
Er is een tijd geweest dat Mevrouw ‘Une Journée Bien Remplie’ en uw dienaar buitengewoon trots waren op dit autootje. Aan mijn enthousiasme behoeft u geen enkele betekenis te hechten. Een rijbewijs bezat ik nimmer, enig technisch inzicht zal ik nooit verwerven en smaak op het stuk van automobielen is me ook al niet gegeven.
Mijn lieve partner betoonde in die dagen wel enige vreugde over de majeure aanschaf die we met dit wagentje gedaan hadden. De prijs was er dan ook naar. Maar liefst 350 harde Hollandse guldens moesten we voor deze occasion op tafel leggen. Zelfs anno 1972 verklaarden kenners dat een behoorlijke fiets duurder diende te wezen.
Zoals u aan het wegdek kunt zien, waren wat twijfels omtrent de technische staat van ons nieuwste vervoermiddel misschien niet geheel onterecht. Dit vermocht echter niet om ons somber te stemmen: een week na de koop begaven we ons per Dafje 04-13-EK op weg naar het zonnige Frankrijk. Een tweetal weken in Parijs en drie weken in Lacanau, ter hoogte van Bordeaux.
Een compleet verslag van die vacantie gaan we hier niet schetsen. Jeugdig, straalverliefd, iets meer dan een jaar samenwonend. En dan Parijs + La Douce France … als u daar nog een tekening bij nodig hebt …
Toch was het niet uitsluitend romance en suikergoed en dat had wel iets met het Dafje van doen.
Onze eerste formidabele ruzie bijvoorbeeld: het vehikel bleek aan de bescheiden heuveltjes in de regio Bordeaux een hele hijs te hebben. Glooiing-opwaarts wilde de snelheid wel eens tot zo’n 10 kilometer per uur terugzakken. Daar stond dan weer tegenover dat we bij de afdaling makkelijk onze topsnelheid van 90 kilometer haalden. Soms had de klim zoveel van het autootje gevergd dat de motor bij het inzetten van de afdaling er resoluut mee stopte. Met luid geraas, dat wel.
Een garagist uit de omgeving bracht verlossing. Daar was speurwerk aan vooraf gegaan. Onderdelen voor en kennis van de Daf-producten bleken geen Franse specialiteiten. Maar na veel zoekwerk troffen we een met olie bevlekte monsieur die de v-snaar (hier moet u het zonder mijn uitleg stellen) verving. Daarna zou alles ‘formidable’ gaan.
In het dal tussen de twee volgende heuvels bevloog mij het idee de zaak te willen controleren. Even stoppen en de motor uitschakelen. U begrijpt, maar ons verbaasde het, dat die motor nooit meer aansloeg. Een wandeling van een kilometer of 10 naar de dichtstbijzijnde telefoon en het inschakelen van een sleepbekwame garagehouder volgden. Alles bij elkaar zo’n uur of 8. De irritatie en verwijten over en weer … onze eerste knallende ruzie. Een aardige ervaring!
Later, op de terugreis naar onze Nederlandse éénkamerwoning, scoorden we nabij Tours een tweetal lekke banden. Voorzienigheid: op nog geen 100 meter van een garage. Aardig baasje, die man. Reizende jongelui, prima, zo verklaarde hij. In zijn jeugd had hij zelf ook veel gereisd. Waarheen die reizen dan gingen … vraag je. Je wilt zolang de man met de wieltjes van je autootje bezig is de sfeer leuk, licht en vrolijk houden. Nou, Rusland in ’43 en ’44, verklaarde de technische vriend.
Het is slechts aan ons zwijgend karakterloos opportunisme te danken dat we al spoedig onze thuisreis konden hervatten.
Bij terugkeer in het vaderland slaagden we er in door bekwaam onderhandelen ons inmiddels geliefd automobieltje voor 400 harde guldens weer van de hand te doen. Ook behoorlijk karakterloos eigenlijk.