Archief voor de ‘Havanakwestie’ Categorie

Hoger Beroep

juni 27, 2008

Op 7 juni deed ik u weten over de mogelijkheid dat de Amsterdamse Officier van Justitie in Hoger Beroep gaan zou in die kwestie van de Havana-columnist met z’n antisemitische uitlatingen.Op 5 juni vatte ik al heel kort samen waarom het oorspronkelijke vonnis van de rechter in mijn ogen onzinnig is.

Inmiddels heeft het Openbaar Ministerie inderdaad hoger beroep aangetekend. De kwestie zal dus naar alle waarschijnlijkheid nog maanden gaan slepen.

Enerzijds is dat te betreuren: Scheepmaker en zijn toenmalige werkgever (de Hogeschool van Amsterdam) hadden deze hele zaak al in september 2006 uit de wereld kunnen helpen door dat smerige artikel terug te nemen. Scheepmaker bood inmiddels – rijkelijk laat, de zaak was al onder de rechter – verontschuldigingen aan. Dat siert hem. Zijn voormalige werk- en opdrachtgever die de vuiligheid liet afdrukken en verspreidde brengt kennelijk liever antisemitisme in de wereld dan ongelijk te bekennen. Dat tekent hen: arrogante onverschilligheid.

Waarom het oorspronkelijk vonnis zo volslagen onzinnig is legde de publicist Herman Vuijsje op 10 juni j.l. in NRC/Handelsblad uit. Omdat een link naar dat artikel onvindbaar is, neem ik het hieronder over. Ik hoop dat Vuijsje met dat niet euvel duidt.

“Klein berichtje in de krant: afgelopen maandag sprak de Amsterdamse rechtbankcolumnist Arnold Scheepmaker vrij van het beledigen van joden (NRC Handelsblad, 3 juni). In september 2006 schreef Scheepmaker in het studentenblad Havana: “Sinds de nazitijd is het niet echt cool om negatieve dingen te zeggen over joden, maar soms snap ik best hoe het in 1937 allemaal zo ver heeft kunnen komen.” In zijn column vertelde Scheepmaker dat hij had zich geërgerd aan het onbeschofte gedrag van Israëlische toeristen in Egypte en in een Nederlands postkantoor. Vandaar die opmerking.

Volgens de rechtbank bleef Scheepmaker met zijn publicatie binnen de strafrechtelijke grenzen van de vrije meningsuiting. De rechtbank oordeelde dus dat er in Scheepmakers column sprake was van het uiten van een mening. Welke mening was dat? Het loont de moeite dat stap voor stap na te gaan. Hetzelfde geldt voor de mening van de rechtbank.

Volgens Scheepmaker is het te begrijpen dat er zes miljoen joden zijn uitgemoord. Waarom? Omdat Israëlische toeristen zich onbeschoft gedragen. Scheepmaker impliceerde: Israëli’s van tegenwoordig zijn onbeschoft, Israëli’s zijn joden, ergo: alle joden zijn onbeschoft. De zes miljoen hadden volgens Scheepmaker dezelfde karaktertrek die nu Israëlische toeristen kenmerkt: onbeschoftheid. Joden hebben dus een onbeschoftheidsgen ingebouwd, en daarom is het soms best te snappen dat ze zijn uitgeroeid. Dat is de enige ‘mening’ die uit Scheepmakers verhaal kan worden gedistilleerd.

De rechtbank oordeelde dat deze mening valt onder de ruimte die columnisten moet worden gelaten om te ‘overdrijven’. Impliciet beaamde de rechtbank daarmee Scheepmakers verweer dat hij met zijn column ‘wilde bijdragen aan het maatschappelijk debat’. Het had menselijker en genuanceerder gekund, vond de rechtbank, maar dat is nu eenmaal de vrijheid van de columnist.

Als we de overdrijving er aftrekken, houden we volgens de rechtbank dus een mening over waarmee niks mis is. Wat houd je over als je de mening dat alle joden onbeschoft zijn, waardoor hun uitroeiing begrijpelijk wordt, van zijn overdrijving ontdoet? Scheepmakers uitspraak bevat drie elementen die overdreven kunnen zijn: de mate van onbeschoftheid van de joden, het aantal joden dat onbeschoft is, en de omvang van de moord die op grond van die onbeschoftheid begrijpelijk wordt.

De rechtbank ziet dus niets verkeerds in een of meer van de volgende meningen. Ten eerste: de joden zijn wel onbeschoft, maar niet heel érg onbeschoft. Ten tweede: niet al die zes miljoen joden waren onbeschoft, er zat ook een aantal niet-onbeschofte tussen. En ten derde: het streven om ze op grond van die onbeschoftheid uit te roeien was overdreven; een minder strenge sanctie was ook wel genoeg geweest.

Dat Scheepmaker de hele bevolkingsgroep zonder meer als onbeschoft kenschetste en op grond daarvan snapt dat ze werden uitgeroeid – dat is dan die overdrijving die een columnist toekomt. Tot zover de mening van columnist Scheepmaker en die van de Amsterdamse rechtbank dat zijn verhaal niet discriminerend of racistisch is.

Aan Scheepmakers publicatie, het kleine berichtje dat eraan gewijd werd en de gedachtengang van de rechtbank vallen een paar dingen op. Ten eerste de grote verwarring waaraan Nederland ten prooi is als het gaat om de grenzen van meningsuiting, discriminatie en racisme.

Ten tweede de ondraaglijke lichtheid van het taalgebruik waarmee Scheepmaker aan de massamoord refereert. ‘Niet echt cool’, ’soms’, ’snap ik best’ – een taalgebruik dat even casual is als de bewoordingen waarin je over de laatste ruzie met je vriendinnetje vertelt.

Ten derde de vanzelfsprekendheid waarmee een columnist de spot drijft met slachtoffers van de massamoord. Scheepmaker wekt de indruk dat hij zich, toen hij zijn column schreef, van geen kwaad bewust was. Openbaar leedvermaak is in Nederland de laatste jaren bijna normaal geworden.

De lijst is lang en welbekend: Theo van Gogh (‘Wat ruikt het hier naar caramel’, ‘Vandaag verbranden ze alleen de suikerzieke joden’), programmamaker Robbie Muntz (die voor de lol vrome Antwerpse joden met een brallende Hitler confronteerde), Paul de Leeuw en Beau van Erven Dorens (die het geinig vonden om de joodse professor Smalhout met Hitler te vergelijken), Jan Jaap van der Wal (die de lachers op zijn hand kreeg door de spot te drijven met het feit dat Ayaan Hirsi Ali ‘geen clitoris meer heeft’), cabaretier Micha Wertheim (die een gehandicapte in de zaal tot mikpunt maakte) en onlangs nog Theo Maassen, die de camera van een vrouwelijke fotograaf kapotgooide.

Niet alleen door deze reeks voorgangers moet Scheepmaker zich gesterkt hebben gevoeld, maar ook door de reacties van omstanders. Bij het tv-programma waarin Van der Wal Ayaan schoffeerde, waren ook de Amsterdamse deelraadswethouder Fatima Elatik en Wouter Bos aanwezig. Ze stonden niet op, liepen niet weg, zeiden niets maar proestten besmuikt achter hun hand, onder donderend gelach van het publiek. Zoals het publiek ook en masse applaudisseerde voor Maassens voorstel om die fotografe te grazen te nemen.

Zowel de fotografe als de gehandicapte man van Micha Wertheim verliet huilend de zaal. Slachtoffer van een soort volksgericht. Met z’n allen tegen één – eenzamer en vernederender kan het niet. Tegen die achtergrond is zo’n uitspraak van Arnold Scheepmaker nauwelijks meer opvallend. Vandaar misschien die uitspraak van de rechtbank, vandaar het kleine berichtje in de krant.”

De hele geschiedenis kunt u terugvinden door op Havanakwestie in de rechterkolom te klikken.

CIDI

juni 7, 2008

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) houdt zich naast zeer veel andere zaken bezig met het actief bestrijden van racisme en antisemitisme in Nederland.

In eerdere ‘postings’ (wat een woord…) op dit logje liet ik u al eens weten dat ook zij zich, door middel van brieven aan de Hogeschool van Amsterdam, mengden in die onverkwikkelijke affaire rond de racistische en antisemitische uitlatingen in het blad van die hogeschool.

Een paar dagen geleden berichtten we hier dat de rechtbank te Amsterdam heeft vastgesteld dat die uitlatingen inderdaad racistisch en antisemitisch waren. De schrijver werd echter vrijgesproken vanwege het feit dat hij de teksten als journalist en columnist neerpende. Hoewel dat voor hem persoonlijk natuurlijk erg prettig is, blijft dit een bevreemdende zaak. Het valt immers moeilijk in te zien waarom iemand die in het blaadje van een hogeschool schrijft dingen zou mogen die anderen niet toegestaan zijn. Je zou zelfs kunnen redeneren dat iemand die (gedeeltelijk) van zijn pen leeft in staat zou moeten zijn om eventueel ongenoegen te uiten zonder in het riool te belanden. Noblesse Oblige, zoiets.

Het zou goed kunnen zijn dat met die uitspraak van de rechter de kous nog niet af is. De heer Meir Villegas Henriquez van het CIDI liet mij gisteren weten dat deze organisatie de Officier van Justitie in Amsterdam dringend heeft verzocht in hoger beroep te gaan.

Vanzelfsprekend houd ik u op de hoogte.

Wilt u de hele geschiedenis lezen, klik dan op ‘Havanakwestie’ in de rechterkolom.

Zaal

juni 5, 2008

080605.jpg

Met als onderwerp: Proces Scheepmaker ontving ik een emailtje:

‘Wat een misselijk mannetje is die van de valk ! waarschijnlijk een laatbloeiertje uit het eind van de veertiger jaren toen vanuit diezelfde mentaliteit bevriende staatshoofden ook niet beledigd mochten worden en in deze tijd een ex-president van de VS geen bezoek mag brengen aan de echte palestijnen zonder gekruisigd te worden.’

De afzender was ene Jan Zaal (u kunt hem desgewenst adhesie betuigen op jan.zaal@wanadoo.fr ) . Nu zou u misschien denken dat die Jan een goede bekende van mij is. Hoe kan hij anders weten dat ik inderdaad een misselijk mannetje ben? Wij kennen elkaar echter niet en u begrijpt dat mijn diep respect voor zijn inzicht in mijn smerig karakter daardoor nog toeneemt. Chapeau, Jan!

Na enige tijd bedacht ik dat dit wellicht zou kunnen betekenen dat er een uitspraak in de zaak van de columnist met die racistische en antisemitische teksten zou kunnen zijn. U kunt die geschiedenis vinden door in de rechterkolom op Havanakwestie te klikken.

Na wat bescheiden speurwerk bleek dat inderdaad het geval: de rechtbank achtte de teksten van Scheepmaker beledigend voor joden en niet getuigend van medemenselijkheid, maar omdat betrokkene columnist is wordt hij vrijgesproken.

In de eerste plaats is dat prettig voor Scheepmaker en kan ik hem hiermee gelukwensen. In de tweede plaats blijkt dus dat antisemitische en racistische teksten inderdaad niet mogen, tenzij iemand er zijn beroep van maakt. Opmerkelijk.

Wie als 20-jarige met een bordje langs de kant van de weg gaat staan met de tekst ‘Willem-Alexander een beetje dom’ wordt onverwijld veroordeeld vanwege majesteitschennis, wie de holocaust goedkeurt en suggereert dat joden die aan zichzelf te wijten hebben gaat vrijuit. ‘It’s a funny old world’ zei een Britse ex-premier ooit.

Garnalencroquetten…

april 19, 2008

Ik geef het u maar voor wat het waard is….

Eén Vandaag besteedde gisterenavond nog wat aandacht aan de kwestie rond die ‘columnist’ met z’n antisemitische teksten. Wie de voorgeschiedenis wenst te weten klikt maar op het onderwerp ‘Havanakwestie’ in de rechterkolom.

Tot m’n niet geringe verbazing kwam een klein team per automobiel geheel naar Antwerpen rijden voor deze toch niet echt wereldschokkende zaak. Naar ik begreep is men na afloop van ons gesprekje ‘op restaurant’ gegaan, de garnalencroquetten lokten.

Mijn conclusie: ‘Man wat krijg je een ouwe kop!’

Dit alles zal uw dienaar overigens niet verleiden de kwestie te heropenen, genoeg is genoeg.

Mocht u e.e.a. toch nog willen zien, een klik hier verbindt u met het item op de site van Eén Vandaag.. 

Racisme: Smerig Gif IX

maart 24, 2008

070420a.gif

In mijn mail (en bij de commentaren op Racisme Smerig Gif VIII) trof ik de volgende brieftekst aan. Omdat ik u aangaande deze kwestie met enige regelmaat op de hoogte hield, meen ik ook deze tekst met wat nadruk onder uw aandacht te mogen brengen.

De ‘oude Mevrouw Van der Valk’ (mijn moeder) zou me nu beknorrend hebben aangekeken en zoiets hebben gezegd als ‘wat doe je ook weer als iemand zijn excuus aanbiedt?’ En inderdaad: met excuses kun je maar één ding doen. Je gaat er van uit dat ze oprecht gemeend zijn en je aanvaardt ze.

Hierbij dus!

Sommigen zullen dat wellicht voor naïef houden, dat kan. Beter naïef dan kwaaddenkend lijkt me.

Daar komt dan nog iets bij: Scheepmaker is de eerste en (tot dusverre enige) die, alhoewel laat, excuses maakt. Het College van Bestuur van de Hogeschool van Amsterdam deed er het zwijgen toe in de verwachting dat het vanzelf wel over zou gaan. Toen dat niet het geval bleek volharde men in dat zwijgen en ontdeed men zich (onder een voorwendsel) van de columnist.

Die weinig ruiterlijke houding verklaart veel van de weerzin die je tegenwoordig alom tegen dit soort bestuurders verneemt.

Beste heer van der Valk,

Ik heb vorige week voor het eerst met grote interesse uw weblog gelezen.
Had iemand mij daar eerder op geattendeerd ( ik wist nooit niet wie mijn aanklager was ), dan had ik zeker even de moeite genomen om mijn verontschuldiging aan te bieden.
Dat had ons beiden een hoop ergernis en inspanning kunnen besparen.

Maar goed, alsnog, bij deze dus. Ik vind het namelijk uitermate belangrijk u te laten inzien dat de persoon tegen wie u vecht niet bestaat. Ja, ik heb een kritische column geschreven over Israeliers in den vreemde, maar nee, ik heb absoluut geen hekel aan het Joodse ras. Nooit gehad ook.

Nog meer dan dat ik het belangrijk vind wat de wereld denkt, de op sensatie-beluste wereld denkt immers zoveel, vind ik het uitermate onplezierig als specifieke personen ( u in dit geval ) me zien ( en ook portretteren ) als iemand die ik niet ben.

Mijn opa is gevlucht voor de Duitsers in de periode ’40-’45, mijn 2 beste vriendinnen zijn alle twee joods en afkomstig uit Israel en ik ben vrijwel de enige van mijn vrienden die altijd even 2 minuten stil is als op 4 mei de klok acht slaat.
Dat lijkt iets kleins en onbenulligs, maar in een snel veranderende en helaas ook verhardende wereld is een momentje van rust en bezinning doorgaans een groot goed.

Dat werd mij eens te meer duidelijk toen in de afgelopen week zo’n beetje de gehele Nederlandse media op mijn nek sprong. Iedereen wilde dat ik in hun programma verscheen, een interview gaf etc.etc.
Daar ben ik bewust niet op ingegaan omdat ik vrees dat een klein meningsverschil anders escaleert en verwordt tot een veel groter conflict. Iets waar wij beiden volgens mij geen voorstander van zijn.

Ik was, twee jaar geleden, enigszins geirriteerd door Israeliers in den vreemde ( zoals ik ook wel eens irritatie voel omtrent de buitenland-politiek van Amerika, het agressieve gedrag van opgefokte Islamitische jongeren, maar ook omtrent mijn eigen onnozele karaktertrekken ), u irriteerde zich aan mijn column en schreef een boze brief die geen gehoor vond ( de brief is nooit aan mij doorgespeeld, was dat wel gebeurd dan had ik direct de dialoog met u opgezocht ).

M.b.t. mijn woordgebruik: Ik heb acht jaar lang wekelijks een column voor Havana geschreven. Iedere zondagnacht schoof ik achter mijn computer om 380 woorden te tikken. Over de actualiteit, over een voorval binnen de familie, over een vakantieland dat ik had bezocht. Noem maar op. Iets wat u zich ongetwijfeld goed kunt voorstellen als ik dit weblog zo doorkijk.
In mijn columns hanteer ik vrijwel altijd een overdreven toon vol metaforen. Bewust, want als columnist wil ik prikkelen, een lach of een verontwaardigde zucht genereren, zo mogelijk een discussie in gang zetten.

Ik ben er ten allen tijde vanuit gegaan dat niemand het letterlijk zou nemen als ik zou zeggen dat ik voorzien van ammunitie mezelf zou opblazen tijdens mijn zon-vakantie in Egypte. Ik heb er indertijd niet eens over nagedacht. Het leek me te kolderiek voor woorden.
Zo ben ik ook van mening dat het feit dat ik me veel voor kan stellen, niet betekent dat ik de zaken die ik me voor kan stellen ook propageer/er voorstander van ben, laat staan dat ik er toe op roep.
Een willekeurig voorbeeld:
Als ik de huidige toestroom van Polen in Nederland bekijk en vervolgens zou horen dat er veel werkelozen zijn wiens werk wordt verricht door ‘ goedkopere’ Polen kan ik me wellicht voorstellen dat….maar dat betekent nog niet dat…..

Ik hoop hiermee inzichtelijk maken dat ik niet de persoon ben die u denkt dat ik ben.
Geschokt was ook ik toen ik sommige racistische reacties op websites van kranten en fora las n.a.v. ons gekibbel, zoals ik ook niet gecharmeerd ben van het feit dat ik geportretteerd wordt als een soort Wilders ( maar dan anders ).
Wel volg ik de in gang gezette discussie over vrijheid van meningsuiting met grote aandacht, maar dat spreekt, ik ben immers journalist, voor zich.

Nogmaals excuus mocht ik u onbedoeld gekwetst hebben, ik was er absoluut niet op uit om u te beledigen.

Een oprecht vriendelijke groet,
Het is een rare wereld en dat is het,

Arnold Scheepmaker’

Wat mij betreft: het onderwerp lijkt me hiermee wel afgesloten!

Racisme: Smerig Gif VIII

maart 18, 2008

070420a.gif

Eerder hield ik u op dit weblogje enigszins op de hoogte omtrent een schandalige antisemitische publicatie in het blad van de Hogeschool van Amsterdam ‘Havana’. De trouwere lezers van dit logje zullen zich dat herinneren. De minder trouwe lezers kunnen de voorgeschiedenis hier, hier, hier, hier, hier, hier en hier terugvinden.

Via de geruchtenmolen mag ik begrijpen dat vandaag (dinsdag) ‘De Volkskrant’ iets over deze kwestie zal publiceren. Arnold Scheepmaker (de schrijver van die antisemitische vuiligheid) zal volgende week donderdag – zo vertellen derden me – voor de rechter dienen te verschijnen.

Uiteraard heeft de Officier van Justitie – ondanks z’n uitdrukkelijke belofte – naar de klager (uw dienaar!) - niets van zich laten horen.

We wachten af. De alles overtreffende incompetentie van het Openbaar Ministerie zal wel niemand meer verbazen.

Racisme: Smerig Gif VII

december 22, 2007

070420a.gif

071222.jpg

In oktober 2006 zag ik me genoodzaakt de Hoofdofficier van Justitie in Amsterdam te vragen Arnold Scheepmaker, een medewerker van het blad van de Hogeschool van Amsterdam, aan te pakken.

De reden?  Deze Scheepmaker had het in zijn rassenwaan nodig gevonden te schrijven: “Sinds de nazi-tijd is het niet echt cool om negatieve dingen te zeggen over joden, maar soms snap ik best hoe het in 1937 allemaal zo ver heeft kunnen komen” verder schreef hij “Maar de afgelopen maanden heb ik meerdere malen gemerkt dat ik bij conflicten altijd aan de kant van de niet-jood sta.”

Nu vind ik dat vrijheid van meningsuiting een fantastisch goed is. Anders wordt het wanneer men de dekmantel van deze vrijheid gebruikt om racistische propaganda te bedrijven. Herr Schiffmacher dient – naar mijn bescheiden mening – zijn antisemitische rassenpropaganda maar binnen de omheining van z’n verstoorde brein te houden.

Tevreden nu deze treurige affaire dan uiteindelijk bij een rechter lijkt te belanden? Nee, natuurlijk. Voor tevredenheid geeft dit soort kwesties nooit aanleiding. En te vrezen valt dat lieden die dit soort meningen zijn toegedaan wat lastig tot inzicht te brengen zullen zijn. Een uitspraak van een rechter kan hooguit – nog eens – duidelijk maken dat dit type vuiligheid niet deugt. In die zin geeft dat hopelijk wat helderheid aan de ruim 30.000 lezers van dat hogeschoolblad.

Die helderheid is bepaald niet overbodig. Het bestuur van diezelfde hogeschool vond het onnodig om z’n mening over die verwerpelijke teksten te geven. Ook vonden ze het niet nodig om duidelijk te maken dat ze racistische medewerkers niet tolereren. Opmerkelijk voor lieden die een zware verantwoordelijkheid zeggen te dragen voor de opleiding van jonge mensen.

En dat is misschien wel zo kwalijk.

De voorgeschiedenis vindt u hier, hier, hier, hier, hier en daar.

Racisme: Smerig Gif VI

oktober 27, 2007

070420a.gif

071027.gif

In oktober 2006 moest ik helaas het Openbaar Ministerie in Amsterdam vragen een vervolging in te willen stellen vanwege de groffe en antisemitische teksten in het blad van de Hogeschool van Amsterdam ‘Havana’. Een stuk tuig dat daar een column schrijft (ene Arnold Scheepmaker) vond: “Sinds de nazi-tijd is het niet echt cool om negatieve dingen te zeggen over joden, maar soms snap ik best hoe het in 1937 allemaal zo ver heeft kunnen komen” verder was hij van mening “Maar de afgelopen maanden heb ik meerdere malen gemerkt dat ik bij conflicten altijd aan de kant van de niet-jood sta.”

Nu is het verschijnsel racisme me treurig genoeg al lang bekend, en wanneer de leiding van die Hogeschool zijn verantwoordelijkheid genomen zou hebben (en dus de columnist en de hoofdredacteur van dit vullis had aangepakt) en met het oog op de meer dan 30.000 lezers (studenten en medewerkers) duidelijk had gemaakt dit soort geschrijf niet toe te staan, was voor mij de kous afgeweest.

Niets van dat al: de verantwoordelijk hoofdredacteur werd bevorderd en de columnist mocht gewoon verder schrijven. Op brieven van uw dienaar, maar ook van het CIDI (Centrum voor Informatie en Documentatie Israël) werd stomweg niet gereageerd.

Nu blijkt het in de praktijk geen kattenpis om het Openbaar Ministerie in beweging te krijgen. Wanneer een onnozele jongeman zich op straat vertoont met een bord waarop hij verklaart dat Willem-Alexander een ‘beetje dom’ is noemt men dat majesteitschennis en kan men dat in twee maanden voor de rechter brengen. Al het andere duurt veel langer, zo niet eindeloos.

Na veel moeite en gedram, ondermeer via de Nationale Ombudsman, lijkt er nu in de affaire toch enige beweging te komen. U kunt dat lezen in de brief van de Officier van Justitie die hierboven staat afgebeeld. De eerder verzonden brief, waarover deze figuur rept, is overigens een spookverschijning: ‘per ongeluk’ naar een verkeerd adres gezonden! Knappe jongens en meisjes daar, je houdt je hart vast bij de gedachte dat ze misschien ooit wel eens iets moeilijks zullen moeten doen.

De voorgeschiedenis vindt u hier, hier, hier, hier en hier.

Racisme: Smerig Gif V

juni 6, 2007

070420a.gif

De Nationale Ombudsman heeft doen weten dat de klacht over de extreme traagheid van de Amsterdamse Hoofdofficier van Justitie nu onderwerp van gesprek met het Openbaar Ministerie is. Laten we niet te vroeg juichen: het zal wel 2008 worden voor hierover het laatste woord geschreven kan worden.

Overigens – zo begreep ik – zal het omstreeks 1 augustus duidelijk worden of men tot vervolging overgaat. Laten we het hopen, dat bespaart een extra gang langs aan de rechter om het Openbaar Ministerie te gelasten tot vervolging over te gaan.

Nog een aardige wetenswaardigheid: mocht u ooit problemen met het Openbaar Ministerie hebben, dan leest u op hun website dat u de klachtenregeling kunt opvragen. Vooral doen! U komt er dan achter dat die regeling in het geheel niet bestaat! Gewoon flauwekul dus en bedoeld om de suggestie van openheid te wekken. Van de Nationale Ombudsman mocht ik begrijpen dat ook deze verlakkerij onderzocht zal worden.

De Verzoekschriftencommissie van de Tweede Kamer heeft doen weten dat ze de Minister van Justitie zullen bevragen over de gang van zaken rond het trage onderzoek van Justitie in Amsterdam en de wel verplichte maar niet bestaande klachtenregeling.

In de komende weken gaat er een brief naar de Minister van Onderwijs (Plasterk) om zijn oordeel te vernemen over het verspreiden van antisemitische teksten door de Hogeschool van Amsterdam.

Racisme: Smerig Gif IV

mei 21, 2007

070420a.gif

Vandaag even geen vermakelijke, geestige of flauwe teksten. Geen filmpjes en geen als leuk bedoelde plaatjes.

Eerder liet ik hier, hier en hier weten doende te zijn met het aandringen op vervolging inzake een bijzonder smerig geval van antisemitisme in het blad van de Hogeschool van Amsterdam.

Buitengewoon treurig is het daarbij dat het College van Bestuur van deze Hogeschool kennelijk antisemitisme niet de moeite van het er op reageren waard acht. Sterker nog men beloont de voor deze smeerlapperij verantwoordelijke hoofdredacteur met een promotie. Dat geeft te denken.

Omdat ook de Amsterdamse Hoofdofficier van Justitie niet vooruit te branden is (het wereldje van Amsterdamse notabelen is natuurlijk maar klein) ben ik doende met klachten bij de Tweede Kamer en de Nationale Ombudsman.

Dat vreet tijd en aandacht, zodoende.