Een Jeugdige Druiloor

Zo een of tweemaal per week hebben wij de gewoonte om onze vrijwel dagelijkse portie filmgenietingen speciaal te bestemmen voor wat je zou kunnen noemen het meer historische werk. U moet daarvan vooral geen hooggespannen verwachtingen koesteren. Het gaat vooral om films die ooit – in ons immer groeiend verleden – op bepaalde wijze een wat diepere indruk nalieten, of die destijds aanleiding vormden voor nog al wat discussie.

Gisterenavond (dinsdag) was de beurt weer eens aan ´Un Homme et une Femme´ (1966) van de lichtelijk uit de mode geraakte regisseur Claude Lelouch. Het blijft een alleraardigste film, zeker wanneer je bestand bent tegen de hoeveelheden levensromantiek die Lelouch steeds over de kijker blieft uit te storten. Waarschijnlijk trouwens vormt die eigenaardigheid ook de reden waarom Lelouch destijds in onze kring niet erg gepruimd werd. De gewenste hoeveelheid weinig vrolijke maatschappijkritiek was meestal in velden noch wegen te bekennen. Een gegeven waarmee in die dagen weinig lauweren konden worden geoogst.

Nu moet ik bekennen me daar in die tijd behoorlijk op verkeken te hebben. Ik herinner me na afloop van de filmvoorstelling (Leidsepleintheater, Amsterdam – sedert lang ter ziele) in het café Eylders een lange en felle discussie gevoerd te hebben. Ik was toen helaas nogal geneigd om enigszins de diepzinnige figuur uit te hangen. Mijn betoogje kwam er kort gezegd op neer dat de film slechts ogenschijnlijk een romantisch vehikel was, er waren naar mijn mening wel degelijk meer en diepere lagen aanwezig. Mijn tegenstrevers moesten dat in hun onbenulligheid over het hoofd gezien hebben. Was het immers niet onmiddellijk opgevallen dat delen van de film in kleur en andere delen in zwart-wit gedraaid waren? En zou het niet wijs zijn te bedenken dat de maker daarmee een artistieke bedoeling gehad moest hebben? Was het niet heel duidelijk dat met name de zwart-wit passages duidelijk verwezen naar de karigheden van het dagelijkse bestaan en dat de kleurfragmenten eigenlijk een wenselijke droom moesten verbeelden?

Ik herinner me ontevreden huiswaarts te zijn gekeerd: een verloren discussie. Hoe konden die anderen zo onbenullig zijn mijn voortreffelijke argumentatie niet te begrijpen? Het verliezen van discussies moest duidelijk nog wennen, dat is later een beetje goed gekomen …

De oplossing – en mijn faliekante ongelijk – werden me veel later duidelijk bij het bekijken van een interview met diezelfde Claude Lelouch. Van enige diepere laag was geen sprake geweest. De filmer was in 1966 nog zo arm als een kerkrat en halverwege  de draaidagen bijna helemaal door z´n centen heen. Er kon dus geen sprake van zijn de film in de geplande kleurige verschijning te te voltooien. Uit wanhoop en noodzaak nam de goede Claude zijn toevlucht tot een noodgreep. De nog resterende scenes draaide hij in het veel goedkopere zwart-wit. En verder hoopte hij maar dat men desondanks zijn talent zou herkennen.

De film blijft uiterst aardig, en vanavond (woensdag) zullen we zeker het 20 jaar later gedraaide vervolg – geheel in kleur – bekijken. Een veel mindere film, maar toch voor de liefhebber niet te versmaden. Alleen die discussie bij Eylders … wat kan een mensje zich soms belachelijk maken …

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s