Archief voor de ‘Strips’ Categorie

Superprijs voor Superman

maart 1, 2009

090301.jpg

Het zal trouwe lezertjes van dit logje niet ontgaan zijn dat meneertje ‘Une Journée Bien Remplie’ onder zijn talrijke merkwaardige afwijkingen en liefhebberijen (geen schandalige details alhier) ook een grote voorkeur voor het beeldverhaal koestert. In vertrouwen kan ik u wel laten weten dat deze zachtaardige gekte de neiging vertoont nogal wat onverwachte en economisch opvallende uitgaven met zich te brengen. U wilt wel zo goed zijn dit wat heikele onderwerp niet in het bijzijn van mijn partner aan te snijden.

Neem van uw dienaar rustig aan dat al die drukken en antiquarische uitgaven van Kapitein Rob, Rip Kirby, Flash Gordon, Blake & Mortimer, Ric Hochet, Eric de Noorman, Kuifje, Kick Wilstra, Aram van de Eilanden, Piloot Storm, Prins Valiant, Tom Poes en zovele andere prachtverhalen, niet altoos voor niemendal drempels passeren. En dan laten we de ook altijd rijkelijk voorhanden zijnde parafernalia rond al die avonturiers nog maar even buiten beschouwing.

Het spreekt welhaast vanzelf dat vooral geliefde oude, en dus zeldzaam geworden, strips soms een prettige waardestijging ondergaan. We mogen u dus dringend verzoeken om uw kelder en/of zolder – alsmede de bergplaatsen in het huisje van uw oude opoe – aan een diepgaand onderzoek te onderwerpen. Dat kan soms bedragen opleveren die u de ganse economische miezerigheid breed lachend doen gadeslaan.

Een voorbeeld?

Een Amerikaanse website veilt een (zeer zeldzaam) exemplaar van het Comic Magazine ‘Action Comics’. Om precies te zijn: het gaat hier om het allereerste nummer van dit fameuze tijdschrift uit de maand juni van het jaar 1938. De afbeelding van het omslag (Superman jongleert wat met een groene automobiel) treft u hierboven aan.

U kunt nog bieden tot 13 maart aanstaande. De teller staat op dit moment op zo’n $ 230.200 (plusminus € 170.000), dus wel even thuis overleggen graag. De betreffende site vindt u hier.

Mocht u zelf nog iets aardigs in de aanbieding hebben dan heeft u nu denkelijk geen verdere aansporingen meer nodig.

Allan Mac Bride

februari 2, 2009

090202.jpg

Jaren ’30 van de 20e eeuw: De Archeoloog Allan Mac Bride vindt bij toeval tijdens een opgraving in een Egyptische graftombe een perfect geconserveerd zeewaardig zeilschip. Met dit schip is kapitein Bahmes ooit op zoek gegaan naar de oorsprong van de Egyptische beschaving. Hoe kan het dat Egyptenaren uit de klassieke oudheid aan de andere kant van de wereld zijn geraakt en dat niemand daarvan af weet? Allan gaat op onderzoek uit. Hij komt er al gauw achter dat hij niet de enige is die op zoek is naar de sleutel van dit mysterie.

Allen Mac Bride is een klassieke avonturenstrip. gemaakt in de beste traditie van Blake en Mortimer en de klare lijn. De strip bevat alle elementen om uit te groeien tot een niet te missen serie. Bovenal voortreffelijk tekenwerk in een zeer fraaie vormgeving. Een uitgave van Uitgeverij BeeDee in Haarlem.

Opwinding

januari 10, 2009

090110a.jpg

Maakte u zich ooit druk over de seksuele voorkeur van Heer Bommel of Tom Poes? Ooit had ik een collega, de man bracht het zelfs per ongeluk tot hoofdredacteur van Nederlands grootste opinieweekblad, die geobsedeerd was door de leegte beneden Bommels jas. Hij vermoedde een ongewenste verhouding tot de jeugdige Tom Poes. Misbruik van een gezagsrelatie, zoiets. Het argument dat Bommel toch een aardige – misschien wat ouderwetse – verkering met Doddeltje onderhield vermocht niet hem van zijn kruisgerichte verdenkingen te verlossen. Vandaag de dag zou hij er waarschijnlijk voor pleiten de burgemeester van Rommeldam over de aantijgingen jegens Bommel in te lichten.

Nu weer ene Matthew Parris. De man laat de Gazet van Antwerpen optekenen dat Kuifjes geslachtelijke opwinding zich tot de heren der schepping zou beperken. De bewijzen daaromtrent zouden volgens de heer Parris (geen familie van Hilton, die schrijft Paris!) ‘overweldigend’ zijn.

Studio Hergé daarentegen verklaart – leest u maar na – dat onze razende reporter nu juist een uitgesproken macho is. Je vraagt je af waar zo’n Studio sinds Hergé’s overlijden mee doende is. Hoe geobsedeerd moet een mens wezen om zich aangaande dit soort kwesties het hoofd te breken?

090110b.jpg

Overigens, de heer Matthew Parris geldt in het Verenigd Koninkrijk als het voorbeeld van een ‘damned fool’. Als parlementslid betoogde hij dat de sociale uitkeringen veel te ruim waren. Teneinde zulks te bewijzen ging hij gedurende één week van een uitkering leven. Dit experiment strandde jammerlijk doordat Parris halverwege die week de elctriciteitsrekening niet meer kon bekostigen. Een publieke afgang van majestueuze afmetingen.

Ook zijn pleidooi om roekeloze fietser te onthoofden door middel van over de fietspaden te spannen pianosnaren droeg uiteindelijk niet bij tot een succesvolle uitbouw van zijn politieke loopbaan.

Sommigen grijpen uit publiciteitslust wel erg wanhopig om zich heen.

Kapitein Rob, uit de werkelijkheid gegrepen

januari 5, 2009

090105.jpg

Door de kleine, maar zeer verfijnde, schare van Kapitein Rob-adepten is al vaak en hoog opgegeven over de ongeëvenaarde tekenkunst van Pieter J. Kuhn. Bezoekers van Terschelling en de Amsterdamse binnenstad kunnen met de werken van Kuhn in de hand voluit waarnemen hoeveel moeite deze kunstenaar zich gaf om zich te documenteren aangaande de werkelijkheid. De Amsterdamse Geldersekade, het IJ, de Oudezijds Voorburgwal, u vindt het allemaal tot op het verkeersbord nauwkeurig weergegeven. Ziet u op een plaatje het onvolprezen zeilschip De Vrijheid ergens een boei passeren … u kunt er van op aan dat het nummer op de boei met de werkelijkheid correspondeert. Bezoek Tanger en ontdek al wandelend dat u plekken uit ‘Het Geheim van de Tunnel’ (deeltje 9) tegenkomt. Op het schitterende Terschelling kunt u een ware speurtocht houden naar locaties uit Kapitein Robs verhalen. Keer op keer zult u zich verbazen omtrent de onbegrensde precisie van de tekenaar.

Zou nu een artiest die zich zoveel moeite getroost om z’n prachtige avonturenverhalen aan de werkelijkheid te verbinden, z’n personages zomaar ‘slordig’ uit de lucht grijpen? Nee, natuurlijk niet. Vrij algemeen bekend is inmiddels dat Rob aan niemand minder ontleend is dan aan Pieter Kuhn himself. Het bewijs vindt u bovenaan dit stukje.

Ook Kuhns dochters Marga, Willy en Jeanette vindt u, zij het slechts in naam, in de strip terug. De beide eerste als een journalistenduo en de laatste in de naamgeving van een schip.

Van veel andere figuren vereist de herkomst nog studie. Een paar raadseltjes kan ik voor u oplossen.

090105a.jpg

De aanvankelijk schurkachtige Cigaret-Larry (die zich later herneemt als een gewaardeerde functionaris bij de Royal Canadian Mounted Police) is overduidelijk gebaseerd op wijlen Clark Gable (1901-1960). Die laatste herinnert u zich hopelijk uit ettelijke prachtfilms zoals ‘Gone With the Wind’ (‘Frankly Lady, I don’t give a damn’) en ‘The Misfits’.

090105b.jpg

De boosaardige Professor Lupardi, die onophoudelijk poogt de planeet naar z’n hand te zetten, is te herleiden tot Professor Auguste Antoine Piccard (1884-1962), een Zwitsers natuurkundige van ruim twee meter, gesierd met een opvallende haardos en het vermogen om gelijktijdig met twee handen te schrijven. Piccard verwierf destijds grote publiciteit met z’n pogingen om met ballonvaartuigen en diepzeeduikboten zowel stratosfeer als de oceaandiepten te verkennen.

090105d.jpg

Maar hou zit het dan met de gangster Dynamite Kid (‘Het Mysterie van het Zevengesternte’, deeltje 10)? Die lijkt toch geenszins op de figuur die u aan zijn linkerzijde afgebeeld ziet! Nee, dat ziet u scherp. De meneer links is Lodewijk Rudolf Arthur Parisius (1911-1963). Toen, in de jaren ’40 en ‘50 beter bekend als de tenorsaxofonist Kid Dynamite, een fameuze figuur in het Amsterdamse etablissement Casablanca. De avontuurlijke Kuhn heeft hem daar in de jaren ‘40/’50 ongetwijfeld gehoord en gadegeslagen.

090105c.jpg

Op het linkerplaatje ziet u de Amerikaanse maanlander Eagle (1969), u herinnert zich ongetwijfeld ‘The Eagle has landed’. Rechts ziet u de aan Kuhns verbeelding en pen ontsproten ‘Havik’. Pieter Kuhn tekende deze ‘Havik’ in september 1962. Dat is op zich niet zo opmerkelijk. Wat wel opmerkelijk is dat President Kennedy het programma voor de reis naar de maan toen nog niet had gelanceerd en dat de maanlander bij z’n ontwerpers de tekentafel nog niet bereikt had.

Wie zei er dat Jules Verne het patent had op toekomstvoorspelling?

‘U schijnt de stad niet goed te kennen’

december 24, 2008

081224.jpg

Stel u voor een regenachtige novemberavond. Een drietal duidelijke Aziatische zeelui doet een beroep op u om hen de weg te wijzen naar de woning van een aantrekkelijke dame die hen uitgenodigd zou hebben. Alles waarover ze bezitten om in de vreemde stad niet verdwaald te raken is een stukje karton waarop de vrouw haar adres geschreven heeft: Kloosterstraat 15.

Een onderwereldtype dringt zich het gesprek binnen en maakt aanstalten de zeelui mee te tronen naar een wel zeer dubieus etablissement. Eén ding is u zeer duidelijk. De beloofde dame zullen ze daar niet treffen, maar van hun schamele geld zullen ze – desnoods met wat gedreig – afgeholpen worden.

Wat te doen? Een confrontatie met het rapaille is onverstandig. U zou zeker het onderspit delven. Dan het maar voorzichtig geprobeerd: ‘U schijnt de stad niet goed te kennen’. Die Kloosterstraat ligt immers duidelijk de andere kant op.

Het is het begin van misschien wel Elsschots populairste werk. De zwerftocht door het nachtelijke Antwerpen die volgt is in 1946 onder de titel ‘Het Dwaallicht’ vereeuwigd.

Het boek verheugt zich al sinds het verschijnen in een niet aflatende en toenemende belangstelling. Er wordt nog steeds veelvuldig over geschreven en de Dwaallichtwandeling in Antwerpen is ongekend populair. Het verhaal van de zoektocht van Laarmans en zijn ‘drie zwartjes’, naar de mysterieuze Maria van Dam, is dan ook van een ontroerende schoonheid.

De tocht van de vier mannen is meermaals gereconstrueerd, met min of meer dezelfde uitkomst: veel is er terug te vinden, enkele twijfels blijven.

Dick Matena legt niet alleen het literaire verhaal maar ook de wandeling nu voor het eerst in beeld vast: op schitterende wijze brengt hij het Antwerpen van vlak voor de oorlog tot leven. Want de Stad is zonder twijfel een van de hoofdpersonen. Net als bij Kaas bevat deze beeldroman de volledige tekst van het origineel.

Valiant

december 10, 2008

081210a.jpg

Willy Vandersteen pikte ongeremd uit Hal Fosters werk. Hans G. Kresse werd op z’n minst door Hal Foster geïnspireerd en Alex Raymond (Rip Kirby en Flash Gordon) stak niet onder stoelen of banken dat zonder het voorbeeld van Hal Foster zijn strips er niet geweest zouden zijn.

Harold (Hal) Foster (1892-1982) was niet alleen als tekenaar maar ook als verhaler een absoluut natuurtalent en wegbereider. Zijn eerst strip was Tarzan. Oorspronkelijk maakte Foster de illustraties voor deze creatie van Edgar Rice Burroughs maar al snel vroeg men hem ook een Tarzanstrip te tekenen voor de zondagskranten. Krantenmagnaat William Randalph Hearst was zo onder de indruk van Fosters werk dat hij hem vroeg een eigen strip te ontwikkelen voor de Amerikaanse Sundaypapers.

Dat werd dus in 1937 Prins Valiant, het verhaal van een Vikingprins die ridder van de Ronde Tafel wordt aan het hof van Koning Arthur. Foster wist vanzelfsprekend dat Arthur, als deze al heeft bestaan, oorspronkelijk een Britse Kelt uit de zesde eeuw vlak na de val van het Romeinse rijk, moet zijn geweest. Arthur kan dus hoogstens een houten fort als woning hebben gehad en heeft op zijn best een leren wapenuitrusting met wat ijzerwaar en maliën gedragen. Maar voor de lezers uit 1937 schiep Foster ridders uit de hoofse periode gekleed in blinkende harnassen met weelderige pluimen op de helm en vaandels aan de lans, gezeten op een wit paard. Arthur troonde in het schitterend kasteel Camelot.

Hoewel Foster al in de veertig was toen de strip begon, werd zijn tekenstijl nog steeds beter. Ieder plaatje is een uitgebalanceerd grafisch meesterwerkje, speciaal gemaakt om op het grote krantenformaat en het groffe krantenpapier het maximale effect te bereiken. Hal Foster werkte in een klassieke tekenstijl, geconstrueerd vanuit de lijn met schaduw en arcering voor de detaillering. Zijn figuren waren volledig getekend naar de natuur, zonder idealisering. Uiteraard hadden de hoofdfiguren wel een geslaagd uiterlijk en waren de edele ridders sterk en de dames slank maar hun verhoudingen waren natuurlijk in tegenstelling tot bijvoorbeeld bij Alex Raymond die meer een vorm van zwierige idealisering gebruikte. Bijfiguren tonen uiterlijk over het algemeen zo menselijk als maar zijn kan, hooguit heeft de een of andere edele priester of koning een magnifieke baard.

De verhalen bestonden niet uitsluitend uit heroïsch wapengekletter, maar gingen ook over het dagelijks leven van de hoofdfiguur. Hoe Valiant opgroeit van jongen naar man, trouwt en kinderen krijgt en hoe die kinderen weer opgroeien. Als zijn zoontje Arn een lange tocht door de natuur maakt met de jager Garm wordt dat als een avontuur gebracht, en ook toont Foster hoe Valiant als bezorgde vader die tocht nauwgezet in de gaten houdt.

De afwezigheid van balloons en de verhalende teksten in de plaatjes met hier en daar een uitspraak doen nu misschien wat ouderwets en stijf aan in het begin, maar de manier van vertellen en de combinatie van avontuur en het ‘gewone’ leven maken wat dat meer dan goed. Het werd hoog tijd dat deze klassieker eens op een goede manier wordt uitgegeven in de Nederlandse taal.

Gelukkig kennen we in Nederland de kleine doch veelbelovende stripuitgever Silvester die het prachtige epos van Valiant in maar liefst 18 delen gespreid over 6 jaar zal doen verschijnen.

Het eerste prachtig uitgevoerde deel ligt op dit moment voor mij: Een monument … en daarin steekt geen enkele overdrijving.

081210b.jpg

Rechter Tie

november 13, 2008

081113a.jpg

Dr. Robert Hans van Gulik (1910 – 1967) was niet alleen sinoloog en diplomaat. Hij publiceerde veel wetenschappelijk werk en daarnaast verrijkte hij Nederland met een zeventiental unieke detectiveverhalen waarin Rechter Tie (630 – 700), een Chinese rechter onder de Tangdynastie, de hoofdrol als speurder vervulde. Deze aparte crimestories genoten een buitengewone populariteit en hadden een zeer grote schare fervente aanhangers. De speurderscarriere van de wijze Tie werd dan ook grootscheeps vertaald en buiten de grenzen met veel succes uitgegeven. De faam van Rechter Tie leidde er in Frankrijk zelfs toe dat de schrijver Frédéric Lenormand in de jaren ’90 van de vorige eeuw de draad weer opnam met een twaalftal volledig nieuwe boeken rond de bedachtzame en toch doortastende Rechter Tie.

De Telegraaf, die toch niet alles fout doet, bood in de jaren ’60 de tekenaar Frits Kloezeman (1924 – 1985) de kans om in samenwerking met Van Gulik een aantal van de Rechter Tie-verhalen in stripvorm te publiceren. De op Malakka geboren Kloezeman, waarde lezer, was een vaak onderschat striptekenaar die u ondermeer hebt kunnen bewonderen als schepper van ‘Smidje Verholen’’en ‘SS Anne’. Bovendien was hij lange jaren werkzaam aan de dagstrip van Tom Poes.

Kloezeman bleek met ‘Rechter Tie’ zijn draai uitermate gevonden te hebben, de strip – in het eerste deel met balloons, maar daarna gelukkig in de klassieke Nederlandse vorm met tekst onder de tekeningen – is zondermeer een hoogtepunt in de vaderlandse stripgeschiedenis. En wie anders dan alweer de onvolprezen Uitgeverij Boumaar uit Zutphen ( www.boumaar.com ) zou het uitgegeven hebben? Zondermeer fantastisch!

081113b.jpg

Tom Poes Gaat Nooit Verloren

oktober 24, 2008

081024a.jpg

Tom Poes! Dat ziet u helder. Maar hoezo Tom Poes?

De door mij al dikwerf geprezen en niet genoeg te waarderen Uitgeverij Boumaar te Zutphen ontwikkelde een ronduit schitterend nieuw initiatief, een integrale herdruk van het fameuze Tom Poes Weekblad. Dit legendarische stripblad verscheen van 28 november 1947 tot medio juni 1951 en het bevatte prachtig werk van de – toen nog jeugdige – medewerkers van de niet minder roemrijke Toonder Studios.

Behalve uiteraard Tom Poes en vele andere prachtstrips treft u verhalen aan van niemand minder dan Hans G. Kresse met opmerkelijk ingekleurde balloonversies van Eric-verhalen.

081024b.jpg

Van de hand van Henk J. Sprenger zult u de eerste avonturen van Piloot Storm kunnen bewonderen.

081024c.jpg

De uiterst zeldzame strip Kommer (ook al van Hans G. Kresse) wordt aan de vergetelheid ontrukt.

081024e.jpg

Terwijl we ook Piet Wijn, met ondermeer Verowin, zeker niet mogen vergeten.

081024d1.jpg

Ik adviseer u vriendelijk doch dringend uw algemene ontwikkeling én uw plezierindex te verhogen door een mailtje aan uitgeverij Boumaar te zenden teneinde voor zo’n 5 tientjes per stuk in te tekenen op de dertiendelige integrale herdruk: info@boumaar.com

Bob Evers Leeft!

oktober 16, 2008

081016.jpg

De meneer op het plaatje hierboven stond bij de burgerlijke stand bekend als Wilhelmus Henricus Maria van den Hout. De kans dat u hem op straat tegen komen zult is gering. Dat houdt vooral verband met zijn overlijden op 24 februari 1985. U moet nu niet onmiddellijk gaan roepen ‘Wilhelmus van den Hout, die ken ik niet.’ Indien u ooit een boek las van Willy van der Heide, Willy Waterman, Sylvia Sillevis, Victor Valstar, Victor H. Huitink, Joke Raviera, Zsa Zsa Ferguson of C.B. McInverness MD, Ph.D kent u hem wel degelijk!

Het eerste boek van zijn hand las ik zo ongeveer twaalfjarige leeftijd. Het was een kloek gebonden werk uit de zogenaamde Bob Eversserie: ‘Tumult in een Toeristenhotel’.

081016a.jpg

Prachtig titels bleken toch een handelsmerk van Willy van der Heide (want uitsluitend zo kenden wij hem). Denk maar aan: ‘Kabaal om een Varkensleren Koffer’, ‘Een Motorboot voor een Drijvend Flesje’, ‘Trammelant op Trinidad’, ‘Pyjama-rel in Panama’, ‘Een dollarjacht in een D-trein’ en ga zo nog maar even door. De door m’n leeftijdsgenootjes en mij enthousiast gelezen deeltjes van de Bob Eversserie handelden over de woeste avonturen van drie jongen van zo’n jaar of zestien/achttien, de Hollandse HBS’ers Jan Prins en Arie Roos en hun Amerikaanse kameraad Bob Evers. Verantwoorde docenten, onderwijzers en ander pedagogenvolk hadden niets dan afkeur voor die tientallen boeken van Willy van der Heide. ’s Mans nogal foute oorlogsverleden, z’n drankzuchtige uitstraling gekoppeld aan een bepaald losse verhouding met het andere geslacht, golden in de jaren vijftig niet écht als een aanbeveling.

Al die ongetwijfeld nobele overwegingen verhinderden bepaald niet dat Van der Heides boeken door de vaderlandse jongetjes verslonden werden. Eindelijk eens – voor onze begrippen – hardboiled avonturen zonder uitvoerig gemoraliseer. In totaal vonden maar liefst zo’n vijf miljoen exemplaren hun weg naar de gretige lezertjes.

Van der Heides door drank en onbeheerstheid getekende leven stond borg voor een continue geldnood. Als Joke Raviera publiceerde hij derhalve pornoverhalen voor het toenmalige opwindende tijdschrift Candy. Onder de naam Sylvia Sillevis schreef hij ‘Drie meisjes en een Cafetaria’, ‘Drie meisjes en een Lord’ en ‘Drie meisjes en een Vakantiekamp’. Als Willem W. Waterman werden gepubliceerd: ‘De kruistocht van Generaal Taillehaeck, deel I: Proloog’, ‘De kruistocht van Generaal Taillehaeck, deel II: Een strijd om Nederland’, ‘Wie zei dat je in dezen tijd niet kon lachen?’, ‘De avonturen van Waltertje Waerachtig en den wilden Waman’, ‘De Roof van de Sabijnse Maagden’. Deze werken en al het andere onder nog andere namen geschrevene vermochten nimmer de Bob Evers-serie te overtreffen.

De verkrijgbaarheid van de Bob Eversdeeltjes in vandaag de dag een wat moeizaam verhaal. Avontuurlijke HBS’ers zijn kennelijk wat uit de mode bij onze jeugdige cultuurdragertjes. Maar er blijft hoop! En wel in de vorm van de onvolprezen stripuitgeverij Boumaar te Zutphen. Scenarist Frank Jonker en tekenaar Hans van Oudenaarden publiceerden al vier delen in een stripuitgave van de klassieke Bob Evers-serie. Verkrijgbaar in de betere striphandel.

Doen! Genieten!

081016b.jpg

Origineel: Het Geheim van de Bosplaat

oktober 6, 2008

081006a.jpg

Akkoord, we schijnen in spannende dagen te leven. Een nieuwe Amerikaanse president worstelt nog met z’n campagne en een dwaze dame uit het land van de eskimo’s, terwijl het met de financiën in grote delen van de wereld ook niet heel simpel lijkt te zitten.

Gelukkig maar dat ‘Une Journée Bien Remplie’ hoofd- en bijzaken altoos voortreffelijk weet te scheiden.

Mijn gewaardeerde broer Adri en z’n niet minder op prijs gestelde partner Sven lieten me het al weten (en bestelden me een exemplaar) maar voor de ware Kapitein Rob-bewonderaar is er groot nieuws!

De op Terschelling gevestigde Stichting Zeeschuim/De Kraak (Burgemeester Reedekerstraat 56b, 8881 CB Terschelling West, tel: (0562)443675) biedt de echte Kapitein Rob-liefhebber de mogelijkheid tegen een gereduceerde prijs één of meer exempla(a)r(en) van het “Geheim van de Bosplaat originelen” te reserveren uit een beperkte oplage van 1000 exemplaren. De naam van de intekenaars wordt in het boek vermeld. Dit als dank voor hun steun aan deze uitgave.

081006b.jpg

Voor het boekwerk worden de originele tekeningen van Pieter J. Kuhn gebruikt, in het oorspronkelijke formaat. Deze originele tekeningen zijn voorzien van de met de hand geschreven basisteksten van Pieter Kuhn. Hiermee gaf hij de verhaallijn aan. Evert Werkman (redacteur van Het Parool in die tijd) vervaardigde aan de hand van die basisteksten de uiteindelijke in de krant en de boekjes afgedrukte tekst. De tekeningen bevatten – uiteraard ook druktechnische aanwijzingen. Bij elk van de tekeningen hoorde destijds een transparante overlay, waarop vlakjes zijn getekend. Die vlakjes vormden de rasters, die in de strips werden aangebracht. In het boek zijn die originele overlays in lichtgrijs in de tekeningen gedrukt. De reproductie van de originelen worden zodanig uitgevoerd dat ook de potloodlijnen en het dekwit nog zijn weergegeven. Zo is het tekenproces en zijn de “last-minute” wijzigingen van Pieter Kuhn te volgen.

Omschrijving van de uitgave: 96 pagina’s in linnen band, formaat 420X210 mm oblong, binnenwerk 2-zijdig bedrukt in zwart, papier binnenwerk 170 grams houtvrij gesatineerd mc, schutbladen 170 grams houtvrij wit offset, bandmateriaal karton en blauw boekbinderslinnen afgewerkt met een preegdruk op de voorzijde, rechte rug en kapitaalbandjes.

Prijzen: publieke verkoopsprijs 45,00, verkoopsprijs bij intekening 37,50, Bij aankoop van minimaal 50 exemplaren als bijvoorbeeld relatiegeschenk 25,00. Vanaf 150 exemplaren bestaat de mogelijkheid tegen meerkosten een vignet of naam in zwart wit in te drukken op het schutblad. Er volgt geen herdruk.

Intekenformulier is verkrijgbaar bij de Stichting Zeeschuim/De Kraak, zie hierboven.

081006c.jpg

Boven de originele tekening, hieronder een scan uit een stripboekje, de detailrijkdom van het origineel valt onmiddellijk op.

081006d.jpg