Archief voor de ‘Vanuit de Loge’ Categorie

Onsmakelijke Klets

juni 21, 2009

090621.jpg

Op de site van HP/De Tijd zult u het bericht niet meer kunnen vinden. Jammer voor u, net te laat! Het artikeltje behandelde een scoop van journalist/querulant Micha Kat. De strekking was – onder veel suggestief taalgebruik – dat PvdA-leider Bos chantabel zijn zou vanwege zijn geheim gehouden eigenlijke seksuele voorkeur. Bos’ huwelijk, zo werd geïnsinueerd, zou een rookgordijn zijn.

Nu dient u niet alle onthullingen van Micha Kat serieus te nemen. De man ziet nog meer complotten dan wijlen Willem Oltmans en is – zo mogelijk – ook nog iets opgewondener. Kat geniet dan ook de twijfelachtige eer ooit van een aanklacht te zijn vrijgesproken aangezien de rechter oordeelde dat men hem (Kat) niet serieus kon nemen.

Het is veelzeggend dat uitsluitend het in continue nood verkerende HP/De Tijd de nieuwste onthulling van Kat wenste te publiceren. Wenste, want inmiddels is het betreffende bericht met bekwame spoed van de site verwijderd.

De Nederlandse journalistiek heeft altijd de fatsoenlijke stelregel gehanteerd dat de slaapkameractiviteiten van politici en anderen tot het privé-domein behoren. Zolang wetten niet worden overtreden mag ieder zijn/haar lustleven naar eigen goeddunken inrichten. Die grote terughoudendheid aangaande de persoonlijke levenssfeer valt te prijzen.

Vreemd genoeg lijkt die stelregel niet meer op te gaan wanneer het om een buitenlandse politicus gaat. Ik bedoel natuurlijk Silvio Berlusconi.

Week na week worden tot in detail geïnformeerd over de wijze waarop Berlusconi zijn seksleven zou inrichten. Alsof dat van ook maar het geringste belang zijn zou. Jonge dames, iets oudere dames … de één onnozel, de andere kennelijk wraakbelust. Al die informatie dient geen enkel wezenlijk belang. Om Berlusconi hangt de geur van corruptie, fraude en machtsmisbruik. Die zaken zijn relevant. De rest is kwaadsappige roddel.

Ratten op de Trap

juni 14, 2009

090614.jpg

Je zult Thijs Berman zijn …

Een rolberoerte heb je je gerend. De PvdA stond er slecht voor en als lijsttrekker bij de Europese verkiezingen dien je er in zo’n geval toch het beste van te maken. De taak was hopeloos natuurlijk. De nadrukkelijke belofte van een referendum over dat beroerde verdrag van Lissabon had partijleider Bos al aan z’n laars gelapt. En wat betreft die ellendige Wilders zwalkte de partij ook nogal. Dat had Ella Vogelaar nog zo grof op haar boterham gekregen.

Maar goed: aan Thijs Berman had het niet gelegen. In de miniemste zaaltjes was hij opgedoken om campagne te voeren, geen debat overgeslagen en enthousiast over Europa verteld. Geholpen had het natuurlijk niet. Bos had geen poot uitgestoken en partijvoorzitter Liliane Ploumen leek ook vakantie op de maan te vieren. Vreemd natuurlijk, als partijvoorzitter was zij verantwoordelijk voor de campagne.

Iets van dank zou je dan na afloop voor al je gesjouw misschien mogen verwachten.

Maar dat is buiten de solidariteit onder partijvrienden gerekend. Daags na de uitslag verklaarde Jacques Monasch (de architect van Wim Koks grootste nederlaag) dat je af zou moeten treden. Een paar dagen later laat Wouter Bos aan de kranten weten dat je eigenlijk maar 6e keuze was. Hij had in ieder geval niet op je gestemd. Dat zijn dan je vrienden!

De beroerde verkiezingsuitslag zal worden onderzocht door Sharon Dijksma. Daar kun je nog eens vertrouwen in hebben, dat ze van Wouter Bos afhankelijk is voor een eventuele herbenoeming zal vanzelfsprekend geen rol spelen.

Op Herhaling

juni 12, 2009

090612.jpg

Mag ik me er met een ‘Jantje van Leiden’ vanaf maken?

Ja, dat mag … want per saldo beslis ik daar hier over!

De Europese verkiezingen van vorige week lieten velen in verwarring achter. Niet iedereen natuurlijk, bij de PVV heerst euforie, daar komt de verwarring dus wat later. Ongeveer wanneer de eerste barstjes tussen kersverse fractieleider Madlener en Big Boss Geert zichtbaar gaan worden, schat ik. Mark My Words!

Het meest onthutsend was nog wel de reactie van de PvdA. Wouter Bos vindt dat nu eerst maar eens onderzocht moet worden wat de kiezers bedoelden. Die opmerking is moeilijk serieus te nemen. De PvdA laat op bijna wekelijkse basis onderzoeken wat de bevolking motiveert en hoe men de activiteiten van die partij ervaart. Als je het dan nu nog niet weet …

Ronald Plasterk toverde een aardige stelling vanonder zijn hoed: de intellectuelen van de PvdA begrijpen de gewone arbeider niet meer. Hij zei het anders, maar daar kwam het verhaal toch op neer. We moeten gaan luisteren, zo sprak de hooggeleerde. Kennelijk in de hoop dat die arbeider het allemaal nog één keer rustig gaat uitleggen. Alsof al niet sinds ’92 de PvdA volcontinu in aanhang terugloopt.

Jan Pronk bleek van mening dat de partij door een vent geleid dient te worden, en Liliane Ploumen vindt die opmerking weer niet chic. Gekibbel in de zandbak, vrienden.

Mag ik er – in alle bescheidenheid – op wijzen dat de reden van het wegrennen van al die kiezers al lang bekend is? Op 3 maart j.l. liet ik u het al weten en omdat wij van Une Journée Bien Remplie altoos hulpvaardig zijn, hieronder nog éénmaal:

Baumol is Alive and Kicking

Paniek in de Polder! Maurice de Hond laat weten dat bij verkiezingen op dit moment de PVV van Wilders het grootste aantal stemmen halen zou. De nieuwe harde lijn van Bos heeft dus niks geholpen. Het wegjagen van Ella Vogelaar heeft geen zoden aan de dijk gezet. De flinke-jongens-toon van Aboutaleb gaat de oplossing niet bieden. Aan de rechterkant al evenveel ellende: Mark Rutte kan zich opwerpen als strijder voor het vrije woord, maar Geert gaat met de aanhang aan de haal.

Zijn nu al die malle virtuele PVV-stemmers vreemdelingenhaters of discriminerende racisten? Of is het gewoon zo dat we sinds de verkiezingen van 2002 weten dat plusminus 16% van het electoraat volmaakt ontoerekeningsvatbaar is?

Waar komt die brandende ontevredenheid en dat overheersende wantrouwen tegen vrijwel alles en iedereen vandaan? Wat motiveert de mensen die op deze wijze hun gal spuwen?

Het zou wel eens – ik opper het voorzichtig – veel minder met angst voor vreemdelingen te maken kunnen hebben dan met ontevredenheid over de staat van de voorzieningen in ons land, met de kwaliteit van het onderwijs, de gezondheidszorg, het onfatsoen waarmee de overheid burgers bejegent, de verloedering van de openbare ruimte, de afwezigheid van de politie, de uitverkoop van de nutsbedrijven en de schaamteloze wijze waarop politieke bestuurders hun verantwoordingsplicht aan de laars lappen.

Ons aardige landje is sinds het begin van de jaren ’80 in toenemende mate met al die verschijnselen geconfronteerd. Sinds die tijd heeft de in confessionele en liberale kringen gangbare gedachte, dat de particuliere sector in principe efficiënter zou zijn dan de overheid, aan kracht gewonnen. Het geloof dat eigenlijk alleen het rijkswegennet, defensie en dijkbewaking door de overheid geleverd zouden moeten worden lijkt het – vooralsnog – gewonnen te hebben. De andere traditionele taken van de overheid werden of worden geprivatiseerd (=verkocht) of in zelfstandige organisaties ‘op afstand gezet‘.

Deed die overheid dat zonder aanleiding. Eerlijkheidshalve: Nee. Men is en was bij al die zaken van oordeel dat de kosten volslagen uit de hand liepen. En dat de organisaties tekort schoten in het op een efficiënte manier tegen aanvaardbare kosten leveren van hun ‘producten’. Het idee was dat door het organiseren op een bedrijfsmatige manier de productiviteit van deze dienstverleners zou gaan stijgen en dus de kosten weer in de hand zouden komen.

En dit nu is – dunkt mij – een foutje gebleken.

Allerhande vormen van dienstverlening zullen – noodgedwongen, want uit de aard van het werk – het tempo van productiviteitsstijging van de industriële bedrijfstakken niet kunnen volgen.

Laat me dat met een paar voorbeeldjes illustreren.

De ‘dienstverleners’ van het Koninklijk Concertgebouworkest kunnen – wat je ook probeert – Beethoven nog steeds niet veel efficiënter spelen dan in 1850. De dirigent kan proberen sneller met z’n stokje te zwaaien, maar wil de zaal niet leegstromen dan kan dat maar in zeer beperkte mate en hooguit in bepaalde passages. Wellicht dat er ook nog iets gewonnen kan worden door de triangel te vergeten, maar dan hebben we het wel zo ongeveer gehad.

Van heel snel praten worden de onderwijzer en docent niet productiever. Van grotere groepen en klassen wel. Ook onderwijsassistenten kunnen aan de productiviteit bijdragen. Al die maatregelen hebben echter gemeen dat ze ‘kostenmatig’ tot het gerommel in de marge behoren en bovendien buitengewoon veel terechte kritiek over slechter wordende kwaliteit veroorzaken.

Het zal u geen moeite kosten die voorbeelden te vertalen naar sociale diensten, de gezondheidszorg, de nutsbedrijven, de politie … kortom het hele net van voorzieningen waarvoor de overheid namens de samenleving verantwoordelijk placht te zijn.

Daarbij komt dan nog dat we ná de jaren ’60 van de vorige eeuw in toenemende mate van doen hebben met mondige burgers die – terecht – hoogwaardige dienstverlening verlangen tegen aannemelijke prijzen. Deze tegenstelling, tussen de kwaliteit die het publiek wenst en de kostenbesparingen die de politieke bestuurders nodig achten, houdt al die voorzieningen nu al enige decennia in een bijna wurgende greep. Met als natuurlijk gevolg een stroom van niet aflatende klachten van een cynisch wordende bevolking.

Zijn deze constateringen nu nieuw? Nee, treurig genoeg is dat allerminst het geval. De Amerikaanse econoom William Baumol heeft halverwege de vorige eeuw al de diagnose gesteld: allerhande vormen van dienstverlening kunnen onmogelijk het tempo van de industriële productiviteitsgroei bijhouden.

Misschien moet je het die traditionele confessionele en liberale politici niet eens kwalijk nemen dat ze dit soort inzichten niet in beleid verdisconteerden. Maar de achteloze wijze waarop de linkse en zogenaamde progressieve partijen de belangen van de samenleving verwaarloosden kan je als niet minder dan plichtsverzuim zien.

De huidige PVV-aanhang zal er niet in geloven, maar de enige effectieve bestrijding van Wilders c.s. zou wel eens niet gelegen kunnen zijn in het verketteren van hun vooroordelen, maar in het bieden een behoorlijk alternatief in de vorm van een overheid die de verantwoordelijkheden weer aan zich trekt.

En ja, om die fatsoenlijke algemene voorzieningen te kunnen betalen zal een inkomensherverdeling nodig zijn.

Maar wat was er nu eigenlijk tegen die rechtvaardiger verdeling van kennis, macht en inkomen?

Voor Één Keer

juni 4, 2009

Bert Wagendorp uit De Volkskrant, want beter kan ik het even niet zeggen:

090604.jpg

Als de Vos de Passie Preekt …

mei 28, 2009

090528.jpg

Een oud Chinees spreekwoord schijnt te beweren dat je voorzichtig moet zijn met wat je wenst. Nu denk ik niet heel vaak aan oude Chinese spreekwoorden, meestal zijn ze verzonnen door een hedendaagse schrijver die op puntige wijze schijnbare diepte aan zijn verhaal wil geven.

Toch schoot die oude Chinese wijsheid me te binnen toen ik vernam van het voorstel van Mark Rutte en Atzo Nicolaï om de vrijheid van meningsuiting voorrang te geven boven het verbod tot belediging, discriminatie en haatzaaien.

El-Moumni en Van Dijke dacht ik. De imam en het kamerlid die als mening gaven tot homoseksuelen respectievelijk gelijk aan honden en criminelen zouden zijn. Wie riepen er in de Tweede Kamer ook alweer op deze beide heren voor de rechter te brengen? U raadt het: de fractie van de VVD.

Wie betoogden er nog zeer onlangs dat Eddaoudi geen geestelijk verzorger in de krijgsmacht zou mogen worden, vanwege opmerkingen strijdig met hun waarden en normen? Juist, alweer de fractie van de VVD.

Op 10 mei 2005 stemde de VVD-fractie (en trouwens ook Geert Wilders) in de Tweede Kamer vóór een motie die de regering vroeg haatzaaien, racisme en discriminatie strenger en actiever te vervolgen.

Het wekt op z’n minst de schijn dat de VVD die absolute vrijheid om te beledigen en kwetsen pas van belang vindt wanneer de soms groffe aanvallen op aanhangers van de Islam aangepakt dreigen te gaan worden.

Zelf keer op keer zulke lange tenen tonen … ‘Als de vos de passie preekt, boer pas op je kippen’, da’s dan een Oudhollands spreekwoord.

‘Wij zijn de enige partij voor Europa’

mei 22, 2009

090522.jpg

Binnenkort (nog zo’n anderhalve week) mogen u en wij weer onze stem uitbrengen voor het Europese Parlement. De partijen verzekeren ons enthousiast dat speciaal nú hun aanwezigheid in dat parlement van het grootste belang is. Er staan belangrijke zaken te gebeuren, denk eens aan de economische crisis, de internationale bestrijding van de criminaliteit en het bestrijden van terrorisme.

Na al dat fraais gehoord en gelezen te hebben is het bijna onvermijdelijk dat je door wat twijfeltjes beslopen wordt. Immers nu juist wat die economische crisis betreft kunnen verschillende landen geen overeenstemming over welke aanpak dan ook bereiken. Dat zelfde geldt ook voor dat zogeheten terrorisme: veel ronkende taal, maar weinig of niets concreets. En wat betreft die criminaliteit feitelijk van hetzelfde laken een pak(je).

Ook vraag je je steeds weer af waarom al die partijen naar dat Europese Parlement standvastig figuren van het 3e en 4e garnituur afvaardigen. Als al die daar spelende kwesties van zo’n groot belang zijn, dan is dat toch wat eigenaardig.

Overigens, begrijp me goed, ik ben een redelijke voorstander van verdere Europese integratie. Van nationale sentimenten zag ik nog nooit veel behoorlijks tot stand komen, nationale identiteit is tegenwoordig meestal een alibi om anderen te mogen discrimineren en het vrije verkeer van personen & goederen levert ons allemaal, door de bank genomen, veel plezier op. Ook mogen we – denk ik – niet uit het oog verliezen dat het Europese recht in veel gevallen een zegening is voor diegenen die niet aan de toppen van de macht staan.

Eigenlijk echt geschokt ben ik in deze campagne maar van één ding, en dat is D66. Die club voert van alle partijen de meest pro-Europese campagne. Dat is zondermeer hun goed recht, maar toch verbaast het van de partij die zich als geen ander profileert als de Nederlandse referendumpartij. Je zou toch van zo’n club mogen verwachten dat ze waarde toekennen aan de uitspraak van 61% van de Nederlandse kiezers die tegen de Europese grondwet waren.

Geen woord over dat alles van D66, geen enkele uitleg waarom ze die overweldigende meerderheid van de kiezers aan hun laars lappen. Natuurlijk ze mogen in de club van Pechtold daar een andere mening over hebben, maar het minste wat je van de pleitbezorgers van het referendum mag verwachten is dan toch wel dat ze behoorlijk uitleggen.

Met roepen ‘Wij zijn de enige partij voor Europa’ kun je niet verhullen dat je lak hebt aan de kiezer wanneer je dat even wat beter uitkomt.

Beschamend!

Il Duro

mei 21, 2009

09051.jpg

Gerrit Zalm is een geslepen onderhandelaar en een slim strateeg. Hij kent als weinigen de weg in de toppen van de financiële wereld. Als Minister van Financiën gaf hij er al veelvuldig blijk van de kunst van het schijnbaar moeiteloos resultaten scoren wel zeer behoorlijk te beheersen. Eigenlijk vallen er in zijn hele politieke loopbaan maar twee duidelijke minpunten aan te wijzen. Als kortstondig fractievoorzitter bleek hij geen succes en oratorisch kanon. En zijn lastenverlaging op het hoogtepunt van de economische boom was een misrekening. Voor het overige voegde Zalm succes aan triomf toe. Hij wist bovendien de ambtelijk staf van het departement tot een loyale en geoliede machine te kneden. Geen geringe prestatie na zijn voorganger, de chagrijnige, norse en eenzelvige Kok, die met zijn habituele zure gesnauw maar op weinig interne waardering kon rekenen.

Als nieuwe topman van ABN-AMRO staat Zalm voor een helse taak. Na de deconfiture van de verkoop aan het Belgische Fortis en het autoritaire bewind van de hautaine Rijkman Groenink zijn de problemen uiterst gecompliceerd.

Zalm moet van het nieuwe ABN-AMRO een conservatieve bank maken, zonder investmentbank, verzekeringstak en buitenlandse afdelingen en zonder de mogelijkheid tot overnames. Daarnaast moet de organisatie van Fortis-Nederland in ABN-AMRO geïntegreerd worden. Er moet met de Royal Bank of Scotland een deal gesloten worden over de verdeling van de zakelijke cliëntèle. En op last van de Europese Commissie moet ongeveer 10% van de ABN-AMRO organisatie aan anderen te worden overgedaan. Dit laatste om de concurrentieverhoudingen hanteerbaar te houden.

Daarbij komt dan nog dat Zalm zijn taak begint met twee grote handicaps, alsof de problemen zo al niet groot genoeg zijn. In de eerste plaats wordt hij door het huidige management ervaren als door de overheid geparachuteerd. En ook zijn vorige werkkring bij DSB wordt binnen de bankenwereld nogal laten we zeggen ‘afstandelijk’ bekeken.

Wie ooit de integratie van twee niet eens zo grote organisaties heeft mogen/moeten gadeslaan, beseft dat ragfijn spel benodigd zal zijn. En een integratie van twee reuzen én een ontvlechting én een gedeeltelijke herverdeling van de markt gaat nagenoeg ieders krachten te boven. Zonder de loyale steun van het huidige management van de bank zal die formidabele taak tot mislukken gedoemd zijn.

De slimme Zalm heeft aan die interne twijfels – ben je er nu één van ons of ben je van de staat? – gisteren met een ogenschijnlijke fout vrijwel definitief een eind gemaakt. Die fout bestond uit ogenschijnlijk per ongeluk voor zijn beurt spreken.

Zalm verlangde van minister Bos verdergaande financiële ondersteuning van ABN-AMRO in deze lastige tijden. Bos boos … ‘daar gaat Zalm niet over, dat is een zaak van minister en kamer.’

Dat Zalm dit als langstzittende Minister van Financiën niet zou weten gelooft niemand. Het foutje is dan ook van deze gewiekste strateeg en onderhandelaar beslist onvoorstelbaar. Maar het gevolg is wel dat ook intern iedereen nu zal beseffen: hij is van ABN-AMRO en dáár ligt zijn loyaliteit.

Op het juist moment met een foutje (oeps!) hard zijn, Il Duro noemden ze hem in Italië niet voor niets.

Over Samkalden en Demjanjuk

mei 13, 2009

090513.jpg

Over Ivo Samkalden hoor je praktisch nooit meer iemand en soms – zoals vandaag – zou je willen dat het anders was. Niet alleen omdat Samkalden een meer dan uitstekende burgemeester van Amsterdam was. En ook niet omdat hij een wel zeer principieel ambtenaar bleek, die zo moedig was ontslag te nemen nadat de besprekingen over de Indonesische onafhankelijkheid – waarbij hij in een dienende functie betrokken was – door de confessionele partijen gefrustreerd werden. Hoewel je zou hopen dat beginselvastheid vaker vertoond werd.

Twee herinneringen aan de op het oog zo weinig imponerende Samkalden dringen zich in deze roerige tijden op. De man had tijdens zijn korte ministerschap op justitie (1965-1967) de voor een politicus ongebruikelijke moed om na de rellen in Amsterdam een pleidooi voor redelijkheid en terughoudendheid te houden. ‘Het geweld is toegenomen. In de actie tegen de handhaving van de openbare orde nadert men snel het stadium van terreur. Een dringend beroep op alle mensen van goeden wil is nodig: een beroep om begrip te tonen voor de taak, die thans rust op de gezagsorganen, die de voorwaarden voor vrijheid en democratische vernieuwing hebben te verwezenlijken’. De rede van Samkalden in de Tweede Kamer deed de roep om een keihard ingrijpen verstommen. Zozeer waren de parlementariërs geïmponeerd door de kleine minister dat zijn speech doodstil werd beluisterd en door de complete kamer met een applaus werd beloond. Een unicum. En in het parlement verstomde de roep om met geweld en harde maatregelen in te grijpen.

We zouden dit soort redelijke beginselvastheid en welsprekendheid graag horen wanneer er weer eens in de huidige Tweede Kamer wordt opgeroepen tot hardhandig optreden tegen bijvoorbeeld Marokkaanse Nederlanders.

De tweede herinnering gaat over een zeer omstreden zaak. In 1966 liet Samkalden de levenslang opgesloten oorlogsmisdadiger Willy Lages, die ernstig ziek was, uit gevangenschap naar Duitsland vertrekken om daar te worden verpleegd. Geruime tijd later kwam Lages daar te overlijden.

Heftige protesten volgenden. Oorlogsslachtoffers, leden van het voormalige verzet en vele anderen waren – invoelbaar en begrijpelijk – zeer verontwaardigd. Ook in het parlement heerste grote ontzetting. Samkalden betoogde dat het recht een mensenzaak is en dat in het zicht van de dood de mens behoort terug te treden. Dat was vanuit zijn opvatting over het recht de overheersende dwingende reden om Lages te laten gaan.

In het zicht van de dood treedt de mens terug. Een van de beginselen waarmee een behoorlijke samenleving zich kan onderscheiden van beulse regimes.

U en Uw Litteken

mei 3, 2009

090503.jpg

Café Hof ter Beke in de Antwerpse Markgravelei is een café zoals een café hoort te wezen. Geen overdadige opsmuk, geen verantwoord interieur, op de kleine kaart geen modieuze verzinsels. Gewoon een aardige kroeg, waar de mensen het goed met elkaar hebben. Dat moet al jaren zo zijn, want zelfs de in 1960 overleden Willem Elsschot beschouwde deze drenkplaats als zijn stamcafé. De omstandigheid dat Elsschots huis op nummer 21 van de Lemméstraat nog geen 100 passen van de voordeur van Café Hof ter Beke verwijderd is, zal daaraan zeker hebben bijgedragen.

In een goed café als dit bestaat er een code voor de klandizie: men gaat amicaal doch op gepaste afstand met elkaar om. Een bevriend bioloog typeerde die toestand ooit als het je niet binnen elkaars vluchtafstand begeven. Vanzelf is het delen van opvallende vreugde of verdriet toegestaan, ja zelfs geboden. In een café behoort men natuurlijk ook de warmte van het menselijk contact in gepaste mate te kunnen genieten.

Het verbaasde me dan ook niet dat de meneer aan het belendende tafeltje zich nieuwsgierig betoonde toen ik bij het lezen van mijn krant in luid gelach uitbarstte. Mij zou trouwens geen enkele belangstelling verbaasd hebben. Iemand om De Volkskrant zien lachen is inderdaad uitzonderlijk. Men benoemt dit periodiek niet voor niets in sommige kringen als De Azijnbode.

Nog nahikkend reikte ik mijn buurman de krantenpagina die mijn vreugde opgewekt had aan, daarbij driftig op het betreffende artikeltje wijzend.

Grijnzend nam de man – iets ouder dan ik zelfs nog – het geschrevene door. Daarna gebaarde hij om een nieuwe vloeibare versnapering. ‘Da’s ‘nen zottin toch’ verklaarde hij grinnikend op z’n voorhoofd tikkend.

Geroerd nam ik de krant weer in ontvangst. Het idee alleen al dat nóg iemand op deez’ aard het artikeltje van Drs. M.E. Famaey (klinisch psycholoog en psychotherapeut) voor bolle waanzin hield dreigde eventjes teveel te worden.

Nu een paar uur later (schrik … ontkenning … aanvaarding) moet ik helaas vaststellen dat Drs. M.E. Famaey in belangrijke mate een klap van de molen heeft gehad, te diep in het glaasje heeft gekeken of volslagen van lotje getikt is. Jammer genoeg heeft De Volkskrant nagelaten het geschrijf van de therapeute (2-5-2009) op het internet te zetten, u zult het dus met mijn gedeeltelijke weergave moeten doen.

De ellende begint – zoals het hoort – meteen al bij het begin. Mevrouw Famaey stelt vast dat wij allen aan de gebeurtenissen van afgelopen donderdag te Apeldoorn een litteken hebben overgehouden. Onderzoek dat deze optimistische stelling bevestigt wordt helaas niet aangeroepen. De doctorandus verklaart dit kennelijk op grond van haar diepe kennis der volksziel.

Verder komt het artikeltje er op neer dat letterlijk alle Nederlanders nu een psychotrauma te verwerken hebben. Wij (u en ik) hebben op dit moment last van 1. Verlies aan controle, een gevoel van machteloosheid. En 2. Ontwrichting: we zijn ons vertrouwen in de mens kwijt! We zullen 1 á 2 weken van de kaart zijn. Maar liefst 35% van ons zal een PTSS (psychosomatische stress stoornis) ontwikkelen. Op korte termijn moeten we dus rekening houden met zo’n dikke 5.5 miljoen vaderlanders die lijden aan:
- voortdurende herbeleving van de gebeurtenissen, gepaard met nare dromen, zweten en trillen
- algemene vervlakking, onmogelijkheid van het uiten van gevoelens
- verhoogde prikkelbaarheid, slaapproblemen, woedeuitbarstingen

Vooral uw en mijn kinderen zullen getroffen worden, maar uiteraard – gezien die 5.5 miljoen – is het aannemelijk dat ook en vooral u de klos zijn zult.

Uiteraard eindigt het gebrabbel van mevrouwtje Famaey met een oproep om nu onmiddellijk centraal een grootscheepse hulpverleningsactie te beginnen. De gevolgen zullen anders nog gruwelijker zijn dan de pandemie die ons ook al heet te bedreigen. Met andere woorden de overheidsportemonnee moet open richting La Famaey!

Vanzelfsprekend dienen u en ik intussen geen alcoholica en/of medicatie te gebruiken. Dat dempt onze gruwelijke onrust weliswaar, maar op termijn zullen we nog zwaarder de klos zijn.

We zijn nog geruime tijd naschokkend van het lachen in café Hof ter Beke na blijven praten. Alle ons omringende Vlamingen gaven breed lachend toe dat het leven in een land zonder werkende regeringen óók apart is en dat daarbij het zogeheten taalprobleem voor veel ‘comic relief’ zorgdraagt. Maar inderdaad, zo zout als van mevrouw Famaey (psycholoog & psychotherapeut) had men het alhier nog niet gevreten.

Het toppunt van leedvermaak met die malle Ollanders moest echter nog komen! Eén van onze nieuwe vrienden las een citaat voor van de woordvoerder van de Nederlandse Oranjebond:

‘Nederland heeft op 30 april geluk gehad want de koninklijke familie was ongedeerd en niet geraakt.’

Brullend van onverholen plezier om zoveel walgelijke domheid zijn we huilend van het lachen met onze nieuwe geestverwanten het café uitgewankeld.

De heersers door duivelse listen bedwelmen ons met bloed’gen damp

mei 2, 2009

090502.jpg

Genoot u ooit van Bomans aardige boekje over Pieter Bas? Hilarisch, ook bij herlezing. Op een gegeven moment wordt de wat eigenaardige Bas door een samenloop van omstandigheden Minister van Onderwijs. Naar aanleiding van een incident wordt hij in de Tweede Kamer door een oppositielid geïnterpelleerd. Het kamerlid beschuldigt de minister er van dat door diens tekortkomen het blazoen van het vaderlandse onderwijs zou zijn bezoedeld. Minister Bas hangt dan een vindingrijke redenering op om uit te leggen dat er feitelijk niets aan de hand is. Naar zijn mening was het blazoen van het onderwijs al sinds lang niet brandschoon meer en is dat recentelijk niet erger geworden. De interpellant nu zou menen dat het schone blazoen recent vuil was geworden. Hoe het ook zij … aldus Bas, nu zien onze blazoenen er dus hetzelfde uit. Waar maken we ons dus druk over?

Deze wat langdradige inleiding (vinden mijn zoons!) heb ik nodig om mijn verbazing uit te spreken over al die tv-deskundigen en kranten die ons vertellen dat Nederland ‘zijn onschuld’ zou hebben verloren. Bij alle ernst lijkt me dat toch echt onzin en een vrucht van rottig geschiedenisonderwijs. Slavenschepen, godsdiensthaat, Willem III, de tachtigjarige oorlog, De Zeven Provinciën, Fortuyn, Van Gogh, Wilders, Janmaat enz. enz.

Onschuld verloren, m’n zolen.

Na 30 april volgt jaarlijks de 1e mei. In jeugdiger jaren, zo tot m’n twaalfde, vierde ik die ‘Dag van de Arbeid’ als kinderlijk lid van de AJC. Voor de wat recenter aanwas: de jeugdorganisatie van de socialistische beweging.

Van die club was ik een lid(je) uit traditie. Vanwege de overlevering in de moederlijke lijn, dat wel. Dat lidmaatschap was geen succes. Het koele feit dat ik u geen enkele foto in ajc-uniform kan tonen, mag u rustig als veelzeggend interpreteren.

Het zingen van de liederen uit de beweging ging me beroerd af, voor volksdansen ben ik – bij gebrek aan ritmische begaafdheid – volstrekt ongeschikt en lange wandelingen door de vrije natuur (met veldfles!) stonden me als kleuter al tegen. Voor het dragen van de vlag – dat leek me nou nog wel romantisch – bij de demonstratieve optochten, kwam ik bij gebrek aan lengte niet in aanmerking. Terwijl ook het hele kampeergedoe (slapen op strozakken en wassen met koud water) een bezoeking bleek.

Het enige lied uit die verdrongen periode dat ik nog kan reproduceren en enigszins zingen is ‘De Internationale’. Hét strijdlied van de arbeidersbeweging. In de Nederlandse vertaling van Henriette Roland Holst uiteraard. Da’s weer wat anders dan De Toppers.

Klein raadseltje:
Op de regel ‘De staat verdrukt; de wet is logen de rijkaard leeft zelfzuchtig voort’
Volgt:
a. Geen recht waar plicht is opgeheven geen plicht leert zij waar recht ontbreekt
b. Wij zijn ‘t moe naar and’rer wil te leven Broeders! hoort hoe gelijkheid spreekt:
c. Makkers! ten laatste male tot de strijd ons geschaard
d. Tot ‘t merg wordt d’arme uitgezogen en zijn recht is een ijdel woord

Uw oplossing kunt u in de volledige tekst hier controleren.

Voor de ongeschoolden in de arbeidersbeweging: de melodie kunt u zich hieronder enigszins eigen maken.