Liesbeth Schiet een Bok

Ieder vak kent zijn knoeiers, kleine scharrelaars, onbenullige grapjassen en onverbeterlijke luiaards. Dat geldt ook voor de journalistiek. Er zijn natuurlijk heel veel hardwerkende en zeer bekwame journalisten, daar niet van, maar ook dat vakgebied kent z´n minkukels. Daarin verschilt het niet met nobele zaken als de loodgieterij en het timmermansvak. Om maar eens wat te noemen.

Zo herinner ik me – uit een andere staat van leven – de redacteur die een diepgravend interview had met de toenmalige Poolse president Lech Wałęsa, tenminste dat beweerde die journalist. Dat Wałęsa zich van dat gesprek niets kon herinneren leek aanvankelijk slechts een klein probleem. De declaratie van de journalist wees wel degelijk op een verblijf bij het dappere Poolse volk. Een complicatie was wel dat er ook mensen waren die bij hoog en laag vol hielden die redacteur op dezelfde dag te Hasselt (België) te hebben waargenomen. Het werd nog een aardige rel en de zaak bleef, onder veel juridisch gedreig, altijd wazig. U zult begrijpen dat ik geen trek heb in een vrolijke rechtszaak en dus ´s mans naam maar even voor mij houd.

Ik denk ook nog wel eens aan de hoofdredacteur die suggereerde zijn ouder wordende journalisten maar op een lager salaris te zetten. Toen – openheid en eerlijkheid zijn de moeder van de journalistiek – de woorden van die hoofdredacteur door een concurrerend blad werden gepubliceerd, brak bij de nobele voorvechter van de vrije pers de pleuris uit. Zelfs de Raad voor de Journalistiek werd er in gemengd. Natuurlijk kreeg de hoofdredacteur gelijk: hij had het weliswaar luid en duidelijk gezegd, maar ´met de voeten op tafel´ en dat andere blad had dus moeten snappen dat het niet bekend mocht worden. Als u zich nog mocht afvragen hoe het komt dat sommig ongerief jaren onder de pet wordt gehouden: met zo´n mentaliteit kan je het Ubbermegumse Sufferdje ook tot opinieweekblad uitroepen.

Sommige journalisten zitten ook dicht op het nieuws en dopen hun pen in de hete actualiteit. Neem nou bijvoorbeeld deze hartenkreet die Liesbeth Wytzes van Elsevier dit weekend scherp en terzake op Elseviers website plaatste:

Onbeschofte aanpak van ‘verborgen leegstand’
zondag 19 juni 2011 16:19

Daar kleppert de brievenbus, we rennen naar de deur. Altijd leuk om post te krijgen en zeker onverwacht, op zondag. Misschien wel een briefje van een geheime aanbidder, je weet maar nooit. O bah nee, een schrijven van de gemeente. Dat is meteen een stuk minder leuk. We gaan er toch eens goed voor zitten, een verstandige beslissing, anders waren we bij het lezen misschien wel van schrik en afgrijzen dood neergevallen.

Verborgen leegstand
Wat staat er in de brief van de Dienst Wonen en Samenleven van de gemeente Amsterdam, afdeling controle en handhaving, gedateerd op 17 juni? Er wordt gewerkt aan nieuw beleid in het kader van een betere distributie van woonruimte in Amsterdam. Die stad groeit, maar er is ‘krapte’ op de huizenmarkt.

Na lang nadenken is er tot een oplossing gekomen door de whizz kids op het stadhuis. Er blijkt namelijk sprake te zijn van een groot euvel, de ‘verborgen leegstand’. Dat betekent dat er mensen zijn die lege kamers hebben, ruimtes die zij niet benutten in het huis dat ze ooit hebben gekocht en zodoende als hun eigendom mogen beschouwen.

Er komt ‘proactief beleid’ om die verborgen leegstand eens even goed aan te pakken. Door middels van een pilotproject ‘Inzet op gebruik’ wordt in kaart gebracht of de bewoners van een huis de vierkante meters die zij tot hun beschikking hebben, wel werkelijk gebruiken. ‘Indien bepaalde ruimtes niet of nauwelijks worden benut, zal de dienst naar een oplossing zoeken.’ Fijn. En het wordt nog erger. ‘De gemeente kan, in het uiterste geval, de verborgen leegstand binnen de woning vorderen voor gebruik.’

Vorderen! Ik weet niet wat voor associaties u bij dat woord hebt – ik denk meteen aan de oorlog, waarin mensen zomaar uit hun huis werden gegooid omdat de bezetter er wat mee wilde. En die was de baas. Dat leek me altijd verschrikkelijk onrechtvaardig, net zo erg als kraken – en dat mag niet meer.

Tellen
Zo nu dus ook de gemeente Amsterdam. Die gaat eigenlijk niets anders doen dan kraken: woonruimte afpakken van de rechtmatige eigenaar. Ook ik kan binnenkort een huisbezoek verwachten, waarbij de Dienst Leegstands Inspectie het aantal vierkante meters gaat tellen en delen door het aantal bewoners van mijn huis, en ik mag dan maar hopen dat de heren van de dienst het in orde vinden. Voor je het weet plempen ze ergens een extra verdieping bij.

Nu zal ik wel goed zitten, ik woon niet alleen. Anders was ik zwaar het haasje. Maar stel je voor dat je alleen in een groot huis woont, je eigen huis. Mag dat dan niet? Moet je ruimtes verhuren, ook als je dat helemaal niet wilt? Aan huurders van wie je maar moet afwachten of ze de boel goed onderhouden, de schamele huurverhoging betalen, en die je er sowieso nooit en nooit meer uitkrijgt aangezien de wet huurders tot in het krankzinnige beschermt, alsof ze een zeldzame uitstervende diersoort zijn?

Zijn ze helemaal gek geworden bij de gemeente Amsterdamp? Waarom moeten de paar mensen in de stad die een eigen huis hebben – want het is een en al gesubsidieerde sociale woningbouw – zo’n knokploeg met een meetlint binnenlaten?

Overvallen
Ik kan me voorstellen dat je het door zo’n idiote actie helemaal hebt gehad met de gemeente en lekker weggaat. Als burgemeester Eberhard van der Laan (PvdA) talent de stad wil binnenhalen, en dat roept hij steeds, moet hij nodig zulke dingen doen. Dan weet je zeker dat het beetje talent dat er al is, de stad maar liever uit wil. Hoe bot en intimiderend kan je zijn?

Ik denk dat er veel oudere mensen zijn die zich werkelijk een hoedje schrikken van deze plompe, onbeschofte en juridisch zeer aanvechtbare onderneming. Als ik mijn huis niet wil verhuren, mag ik dat toch lekker helemaal zelf weten? En ik mag ook weten wie ik binnenlaat. Dus als de Dienst zich meldt – onverwacht, ook al zoiets, alsof ze je komen overvallen, en zodat je geen nepbewoners kunt organiseren, stel je voor zeg – zullen we nog wel eens zien of ze binnenkomen.

Liesbeth Wytzes

Zo, dat liegt er niet om. Een mening, scherp geschreven en op feiten gestoeld. De pen druipend van de heilige verontwaardiging, zogezegd. Verheugd wilde ik het artikeltje maandagavond nog eens nalezen. Vreemd genoeg … van Elseviers website was het spoorloos verdwenen. Hoe kan zoiets?

Gelukkig Het Parool bracht uitkomst, lees maar hier.

Die goeie Liesbeth, één van de eerste regels van de journalistiek uit gemakzucht in het vuilnisvat gekieperd. Altijd even de feiten checken, het kan vaak met een of twee telefoontjes. Het behoedt de journalist en het medium voor suffe uitglijders. En als je al een fout maakt altijd grootmoedig rectificeren, nooit verduisteremanen! Dat blijft een journalistieke doodzonde.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s