige kroeg, waar de mensen het goed met elkaar hebben. Dat moet al jaren zo zijn, want zelfs de in 1960 overleden Willem Elsschot beschouwde deze drenkplaats als zijn stamcafé. De omstandigheid dat Elsschots huis op nummer 21 van de Lemméstraat nog geen 100 passen van de voordeur van Café Hof ter Beke verwijderd is, zal daaraan zeker hebben bijgedragen.
In een goed café als dit bestaat er een code voor de klandizie: men gaat amicaal doch op gepaste afstand met elkaar om. Een bevriend bioloog typeerde die toestand ooit als het je niet binnen elkaars vluchtafstand begeven. Vanzelf is het delen van opvallende vreugde of verdriet toegestaan, ja zelfs geboden. In een café behoort men natuurlijk ook de warmte van het menselijk contact in gepaste mate te kunnen genieten.
Het verbaasde me dan ook niet dat de meneer aan het belendende tafeltje zich nieuwsgierig betoonde toen ik bij het lezen van mijn krant in luid gelach uitbarstte. Mij zou trouwens geen enkele belangstelling verbaasd hebben. Iemand om De Volkskrant zien lachen is inderdaad uitzonderlijk. Men benoemt dit periodiek niet voor niets in sommige kringen als De Azijnbode.
Nog nahikkend reikte ik mijn buurman de krantenpagina die mijn vreugde opgewekt had aan, daarbij driftig op het betreffende artikeltje wijzend.
Grijnzend nam de man – iets ouder dan ik zelfs nog – het geschrevene door. Daarna gebaarde hij om een nieuwe vloeibare versnapering. ‘Da’s ‘nen zottin toch’ verklaarde hij grinnikend op z’n voorhoofd tikkend.
Geroerd nam ik de krant weer in ontvangst. Het idee alleen al dat nóg iemand op deez’ aard het artikeltje van Drs. M.E. Famaey (klinisch psycholoog en psychotherapeut) voor bolle waanzin hield dreigde eventjes teveel te worden.
Nu een paar uur later (schrik … ontkenning … aanvaarding) moet ik helaas vaststellen dat Drs. M.E. Famaey in belangrijke mate een klap van de molen heeft gehad, te diep in het glaasje heeft gekeken of volslagen van lotje getikt is. Jammer genoeg heeft De Volkskrant nagelaten het geschrijf van de therapeute (2-5-2009) op het internet te zetten, u zult het dus met mijn gedeeltelijke weergave moeten doen.
De ellende begint – zoals het hoort – meteen al bij het begin. Mevrouw Famaey stelt vast dat wij allen aan de gebeurtenissen van afgelopen donderdag te Apeldoorn een litteken hebben overgehouden. Onderzoek dat deze optimistische stelling bevestigt wordt helaas niet aangeroepen. De doctorandus verklaart dit kennelijk op grond van haar diepe kennis der volksziel.
Verder komt het artikeltje er op neer dat letterlijk alle Nederlanders nu een psychotrauma te verwerken hebben. Wij (u en ik) hebben op dit moment last van 1. Verlies aan controle, een gevoel van machteloosheid. En 2. Ontwrichting: we zijn ons vertrouwen in de mens kwijt! We zullen 1 á 2 weken van de kaart zijn. Maar liefst 35% van ons zal een PTSS (psychosomatische stress stoornis) ontwikkelen. Op korte termijn moeten we dus rekening houden met zo’n dikke 5.5 miljoen vaderlanders die lijden aan:
- voortdurende herbeleving van de gebeurtenissen, gepaard met nare dromen, zweten en trillen
- algemene vervlakking, onmogelijkheid van het uiten van gevoelens
- verhoogde prikkelbaarheid, slaapproblemen, woedeuitbarstingen
Vooral uw en mijn kinderen zullen getroffen worden, maar uiteraard – gezien die 5.5 miljoen – is het aannemelijk dat ook en vooral u de klos zijn zult.
Uiteraard eindigt het gebrabbel van mevrouwtje Famaey met een oproep om nu onmiddellijk centraal een grootscheepse hulpverleningsactie te beginnen. De gevolgen zullen anders nog gruwelijker zijn dan de pandemie die ons ook al heet te bedreigen. Met andere woorden de overheidsportemonnee moet open richting La Famaey!
Vanzelfsprekend dienen u en ik intussen geen alcoholica en/of medicatie te gebruiken. Dat dempt onze gruwelijke onrust weliswaar, maar op termijn zullen we nog zwaarder de klos zijn.
We zijn nog geruime tijd naschokkend van het lachen in café Hof ter Beke na blijven praten. Alle ons omringende Vlamingen gaven breed lachend toe dat het leven in een land zonder werkende regeringen óók apart is en dat daarbij het zogeheten taalprobleem voor veel ‘comic relief’ zorgdraagt. Maar inderdaad, zo zout als van mevrouw Famaey (psycholoog & psychotherapeut) had men het alhier nog niet gevreten.
Het toppunt van leedvermaak met die malle Ollanders moest echter nog komen! Eén van onze nieuwe vrienden las een citaat voor van de woordvoerder van de Nederlandse Oranjebond:
‘Nederland heeft op 30 april geluk gehad want de koninklijke familie was ongedeerd en niet geraakt.’
Brullend van onverholen plezier om zoveel walgelijke domheid zijn we huilend van het lachen met onze nieuwe geestverwanten het café uitgewankeld.