Nogmaals Albayrak

Mag ik voor één keer – maar wel met grote instemming – een opinieartikel uit De Volkskrant van 25 april citeren?

‘Zijn Albayrak wezenlijke rechten onthouden?´

Van het COA heb ik geen verstand. Nurten Albayrak ken ik slechts uit de media. Met functionerings- en fraudeonderzoek heb ik evenwel enige ervaring opgedaan. Wat publiekelijk bekend werd over het onderzoek van de commissie-Scheltema roept enige vragen op.
In elk onderzoek heeft de beklaagde twee onvervreemdbare rechten. Welke?

Het eerste is informatie over de klassieke vier W’s: Wie heeft Wat Waarover en Wanneer gezegd. Voor Albayrak is de gedetailleerde toetsingsmogelijkheid noodzakelijk voor haar verdediging. Zij moet kunnen beoordelen of informanten binnen de organisatie relevante kennis (kunnen) dragen om hun beschuldigingen te onderbouwen en, zo ja, of deze onderbouwing overeenstemt met de feiten.
De strekking van de klachten – de subjectieve ervaring van vooral een stijl van leidinggeven – leent zich bij uitstek tot het ventileren van allerlei, niet altijd terechte, frustraties. Deze leven nu eenmaal in elke organisatie, en zeker tijdens een diepgaande reorganisatie met grote aantallen ontslagen.

Mochten medewerkers weigeren verifieerbare informatie te verschaffen, dan blijken zij terecht voorzichtig te zijn. Een ernstige, maar onterechte beschuldiging aan het adres van de chef dient gevolgen te hebben voor de rechtspositie van de informant. Zo niet, dan is een organisatie pas echt ziek.

De Algemeen Directeur – kennelijk ingehuurd om een moeilijke klus te klaren en niet om aardig te worden gevonden – werd de verzamelde informatie onthouden, kennelijk omdat de commissie de ondervraagden geheimhouding had toegezegd. Het argument daarvoor doet er niet toe. De commissie heeft het rapport op deze manier namelijk gereduceerd tot een opeenstapeling van roddel en achterklap en aldus de geloofwaardigheid van de eindconclusies ondergraven.

De norm in rechtszaken is de bekendheid van de identiteit van alle partijen. Slechts bij hoge uitzondering, meestal wanneer sprake is van mogelijk lijfsgevaar van een getuige, wordt anonimiteit toegestaan. Er is naar analogie geen reden om hiervan af te wijken bij onderzoeken zoals dat van de commissie. Wanneer de rechter de praktijk van de commissie-Scheltema sanctioneert en dus institutionaliseert, wordt het tijd om ons zorgen te maken over een afglijden naar de Stasipraktijken van weleer, berucht om de inzet van geheime informanten.

Albayrak heeft een tweede onvervreemdbaar recht: zij moet in de gelegenheid worden gesteld om de finale versie van het ontwerprapport te toetsen op de juistheid, getrouwheid en volledigheid van de feiten. Zij kan in dat stadium de opvattingen en conclusies van de commissie niet aanvechten. Maar, wanneer de feiten onjuist blijken, kan dit invloed hebben op de eindconclusies. Zij zegt te zijn overvallen door de publicatie van het rapport en niet in de – toegezegde – gelegenheid te zijn gesteld om de feiten te toetsen. Indien juist, ondergraaft de commissie-Scheltema wederom de relevantie van het eigen rapport.

De commissie valt over in verhouding nogal populistisch klein bier, zoals het privégebruik van de dienstauto en over de onjuistheid van Albayraks verklaring over de hoogte van haar inkomen; beschuldigingen die zij – pas na de publicatie van het eindrapport – kan bestrijden.

Opmerkelijk is dat in de media niet blijkt dat de commissie-Scheltema een oordeel geeft over de kwaliteit van haar beleid, afgemeten aan de taakopdracht(en) uit de politiek. Albayrak stelt terecht dat zij belast was met een uitzonderlijk zware taak- en reorganisatieopdracht, die zij bovendien naar behoren zou hebben vervuld. Zij vindt, kortom, dat zij waar voor haar geld heeft geleverd. Haar inhoudelijk functioneren vormt de kern van het vraagstuk. De commissie is daar kennelijk niet aan toegekomen, maar doet slechts het werk van een personeelschef over.

Mocht Albayrak haar twee onvervreemdbare rechten zijn onthouden, dan is het fundamentele principe van hoor- en wederhoor ernstig geschonden. Zou bovendien een oordeel over haar inhoudelijk functioneren ontbreken, dan zijn haar conclusies volkomen terecht. Het zou een schijnproces zijn waarin zij publiekelijk wordt geëxecuteerd.

Jan Wijenberg bezette directeursposten bij Buitenlandse Zaken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s