Woordjes

Omdat ik altijd alles wat naar administratie of documentatie riekt onmiddellijk definitief kwijt ben kan ik u geen precieze gegevens verschaffen. Dat is jammer, ik zou graag opsnijden over de uiterst ongunstige stamboom die mijn genenpakket bepaalt. Wat ik me er van herinner stemt niet tot vreugde. Bierdragers, lieden die hun naam niet konden schrijven, figuren die in het rasphuis woonden, types die als getuigen bij het huwelijk ongunstige kroegbazen en ronselaars opvoerden, huursoldaten en gaat u nog maar een tijdje door.

De hele narigheid was met mierenvlijt uitgesnuffeld door een oude nicht (no pun intended!) die verder – conform de familiale tradities van de Van der Valken – contactgestoordheid tot een olympische sport weet op te voeren. Of dat laatste aan mijn opmerking over het hoge gajesgehalte mijner afstamming ligt? Ik kan het u niet vertellen. Afgemeten werd verzekerd dat er aan het begin van de 17e eeuw een Leidse voorvader geweest moet zijn die niet alleen naar zich toe kon rekenen, maar ook lezen en schrijven. Daarna werd op mijn vraagjes nimmer meer geantwoord.

Van moederszijde ligt de toestand er ietsjes beter bij. Overduidelijk oppassende, deugdzame en hardwerkende lieden, maar eenvoudig, zeer eenvoudig dat dan weer wel. Wel zie je de laatste twee eeuwen een waarneembare neiging tot wat arbeidersemancipatie is gaan heten. Ook in dit geval werd het spitwerk verricht door een nicht, maar dan van een veel benaderbaarder en aangenamer levenshouding.

Waarom ik al deze onzin aan uw neus hang? Uit een krant en een boekwerkje begreep ik deze week dat de oude adel en het oude geld ondermeer aan hun taalgebruik herkenbaar zijn. Men spreekt nooit van koelkast maar zegt ijskast, men informeert niet naar het toilet doch naar de wc. Gebakjes worden niet genoten, het zijn taartjes. Er wordt geen kostuum gedragen maar een pak. Colbertjes bestaan niet jasjes wel. Terwijl vanzelf een pantalon onbestaanbaar is en een broek de norm vormt. Het gebruik van de foute woorden zou – zo moet ik begrijpen – worden gezien als een irritating faux pas waarmee de spreker zich profileert als overduidelijk niet één van ons.

Het is in het licht der eeuwigheid volmaakt onbelangrijk … maar als dit soort taalgebruik een kenmerkje van een zogeheten betere afkomst voorstelt, hoe valt dan te verklaren dat het tuig dat mijn mispoche vormt al zolang ik me herinner ook steeds de goede terminologie gebruikt?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s